De geschiedenis van ons waterbeheer.


Ik heb grote bewondering voor de waterschappelijke geschiedschrijving van prof. mr. Henk van der Linden, oud-dijkgraaf van het Grootwaterschap van Woerden en emeritus-hoogleraar oudvaderlands recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In mijn ogen een beschrijver van de Nederlandse waterhuishouding- en waterstaatsorganisatie wiens werk zwaar onderbelicht is in de historische geografische beschrijvingen van ons land.

Van der Linden beschreef de waterschap organisaties als ’doelcorporaties’ met een eigen reglementering (keur- en strafbevoegdheid) gericht op het waterbeheer. In de loop der tijd konden die corporaties uitgroeien tot privaatrechtelijke organisaties zoals een polder, of een publiekrechtelijke organisatie zoals een regionaalwaterschap.

Uit onderzoeken van Henk van der Linden blijken de grondvormen van onderhoudsregelingen van dijken. In de vroege middeleeuwen was het onderhoud van dijkdelen, sloten en weteringen op of langs het eigen land als onderdeel van een private onderneming. In de loop der tijd werd het onderhoud verdeeld onder een groter aantal ingelanden (mede) uit de aangrenzende gebieden. De verdeling was veelal naar rato van de waarde van de te beschermen landerijen, erven en woningen. Zo kwam in delen van ons land de maateenheid ‘volle hoeve’ (verhoefslaging) in zwang. En regelingen om het onderhoud zeker te stellen zoals ‘zeventuig’. Waarbij de zeven naaste ingelanden of naaste buren opgeroepen werden om uit te leggen wie de nalatige was zodat eventuele schade op hem verhaald kon worden!

Interesse? Lees dan is het boek “Polderen of niet” Van Heleen Kole (2017). Een dikke (ruim 300 pagina’s) verhandeling van waterstaat geschiedenis van ons kikkerlandje. Een echte waterschapper mag dit niet missen!

Molens die gebruikt werden bij het waterbeheer.


1 Standerdmolen (vooral koren- en oliemolen)

2 Wipmolen (scheprad poldermolen)

3 Paltrok (het molenhuis is draaibaar door spil en rolring)

4 Bovenkruier (alleen de kop is draaibaar ook gebruik als industriemolen)

5 Tjasker (windwatermolentje, werd met de hand op de wind gezet).

Trots zijn op onze geschiedenis 1

Als waterschapbestuurder met waterschapbestuurservaring van Domburg tot Winterswijk van 1993 tot heden heb ik ervaring met veel water gerelateerde zaken. Waarvan wij Nederlanders ons niet altijd bewust zijn van hoe uitzonderlijk ze soms zijn.

Tot dat een ander ons erop wijst! Wist u dat de American Society of Civil Engineers onze Deltawerken tot één van de zeven moderne wereld wonderen heeft verklaard?

https://7wonders.org/europe/netherlands/rotterdam/delta-works/

Waterparadox


In bestuurlijke zin zijn waterschappen enorm veranderd. Toen in 1970 de waterschappen de zuivering/waterkwaliteitstaak erbij kregen waren waterschappen feitelijk ‘boerenrepublieken’ die op weinig aandacht van anderen dan boeren konden rekenen. Met de komst van de organieke Waterschapswet in 1992 (meer dan 140 jaar na gemeente en provincie wetten van Thorbecke) ontstond langzaam maar zeker het besef, bij de andere overheden, van de rol van waterschappen bij het (regionale) waterbeheer. Ook ontstond het groeiende besef van het begrip dat ‘water en bodem’ sturend zouden moeten zijn bij de ruimtelijke ordening, daardoor kwam steeds sterker de gedachte op dat waterbeheer niet bij functionele democratie hoort maar zou moeten vallen onder de algemene democratie.

Stap voor stap is na 1992 de weg ingezet naar opheffing van de waterschappen. Eerst zijn de vele bestuurlijke verschillen in waterschappen verdwenen. Vanaf de tijd van Thorbecke werden de organieke verschillen grotendeels weg gefuseerd. In 1992 waren er nog een paar verschillende over (kwantiteit waterschappen, all-in waterschappen, zuiveringschappen en als rariteit Blija Buitendijks in Friesland. Nu is er nog maar één soort waterschap, all-in waterschappen.

Tot 2008 waren de verkiezingen van de waterschappen een gebaseerd op een personenstelsel. Geen partijen stonden op een stembiljetten maar individuele personen. In 2008 werden de eerste waterschapverkiezingen gehouden op basis van het lijstenstelsel en deden politieke partijen hun intrede. Niet meer de kwaliteiten van de individuele kandidaten waren bepalend voor de keuze van de kiezer maar het programma van de partijen! De waterschappens verkiezingen gingen al snel parallel lopen met de Statenverkiezingen. Nog een stap richting de algemene democratie. De algemene belangen werden bij de keuze van de kiezer belangrijker dan de waterbelangen. Voor zover de kiezer zich die al realiseerde!

De uitholling is stapsgewijs verdergegaan in het terugdringen van ‘het belang, betaling, zeggenschap’ o.a. met het verdwijnen van de categorie “bedrijfsgebouwd”. Langzaam komt de eindfase inzicht. De opheffing van de waterschappen als aparte overheid.

Vanaf 1993 zit ik, toen als verdwaalde stedeling, in waterschapsbesturen. Ik heb het zien veranderen en niet ten goede. De boerenrepublieken van toen waren meer gericht op het algemene waterbelang dan de waterschappen van nu. De goed opgeleide boeren bestuurders van toen beseffen bijna allemaal dat ze de bestuursfunctie niet alleen beklede voor het ‘boerenbelang’. De boeren van nu in de categorie ongebouwd of in de fractie van de BBB en de boeren in andere fracties gaan nu bijna uitsluitend voor de boerenbelangen. Ze zijn echte belangenbehartigers! Het is nu formeel aan de categorie ingezetenen (de partijen) om het echte algemene belang te vertegenwoordigers.

Maar wat mij echt pijn doet is de enorme achteruitgang in de kwaliteit van de bestuurders (de gekozenen). Het zijn politici, vaak zonder specifieke kennis van zaken. Soms zijn jaren nodig om heb enige basiskennis van de taken van waterschappen bij te brengen. De deskundigheid en de passie zijn grotendeels verdwenen.

Vele jaren was ik ervan overtuigd dat het voortbestaan van waterschappen noodzakelijk was voor goede waterstaatszorg. Nu denk ik anders. Nu gaan de discussies in de vergaderingen vooral over geld en tarieven in plaats over wat nodig is.

In mijn hoofd klinkt dan ook keer op keer de woorden van Dr. Ir. C. Lely: “Het geldt hier niet het opmaken van een winst- en verliesrekening, het is hier een kwestie van noodzakelijkheid, van overwegend landsbelang…”

Nu pleit ik er voor de waterschappen als aparte werkeenheden onder te brengen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Hoe verder weg van de politiek hoe beter. De waterschappolitiek lijkt steeds meer over geld te gaan in plaats van de echte waterbelangen; veilige dijken en de zoetwatervoorzieningen voor boeren, burgers en bedrijven.

De bestuurlijke waterparadox is dat sinds de invoering van de Waterschapswet in 1992, ook toen werd de kreet “water en bodem sturend” al gebruikt, de waterschappen van een functionele democratie steeds meer richting een algemeen democratie zijn afgedreven en de formele tijdbesteding van de Dagelijks Bestuurders/Heemraden is toegenomen van gemiddeld 20 % naar 80 %. Hun salaris is exclusief de inflatiestijgingen verviervoudigd! En de eens op basis van hun persoonlijke kwaliteiten verkozenen zijn nu, zonder specifieke kennis van het waterbeheer, op partij basis gekozenen geworden.

Waterparadox 2


In het artikel “Waterparadox” was een aanbeveling van mij de waterschappen als aparte werkeenheden onder te brengen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Met als hoofdargument dat huidige debatten in de waterschapbesturen steeds meer over geld lijken te gaan dan over de waterbelangen; veilige dijken en de zoetwatervoorzieningen voor boeren, burgers en bedrijven.

Sinds Thorbecke is er een sluipend proces aan de gang waar bij de zelfstandigheid van de waterschappen als functioneel bestuur systematisch is ondermijnd en het beleid is omgebogen naar dienstbaarheid aan de hogere overheden.

Ik probeer keer op keer te doorgronden waarom zaken gaan zoals ze gaan. Ik voelde mij in hart en nieren een waterschapbestuurder die zijn hele bestuurlijke leven in dienst heeft gesteld van des burgers waterbelangen. Om te begrijpen hoe zaken lopen is kennis van de geschiedenis, naar mijn gevoelen, onontbeerlijk. In dat kader heb ik mij recent geworsteld door het boek “Zelfbestuur of afhankelijke Decentralisatie”, in 1935 geschreven/samengevat door Dr. L. J. M. Beel (na 1945 minister van binnenlandse zaken en twee keer minsterpresident).

Het boek is een onderzoek naar het rechtskarakter der medewerking van provinciale-, gemeente- en waterschapbesturen tot uitvoering van regelingen van het hoger gezag en heeft het karakter van een proefschrift.

Geschreven in een tijd dat de drie-kringen-theorie of leer opgeld deed in de discussie over de verdeling van taken tussen de overheden. Volgens deze leer behartigt elke bestuurslaag zijn eigen typische taken en behoren overheden de autonomie van elkaars kring te respecteren.

Feitelijk behandelt het onderzoek wat er sinds de staatsregeling 1801, via de Grondwet 1814, Grondwet 1848 en de herziening van 1887 in dit kader is veranderd.

Feitelijk begon in 1801 met de staatsregeling de aantasting van het zelfbestuur van de waterschappen, gemeenten en de provincies. De staatsregeling was een begin van de Haagse bemoeizucht. Stap voorstap werden lagere overheden dienstbaar gemaakt aan de Landelijke overheid.

De waterschappen waren bij hun oprichting aanvankelijk puur zelfbestuur. Zeker met de herziening van 1887 maakte de zelfbestuur gedachte plaats voor een ook bij de Grondwet afhankelijke decentralisatie. Feitelijk werd een gedeeltelijke annexatie een volledige annexatie waarbij de samenwerking van een hogere en lagere overheid werd omgezet een gezagsverhouding waarbij de hogere overheid een gebiedende overheid werd. Wat feitelijk langzaam groeide verkreeg in 1887 een wettelijke basis.

Na het einde van Blija Buitendijks is in feite het laatste restant van de zelfsturende overheid in 2018 opgeruimd. Tijd om de relicten op te ruimen en de waterschappen als aparte werkeenheden onder te brengen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Water paradox 3


Naar een nieuw waterschapsbestel? Dat was de naam van een nota die op 23 mei 1977 naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Er waren verdeeld over de provincies nog 678 waterschappen en 7 zuiveringsschappen.

38 waren interprovinciaal (dus gelegen in meer dan één provincie. Groningen had er geheel binnen de grenzen nog 112, Friesland 95, Drenthe 15 (plus 1 zuiveringsschap), Overijssel 9 (plus 1 zuiveringsschap) Gelderland 23 (plus 3 zuiveringsschappen), Utrecht 37, Noord-Holland 99 (plus 1 zuiveringsschap), Zuid-Holland 161, Zeeland 29, Noord-Brabant 53 en Limburg 7 (plus 1 zuiveringsschap) Flevoland moest als provincie nog geboren worden. Nu zijn er nog 21 waterschappen.

Bijna 50 jaar zijn we verder. In 1993 trad ik toe tot het Algemeen Bestuur van Zoomvliet. Snel gevolgd door: Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap West-Brabant, Algemeen Bestuur van het Waterschap Scheldekwartier, Algemeen Bestuur van het Zuiveringsschap Rivierenland, Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland, Algemeen Bestuur van het Waterschap Zeeuwse Eilanden, afdelingsbestuur Zuid van het Waterschap Rijn en IJssel en het Algemeen en drie keer het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta. Met heel wat waterschapbestuur jaren achter de kiezen is de vraag die ik mij soms stel: is het met al di fusies er beter op ge worden?

Het kwantiteitsbeheer vast wel. Het dijkbeheer vermoedelijk ook. Hoewel de aflopen jaren worden de dijkverbeteringen, na de vaststelling van een mogelijk faalmechanisme, niet meer gelijk aangepakt. Planning en geld zijn nu sluipenderwijs de rem geworden. Het kwaliteitsbeheer is in de loop der tijd geheel door de waterschapen van de gemeenten en provincies overgenomen. Waarom? Ze maakten er een ‘potje’ van. Met risico’s voor de volksgezondheid en de leefbaarheid. Maar ook daar is de rem op gekomen. De Europese Kaderrichtlijn Water is feitelijk een rem. Vanwege het one out, all out principe en sinds 2008 de introductie van de politieke partijen in het waterschapsbestuur waarmee water politiek is geworden en gaat het steeds minder over de inhoud (het waterbeheer) en steeds meer over: ‘wie zal dat betalen, wie heeft dat besteld’? Nederland ‘waterland’? Zelfs als het over schoon water, of de veiligheid gaat, telt voor de kiezer niet meer de kwaliteit van het bestuur maar net als bij de rest van de overheidskeuzes de portemonnee! Als je voor 2008 in Wageningen of Delft had gestudeerd (man of vrouw, jong of oud) werd je in het personenstelsel (je koos toen een persoon, geen partij) altijd gekozen. De kiezer ging voor kwaliteit nu voor mooie praatjes!

Tijd om de relicten op te ruimen en de waterschappen als aparte werkeenheden onder te brengen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Trots zijn op onze geschiedenis 2


In 1883 werd besloten de Maas en de Waal van elkaar te scheiden en de Maasmonding te verleggen. De waterhuishouding van het rivierengebied zou daardoor verbeteren. Maar zoals gebruikelijk waren er ook gebieden die juist meer problemen zouden krijgen door de plannen. Dat waren bijvoorbeeld de laag gelegen gebieden langs de Donge. Voor die gebieden moest een oplossing worden gevonden.

De oplossing was een 32-tal elektrische gemaaltjes die centraal gevoed werden door een elektrische centrale van het waterschap nabij de Willemsbrug. Het geheel werd door 4 mannen al rondreizend beheerd vanuit een centrale post. Dit was voor het eerst in Nederland dat het waterbeheer zo werd ingericht.


De 32 gemalen werden in 1900 in bedrijf genomen. En zouden tot circa 1950 functioneren. Daarna werden de polders deels samengevoegd en namen zeven grotere elektrische gemalen het over.

Na een nieuwe herinrichting van het gebied werd de bemaling in 1977 overgenomen door slechts één, veel groter, gemaal Keizersveer! Een geschiedenis om trots op te zijn.

1 februari 1995


Op 1 februari 1995 neemt de commissaris der Koningin van Gelderland, Jan Terlouw het besluit de bewoners van de Neder Betuwe en de Tielerwaard te evacueren.

Eerder weren als de Ooypolder en de Bommelerwaard ontruimt en delen van het land van Maas en Waal. Buiten de mensen worden ook circa een miljoen varkens en circa 300.000 koeien en miljoenen kippen verplaatst. Op de 4e februari mochten de eersten (uit de Ooy en uit het land van Maas en Waal) weer naar huis. Het is de (voorlopig) laatste evacuatie van burgers vanwege de dreiging van het water.

Het is goed ons te allertijden bewust te zijn van wat ons bedreigd en het belang van veilige dijken.

Het Zee-onzijdigheid verdrag van 1907


Het Zee-onzijdigheid verdrag van 1907, beter bekend als de Dertiende Haagse Conventie, is een internationaal verdrag dat de rechten en plichten vastlegt van neutrale staten en oorlogvoerende partijen tijdens maritieme conflicten. Het werd afgesloten tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie en trad in werking in 1910.

Zouden de USA, Iran, Israël en Oman weten van het bestaan van de Dertiende Haagse Conventie van 1907? Het is een van de belangrijkste pijlers van het moderne humanitair oorlogsrecht. Het verdrag is op 18 oktober 1907 in Den Haag ondertekend door de gevolmachtigden van maar liefst 44 deelnemende landen en rijken tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie.

Belangrijke handtekeningen die toen zijn geplaatst, waren afkomstig van grote mogendheden, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk, Rusland en Nederland (toen nog ‘groot’ vanwege de kolonie Nederlands-Indië).

Kunnen we Trump, Netanyahu en de regeringsleiders van Iran en Oman niet even een kopietje sturen? Of zaten hun geesten alvast afgedaald uit het ‘hiervoormaals’ al op de het balkon tijdens de Dertiende Haagse Conventie?

The Convention on the Neutrality of the Sea of 1907, better known as the Thirteenth Hague Convention, is an international treaty that establishes the rights and obligations of neutral states and belligerent parties during maritime conflicts. It was concluded during the Second Hague Peace Conference and entered into force in 1910.

Would the USA, Iran, Israel, and Oman know of the existence of the Thirteenth Hague Convention of 1907? It is one of the most important pillars of modern humanitarian international law. The treaty was signed in The Hague on October 18, 1907, by the plenipotentiaries of no fewer than 44 participating countries and empires during the Second Hague Peace Conference. Important signatures placed at the time came from major powers, including the United Kingdom, Germany, the United States, France, Russia, and the Netherlands (then still ‘great’ due to the colony of the Dutch East Indies).

Can’t we just send a copy to Trump, Netanyahu, and the government leaders of Iran and Oman? Or were spirits already sitting on the balcony during the Thirteenth Hague Convention, having already descended from the ‘pre-existence’?

Waterbeheer kan en moet soms anders!


De volgende koppen/teksten konden we deze week lezen in BndeStem; “Grondwater steeds schaarser, en dat gaan we merken”. “Brabantse boeren gaan betalen, en particulieren straks waarschijnlijk ook”. En: “We moeten steeds zuiniger omgaan met grondwater, en dat gaan we in de komende jaren merken. Boeren en andere bedrijven mogen steeds minder oppompen, maar ook gewone burgers blijven niet buiten schot.”

Dat we zuiniger moeten omgaan met ons water en vooral grondwater is duidelijk. De zomers worden droger en regen komt niet altijd als het uitkomt. We zullen anders om moeten gaan met het water in ons waterrijke landje.

Wat kunnen we leren van boeren en het waterbeheer elders? Om iets te leren hoeven we niet eens naar het buitenland! Boeren op eilanden die omringt zijn door zoutwater weten al jaren dat ze zuinig moeten zijn met het kostbare zoete water. De Zeeuwen weten dat al jaren. Toch duiken er ook op andere plaatsen initiatieven op die leerzaam kunnen zijn voor onze boeren. Zoals wat er op Texel gebeurt. Nieuwsgierig kijk dan eens op de website https://www.zoetetoekomsttexel.nl/ !!!!!!!!!

Waarbij regenwater in de bodem wordt geïnfiltreerd om dit in de zomer te gebruiken voor irrigatie!

Kijk ook eens op de website van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over deze aanpak. https://www.hhnk.nl/zoete-toekomst-texel

Op Texel pakt het waterschap en de boeren gezamenlijk de uitdaging op. Dat kan in ons mooie Brabant vast ook!