il partigiano 26

Titelblad van het boekje Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap de gecombineerde Hoevensche Beemden, 1934.
Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap “de gecombineerde Hoevensche Beemden”, 1934.

Als waterschapbestuurder heb je altijd het gevoel dat de burger, de ingeland, feitelijk geen idee heeft van wat het waterschap of jij als bestuurder voor hen doet. Je denkt dat is van alle tijden, totdat je een boekje tegen komt de mooie titel: “Wetenswaardigheden voor de ingelanden van het waterschap”.

Het betrof een publicatie van het waterschap “de gecombineerde Hoevensche Beemden”, een van de ruim 200 rechtsvoorgangers van het waterschap Brabantse Delta.

Die hadden de oplossing gevonden, een boekwerkje van ruim 160 pagina’s. Gedrukt in 1934 door een lokale drukkerij. Die anno 2023 nog steeds bestaat, namelijk drukkerij Vorsselmans te Zundert.

Citaat van Mr. W.A.M. van der Kallen: Het inzicht, dat het welzijn van het geheel de opoffering van particuliere belangen kan vorderen, is nog geen gemeengoed. In Rechtsstaat of Machtsstaat.
Mr. W. A. M. van der Kallen in Rechtsstaat of Machtsstaat.

Het lezen was voor mij een voorrecht omdat het voorwoord opende met een citaat van een ver familielid. “Het inzicht, dat het welzijn van het geheel de opoffering van particuliere belangen kan vorderen, is nog geen gemeengoed”. Getekend, Mr. W.A.M. van der Kallen.

il partigiano 25 (verkiezing in andere tijden)

Wapenschild van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, gegraveerd op glas, met vissen en een steur.
Wapenschild van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch.

In jaar 1998 werd ik door de leden van de Kamer van Koophandel regio Tilburg gekozen in het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch.

Nu ik als il partigiano mijn licht laat schijnen over waterzaken keek ik recent ook nog eens naar de wijze waarop in het verleden waterschapverkiezingen verliepen en hoe deze gereglementeerd waren. Zo keek ik ook naar het “Bijzondere Reglement voor het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch” zoals de Staten van Noord-Brabant dit op 15 november 1975 vaststelde.

Dat – met de ogen van nu bekeken – kleine waterschap kende in haar werkgebied circa 100 rechtsvoorgangers. Waaronder het waterschap Oudland van Altena dat in 1452 werd opgericht en een rijke democratische geschiedenis kende. Zo werd in 1461 per ordonnantie in het Land van Altena bepaald dat de ingelanden de heemraden kozen voor het Dagelijks Bestuur. Wat zou ik terug willen naar die gewoonte. Dan was ik zonder problemen gekozen in het DB van het waterschap Brabantse Delta. Nu is het een politiek spel dat uiteindelijk leidt tot de verkiezing van de DB leden, waarbij kennis en ervaring en de keuze van de kiezer/ingeland volstrekt ondergeschikt zijn gemaakt.

De eerlijkheid verplicht mij wel te vermelden dat sommige veranderingen van reglementen mij wel goed uitkomen want als het reglement – vastgesteld in november 1975 – nog zou gelden had ik negen jaar geleden wegens het bereiken van de AOW-leeftijd van 65 jaar terug moeten treden.

Bij het reglement uit 1975 telde het AB van Alm en Biesbosch maar liefst 45 leden waaruit maximaal 10 heemraden werden gekozen. De waterschappen kennen nu bijna allemaal 30 AB leden of iets minder. Toen was de stemming nog via het personenstelsel. Een kiesgerechtigde stemde op een persoon die als persoon verkiesbaar was. Partijen/lijsten kende het waterschapstembiljet toen niet. Bij de stemming voor de categorieën ongebouwd (de boeren) en gebouwde eigendommen (de bezitters van panden) konden zowel natuurlijke als rechtspersonen stemgerechtigd zijn. De stemming van de categorieën ongebouwd en gebouwd waren gewogen. Bij een vol eigendom, erfpacht, opstal of vruchtgebruik van onroerend goed werd het aantal stemmen bepaald op basis van de hoeveelheid hectares in eigendom.

1 ha of meer: 1 stem, 3 ha of meer: 2 stemmen, 6 ha of meer: 3 stemmen, 11 ha of meer: 4 stemmen, 16 ha of meer: 5 stemmen, 21 ha of meer: 6 stemmen. Met dien verstande dat elk vol aantal van 10 ha waarmede het aantal van 21 werd overschreden een recht gaf voor één stem meer. Er zaten dus veel boeren met veel land in het AB!

Net als nu in het AB en DB van het waterschap Brabantse Delta. Oude tijden zijn herboren. Met dien verstande dat je toen als stedeling en zelfs wonende buiten het waterschap wel gekozen werd door de collega’s voor een positie. Zo werd ik in 2004 op basis van mijn deskundigheid als één van de zeven (uit een AB van toen 40) gekozen in het overgangsbestuur, toen het mooie Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch opging in het supergrote waterschap Rivierenland. Voor mij – in mijn carrière als waterschap bestuurder – het mooiste compliment wat ik ooit kreeg. Binnengekomen als stedelijke buitenstaander (geen boer en van buiten het werkgebied) mocht ik als één van de zeven gekozenen het mooie werkgebied gaan vertegenwoordigen in het verre Tiel.

Groepsfoto van het bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, circa 2004.
Het bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, circa 2004.

il partigiano

il partigiano 24 (moedernegotie)

Historische gravure van Hollandse koopvaardijschepen (Naves Mercatoriae Hollandicae, vulgo Vlieten), symbool van de maritieme moedernegotie.
Naves Mercatoriae Hollandicae, vulgo Vlieten — Hollandse koopvaardijschepen, de ruggengraat van de moedernegotie.

In de landelijke politiek komt keer op keer de wens c.q. noodzaak van hervormingen van de landbouw aan de orde. De gewenste vermindering van de stikstofuitstoot, de CO2- uitstoot, de ecologische voetafdruk worden allemaal genoemd als redenen tot hervormingen. Wat mij opvalt is de schijnbare afwezigheid van de economische en sociale omgeving van het boerenbedrijf en wat we zouden kunnen leren van hoe de Nederlandse landbouw zich van akkerbouw richting de veel productievere en winstgevender veehouderij heeft ontwikkeld. Al in de late middeleeuwen, beginnend in Noord-Holland boven het IJ, is die ontwikkeling gestart. Grond was schaars en de verstedelijking was zelfs toen al hier te lande van een andere orde dan in de rest van Europa.

Nederland bevond zich toen in een sleutelpositie in het internationale stedennetwerk. De handel met de Hanzesteden ontwikkelde zich. Terwijl de meeste Hanzesteden zich richtten op de handel in luxeproducten concentreerde de Nederlandse zich op zich op de handel in bulkgoederen als graan en hout. Die handel werd wel de ‘Moedernegotie” genoemd, zo belangrijk was die en volgens sommigen is die dat nog steeds. Met die handel werd het geld verdiend dat uiteindelijk de vloot bekostigde die de andere handelsroutes openlegde.

De specialisatie tot de graanhandelaar en transporteur van Europa leidde ertoe dat ook in eigen land, te beginnen in het achterland van de belangrijke havensteden als Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen, een ontwikkeling in de landbouw kon starten naar meer veehouderij en uiteindelijk ook naar de export van de producten die dat opleverde. De verwevenheid van de stad met haar ommeland maakte die omvorming ook mogelijk. In de late middeleeuwen en ten tijde van de start van de republiek was nergens in Europa de verstedelijking zo intens en tegelijkertijd zo kleinschalig als in Nederland.

Die omschakeling leidde in de loop der eeuwen ook tot de ontwikkeling van een economische inbedding van die landbouwontwikkeling. De enorme (maritieme) ontwikkeling van de zeevaart en bevaarbare rivieren, kanalen en trekvaarten maakte een enorme ontwikkeling van wat nu de randstad is mogelijk. Holland ontwikkelde zich door de handel tot de bovenliggende partij in de Republiek de Zeven Provinciën. Ter illustratie: rond 1600 werd de verdeelsleutel vastgesteld in de financiële bijdragen van de zeven gewesten aan de kosten van de Unie. Een verdeelsleutel die zou blijven tot het einde van de Republiek. Holland betaalde 58 % van de federale kosten. Overijssel slechts 6 %. Geen wonder dat de bulk van die kosten naar de vloot ging die van levensbelang was voor de negotie waarop de natie dreef, de vooral maritieme handel.

Het is die handel- en transportstructuur die de ontwikkeling naar uiteindelijk intensieve veeteelt heeft mogelijk gemaakt en versterkt. Bij de aanpak van de intensieve veeteelt zal dan ook in beeld moeten worden gebracht wat dit voor de economische en sociale omgeving van de bedrijfstak betekent. Zowel op regionaal, landelijk als wereldschaal. Want uiteindelijk heeft die voetafdruk niet alleen lokale betekenis maar ook een mondiale. Voor een goede politiek-bestuurlijke discussie moet helder worden: wat gaat een eventuele vermindering/omvorming van de landbouw betekenen voor de landbouw zelf, voor de industrie, voor de handel, voor de transportsector, voor de sociale structuur, voor de voedselvoorziening, voor de werkgelegenheid, voor het milieu, voor het dierenwelzijn en voor de handels/betalingsbalans. En natuurlijk dit niet alleen betrekking hebbende op de postzegel Nederland maar ook mondiaal. Voedsel is voor il partigiano de enige echte ‘Moedernegotie’.

il partigiano

il partigiano 23 (veeziekten)

Historische advertentie voor Dr. Sherbinsky's Voorbehoedmiddel tegen de Runderpest, circa 1865.
Advertentie voor Dr. Sherbinsky’s Voorbehoedmiddel tegen de Runderpest, gedrukt door Tjeenk Willink te Zwolle.

Heden ten dage krijgt de intensieve veehouderij vaak de schuld van opkomende ziekten die in potentie over kunnen slaan op de burgerij. Ook de weerstand van de boerenbevolking tegen overheidsmaatregelen is niets nieuws.

Degenen die open staan voor historische parallellen verwijs ik graag naar de veepest, die in 1865 via Engeland uit Rusland kwam ‘overwaaien’.

In de zomer van 1865 werd in de buurt van Schiedam in het spoelingdistrict veepest gesignaleerd. In dat district werden met spoeling (een bijproduct van jeneverstokerijen) koeien voor de slacht gemest. In dat gebied kwam veel vee van buiten terecht. Waaronder veel vee uit Engeland dat weer veel vee betrok uit Rusland. Ook toen werden grondstoffen hergebruikt en was er veel internationale handel met dieren! Ook op dat gebied niets nieuws onder de zon.

De zaak werd door de regering direct hoog opgenomen. Minister-President – tevens minister van binnenlandse zaken – Thorbecke vakantie houdende in Duitsland kwam direct met de “snelsten dag- en nachttrein” terug naar Nederland. Nu zouden we zeggen ‘Chefsache’!

De minister kende de problemen en voorzag dat gemeente en provincie besturen inzake plattelandszaken niet opgewassen zouden zijn tegen de bezwaren van boeren die omwille van economische en godsdienstige redenen bezwaren hadden tegen het afmaken van ziek vee en tegen vervoersverboden. Deze tweede veepest-uitbraak moest snel onder controle worden gebracht.

Liberale pragmatiek was toen klaarblijkelijk nodig als tegenwicht voor de godvruchtigheid der boeren, zoals verwoord in onderstaand gedicht;

Historisch pamflet: Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee, In 't algemeen: Den Digteren van verre in Digtmaet gevolgd. Gedrukt te Harlingen door Frederik Schotsman, 1745.
Weeklagt Over het Wegsterven van het Rundvee — pamflet, Frederik Schotsman, Harlingen.

“Wie zal, ô Christen mensch, aan Gode nooyt volprezen,
Afbidden deze Straf, die zynen Toorn ons zend,
Opdat hy die, helaas! Ten goede van on wend.

Hoe woed het Oorlogs-vuur, in onze Buuren Landen,
Een ander Oorlogs-vuurkomt in ons land ontbranden,
De sterfte onder ’t Vee, een voorbood dat de dood,
Ons op de hielen volgt in deze droeven nood,
Hef dan, ô mensch! met my uw hert en hand tot God,
Op dat hy ons niet zend een nog veel erger lot. “

In pamfletten (nu zou men zeggen sociale media) werden aan de tirannieke overheid tal van verwijten gemaakt. Zo werd zij verweten zich te gedragen als ware zij de Spaanse overheid uit vroeger eeuwen hier te lande. Van de nazi’s hadden de pamflettisten nog niet gehoord, die kwamen pas in 1940 hier te lande. Zoals zo vaak kunnen we leren van de geschiedenis!

In de periode 1865 -1867 teisterden meerdere veeziekten de lage landen. Buiten de veepest waren dat voor runderen zeker ook longziekten en onder schapen de leverbotziekte.

il partigiano

il partigiano 22 (landbouw en de overheid 3)

Schilderij van Gijsbert Karel graaf van Hogendorp, orangist en medeopsteller van de Grondwet van 1815.
Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (1762–1834).

Rutte is geen staatsman zoals Gijsbert Karel van Hogendorp die in 1816 een tocht maakt door het bevrijde vaderland ten einde onze nationale mogelijkheden tot herstel te inventariseren!

Het volgende citaat van Gijsbert Karel graaf van Hogendorp (orangist medeopsteller van de Grondwet van 1815) heb ik gevonden in “EEN EEUW Hollandsch Boerenleven” uitgegeven door de Hollandse Maatschappij van Landbouw in het hoofdstuk “van Napoleon tot Jan Salie” en het is in het huidige tijdsgewricht het lezen waard:

“Onze landbouw, in den uitgebreidsten zin genomen, is één der rijkste van Europa. Wij hebben allerhande granen, groenten en ooit, vlas en hennep, hop en meekrap; wij hebben groote bosschen, hakhout in menigte, vele wegen en grachten beplant, onze weiden zijn bedekt met rundvee, paarden, schapen en varkens… Al deze vruchten van onzen grond leveren schatten op voor ons gebruik en de meeste van dezleve een ruim overschot voor den uitvoer. Het is deze uitvoer en de vraag naar vruchten van onzen grond, die de voortteling van dezelve zoo overvloedig en de zorg om ze in de uiterste volmaaktheid te winnen, zoo groot maakt. “

Het was zijn visie en de doortastendheid en drang naar daden van Koning Willem I die toen Nederland weer deed denken aan de Gouden eeuw.

En wat doet Rutte en consorten? Feitelijk voeren zij weer schaalrechten (accijnzen die een kostprijsverhogende belasting zijn die de overheid heft op zaken waarvan zij het gebruik probeert af te remmen) in, zoals de suikertaks of een heffing op zuivel of vlees. De schaalrechten werden in de jaren van Koning Willem I geleidelijk afgeschaft. De laatste op 1 oktober 1847.

il partigiano

il partigiano 21 (landbouw en de overheid 2)

Boekomslag: Een Eeuw Hollandsch Boerenleven door C.C. Klijnhout, 1847–1947, Hollandsche Maatschappij van Landbouw.
Een Eeuw Hollandsch Boerenleven, C.C. Klijnhout — gedenkboek 1847–1947.

Nu de LTO uit het overleg is gestapt is het misschien aardig om eens naar de geschiedenis te kijken en te beginnen bij één van de rechtsvoorganders van de LTO de Hollandsche Maatschappij van Landbouw opgericht in 1847 en te kijken wat er in de loop der tijd is veranderd.

Portrettekening van een negentiende-eeuwse heer met bril, gekleed in vrijmetselaarsregalia met sjerp en passer-en-winkelhaak.
Mr. G.W. Verweij Mejan in vrijmetselaarsregalia.

De Hollandsche Maatschappij van Landbouw was een organisatie die in den beginne vooral een samenwerking was van landeigenaren die hun belangen bundelden. Het waren vooral grote landbezitters (niet zijnde boeren). Men ging ervan uit dat ‘verheffing’ van de belanghebbenden (de boeren) van de hogere maatschappelijke klassen zou moeten uitgaan. Het eerste bestuur bestond dan ook uit twee advocaten, twee Jonkheren, een doctor en een baron. Voorzitter was Mr. G.W. Verwey Mejan (ook actief in de vrijmetselarij als voorzitter van de Union Royale), algemeen secretaris was Jhr. Mr. D.R. Gevers en penningmeester was Jhr. Mr. H Hoeufft. In 1848 aanvaarde Koning Willem II het beschermheerschap van de Maatschappij. Ook volgende generaties van het Huis van Oranje accepteerden het beschermheerschap. Kortom de ‘hogere’ maatschappelijke klassen gingen aan de slag met de ‘verheffing’ van de bewerkers van het land!

Historische aankondiging van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, Algemeene Vergadering en Tentoonstelling te Leijden, 27 tot 29 september 1849, met vermelding van het hoofdbestuur.
Aankondiging van de Algemeene Vergadering te Leijden, 1849, met het hoofdbestuur en de Koning als beschermheer.

Eén citaat uit de Tweede Algemene Vergadering te Amsterdam in gebouw Odeon op 29 april 1848 is tekenend. Voorzitter Verwey Mejan voorzag drie voordelen;

“Theorie en praktijk van het landbouwbedrijf moeten zich verenigen: de ‘landlieden’ onderling zullen zich hechter aaneensluiten, erkennende, dat het gezamenlijk belang ieders belang is, en tenslotte zal hieruit een toenadering groeien tussenlandbouwers en grondbezitters.”

In moderne termen waren de doelstellingen: het verbeteren van de maatschappelijke positie van agrarische bedrijven, de bevordering van het welzijn en welvaart van ondernemers in de landbouw en hun gezinnen en algemene belangenbehartiging van de leden. De laatste voorzitter van adel was Jhr. Mr. Van Foreest tot 1917. Langzaam namen de boeren de macht over en werd de macht van de grootgrondbezitters kleiner.

In 1991 kwam het tot een fusie van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw en de (R.K.) Land- en Tuinbouw Bond tot de Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie (WLTO).

(R.K.) Land- en Tuinbouw Bond werd in juni 1915 opgericht en was een belangenorganisatie voor katholieke boeren, tuinders en kwekers in het bisdom Haarlem. De WLTO is op haar beurt in 2005 opgegaan in LTO Noord en heeft ondertussen een geheel andere achtergrond dan de ‘adellijke’ Hollandsche Maatschappij van Landbouw.

Nu even kijken wat de beschermheer (Koning Willem-Alexander) van dit alles, gaat doen? Wat zou een andere Willem ervan zeggen?

Gedichtregels van Willem Bilderdijk (1756-1831): In ’t voorleden ligt het heden, in het nu, wat worden zal.
Willem Bilderdijk (1756–1831).

il partigiano

il partigiano 16 (AAA)

Luchtfoto van Bergen op Zoom met de Bergse haven, de Molenplaat en de Oosterschelde op de achtergrond.
Bergen op Zoom vanuit de lucht — de Bergse haven en de Oosterschelde.

Vandaag (20 mei) in de NRC een artikel over het nieuwste boek van Petra Possel over de ansjovis. Eén van de drie zuilen onder de Bergse culinaire traditie van de drie A’s (Aardbei, Ansjovis en Asperge).

Petra Possel verhaalt haar zoektocht van Makkum naar Monterosso en komt ook langs op een soort ‘begrafenis’ in Bergen op Zoom. Met een dagvangst van 370 gram en een litanie van mogelijke oorzaken. Haar beleving: “alleen de cake ontbreekt”.

Arm Bergen op Zoom. Gaan we nu net als de restaurateurs in Collioure (Frankrijk) voor de AAA de ansjovis A nu uit Argentinië halen? Ondertussen is de laatste Bergse ansjovisvisser in 2024 gestopt.

Of gaan we werkelijk werken aan de oorzaken van de achteruitgang van dat lekkere beestje in onze wateren. Zoals de waterkwaliteit in de Ooster Schelde.

il partigiano

IL PARTIGIANO 4 (WIJ WERD ZIJ)

 


| 2023 |

 

Bij het afscheid van de vorige bestuursperiode roemde menigeen de bestuurscultuur van die periode. Er was een groot ‘wij’-gevoel. Nog geen maand verder is het ‘wij’-gevoel verdwenen en is het ‘zij’ in ons mooie waterschap verschenen. Het monistische karakter van het waterschap Brabantse Delta is met één verkiezing, en de aanwijzing en rapportage van één verkenner verdwenen.

Het rare is dat bijna niemand zich afvraagt: waarom was die bij het afscheid zo geroemde, bestuurscultuur zoals die was? Het antwoord is simpel: de bestuursprogramma’s bij Brabantse Delta kenden tot voor kort een breed draagvlak. In de vorige periode was zelfs een bestuursbreed programma tot stand gekomen. In die periode haakte de PvdD weliswaar vroegtijdig af, maar het idee van samenwerking bleef in stand.

En dan is het 15 maart 2023. Vanuit het niets is er een nieuwe leidende partij, de BBB. In mijn beleving een voortbrengsel van de voortrazende onvrede in de samenleving over het bestuurlijk functioneren van de Haagse politiek. Een nieuwe partij is per definitie ontstaan vanuit andere partijen. Maar de ‘nieuweling’ ontbeert de ervaring van samenwerking. Bij de start van het proces om te komen tot een nieuw bestuursprogramma en de vorming van een Dagelijks Bestuur wordt gestart met een verkenner die van de tradities in de Brabantse Delta geen kennis heeft en als bestuurder gevormd is in duaal gemeenteland. En daarmee gewend is te denken aan coalities.

De kernvraag die de verkenner in zijn aanpak formuleerde was dan ook: “Welke coalitie doet volgens u recht aan de verkiezingsuitslag?”. Degenen met wie hij gesprekken voerde, waren in die rol bijna allemaal nieuw. Met mij werd – hoewel ik 30 jaar ervaring in het waterschapsbestuur heb – niet gesproken. Mijn afspraak werd ingepland op een tijdstip dat ik in een vergadering van de landelijke Unie van Waterschappen zat.

Weg traditie van samenwerken op monistische basis. De deur werd opengezet voor een duaal bestuur, voor politisering en polarisatie.

Voor mij is er een déjà vu-gevoel. Na de raadsverkiezingen in 2014 was het voor mij de eerste keer dat ik mij liet verleiden tot deelname aan een proces met een informateur/verkenner. Dat was toen ook geen succes. Destijds liet men mij wachten voor een dichte deur. Een oude onderhandelingstruc om de gesprekspartner te laten beseffen “wie op wie wacht”. Nu was het geen dichte deur maar minachting voor de afspraken die in mijn agenda stonden. Feitelijk vormt dit een effectieve uitsluiting. Dat gevoel van uitsluiting is er nu ook bij andere partijen die niet meepraten.

Weg een traditie van ‘wij’. Voor Ons Water heeft dit als gevolg dat de traditionele samenwerking met WBWB en het vormen van één fractie moet wachten tot na de formatie. We wachten ook eerst op eventuele veranderingen in het reglement van orde. Want er kan best uitkomen dat er per agendapunt maar één spreker kan zijn per fractie. Dan is het samensmelten van twee fracties niet logisch meer.

Wilt u op de hoogte blijven van de geschriften van il partigiano: like dan de pagina Studio 578 op Facebook. Dan mist u niks.

il partigiano

 

 

Louis van der Kallen.


HANS KOCX


Wie is: Hans Kocx

 

60 jaar geleden werd ik geboren in Breda. Na een aantal omzwervingen (maar wel binnen Breda) woon ik momenteel met mijn vrouw en onze zoon in de mooie wijk De Belcrum.

Na eerst 20 jaar in loondienst ervaring te hebben opgedaan in het bedrijfsleven (waaronder ruim 15 jaar bij de Primarkt Groep in Breda), ben ik nu alweer bijna 20 jaar zelfstandig ondernemer.

Ik draag dan ook het bedrijfsleven, en zeker de hardwerkende Mkb’er en ZZP’er, een warm hart toe.

Als eigenaar van een administratiekantoor ligt mijn focus als bestuurslid bij het waterschap uiteraard op de financiële kant van de zaak, maar zeker ook op innovatie, bedrijfsorganisatie, samenwerking (waar mogelijk bij voorkeur met het regionale bedrijfsleven), duurzaamheid en op betaalbaarheid (zo laag mogelijke belastingen).

Omdat de wetgever in al haar wijsheid heeft bepaald dat de zetels van de categorie bedrijven zijn opgeheven, en ik mijn kennis en 15-jarige ervaring in het waterschapsbestuur graag wil voortzetten en zeker niet verloren wil laten gaan, heb ik mij aangesloten bij Ons Water.

Een fractie, en zeker een lijsttrekker, die ik al jarenlang ken. En waarvan ik weet dat die dezelfde uitgangspunten hanteren als ik zelf. Maar die ook staan voor “eenheid in diversiteit”.

Waterschappen zijn niet alleen de oudste bestuurslaag van Nederland, maar zeker ook de bestuurslaag van de  toekomst. En die toekomst wil ik graag mede vorm geven.

De afgelopen 5 jaar hadden we 4 extreem droge zomers (zonder water, geen later !). En in 2021 nog een watersnood in Limburg. Er zijn vergaande zorgen over nieuwe en opkomende stoffen die onze waterkwaliteit bedreigen, alsmede medicijn- en drugsresten die ons water vervuilen. Er spelen momenteel vele vraagstukken waarbij water de hoofdrol speelt. In de eerste plaats uiteraard de klimaatverandering en alle problemen die dat veroorzaakt. Maar denk ook aan de landbouwtransitie, het stikstofprobleem, natuurherstel, klimaatadaptatie in het stedelijk gebied en niet te vergeten waar en hoe bouwen we die noodzakelijke 1 miljoen nieuwe woningen en waar faciliteren we onze bedrijven.

Water is bij dit alles de sleutel.

 

En als waterschap hebben we die sleutel in handen. Maar de vraag daarbij is wel, hoe zorgen we ervoor dat we die sleutelrol goed kunnen spelen, en we dit alles ook betaalbaar houden !

Naast 15 jaar bestuurlijke waterschap ervaring namens de fractie Bedrijven, heb ik in het verleden een ruime bestuurlijke ervaring opgedaan, onder andere als:

  • Lid van het algemeen bestuur van de Kamer van Koophandel West-Brabant
  • Lid van het dagelijks bestuur van de Kamer van Koophandel Zuidwest-Nederland
  • Lid van de ontslagadviescommissie van het UWV
  • Lid van de Raad van Commissarissen van BrIM NV te Breda en de Indumij NV te Bergen op Zoom

 

Naast mijn huidige werk als eigenaar van een administratiekantoor, alsmede mijn huidige lidmaatschap van het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta (en sinds 2015 als fractievoorzitter van de fractie bedrijven) , ben ik momenteel ook:

  • Voorzitter van 2 Verenigingen van Eigenaren te Breda
  • Bestuurslid van de Stichting Innovatiehuis West-Brabant

 

En last but not least;

  • Penningmeester van de Stichting Belcrum Beach te Breda (een stichting die ieder jaar, van april t/m oktober het enige echte stadsstrand van Breda mogelijk maakt).

 

Mijn 10 speerpunten de komende periode zijn:

  • Veiligheid – Onze dijken en andere waterkeringen zijn altijd prioriteit nummer één. Hier mag nooit een risico mee genomen worden, koste wat het kost. Op een robuuste en weloverwogen manier met aandacht voor toekomstige (langjarige) ontwikkelingen.
  • Waterbeschikbaarheid – Zorg voor voldoende water, niet te veel maar zeker in droge tijden ook niet te weinig. Houdt water zo lang mogelijk vast (waterbekkens) en voer (waar mogelijk) water aan. Laat water niet verloren gaan (hergebruik van bijv. gezuiverd water).
  • Waterkwaliteit – Zorg voor veilig, schoon en helder water. De flora en fauna in het water dienen gezond te zijn en moeten zich voldoende kunnen ontwikkelen. Verbeter de waterzuivering door medicijn- en drugsresten zo goed als mogelijk te filteren.
  • Innovatie – Kijk voor het oplossen van hedendaagse en toekomstige problemen naar nieuwe en innovatieve oplossingen. Denk daarbij ook “out-of-the box”. Werk hierbij samen en kijk naar best-practices zodat niet iedere keer het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden.
  • Betaalbaarheid – Bij alle werkzaamheden en in de gehele organisatie moet efficiëntie en daardoor de betaalbaarheid voorop staan. Waardoor de kosten (belastingen) voor de burgers en bedrijven beperkt kunnen worden. Maximaal nut met minimale kosten !
  • Klimaatadaptatie en klimaatmitigatie – Heb een open oog voor de huidige (en toekomstige) klimaatveranderingen. Zorg voor maatregelen om de negatieve gevolgen daarvan te beperken (adaptatie) dan wel om de klimaatveranderingen te verminderen (mitigatie)
  • Samenwerking – Meer intensiever en innovatiever samenwerken met Gemeenten en het bedrijfsleven om zo efficiënter (en sneller) te werken en om de kosten van goed waterbeheer zo laag mogelijk te houden.
  • Verantwoordelijkheid – Kijk naar oplossingen voor het heden maar zonder toekomstige generaties te belasten met kosten en lasten. Zoals een verslechterend milieu of torenhoge schulden. En wees duidelijk: Zeg wat je doet en doe wat je zegt.
  • Waterbewustzijn – Zorg voor meer waterbewustzijn bij burgers en bedrijven. Wees helder in de communicatie. Betrek zoveel mogelijk burgers, bedrijven maar ook scholen en kennisinstellingen bij het waterschap werk. Vertel wat we doen en waarom we het doen.
  • Continuïteit – Zorg ervoor dat het waterschap dé zelfstandige waterautoriteit blijft. Koester de kennis en kunde binnen de waterschappen en morrel niet aan hun organisatie en/of zelfstandigheid. Verdere schaalvergroting is niet wenselijk, samenwerking wel.

 

 

Daarom is mijn motto:

Zorg voor later, stem Ons Water !

En dan uiteraard bij voorkeur op mij, de nummer 5 van lijst 2.

Zodat mijn deskundigheid, jarenlange ervaring en no-nonsens beleid voortgezet kunnen worden.

Mag ik 15 maart aanstaande op uw stem rekenen ?


 

HANS VAN BRENKELEN

 


Naam

Hans van Brenkelen

Woonplaats

Zevenbergschen Hoek

Geboorte datum

10 december 1952

Geboorte plaats

Rotterdam

Burgerlijke staat

Gehuwd, vanaf 1977 met Cisca van Tetering. Wij hebben 2 zoons (Jildit en Gerwin).

Beroep

Gepensioneerd vanaf december 2018.

Mijn laatste werkgever was de gemeente Rotterdam in de functie van (financieel) beleidsmedewerker. (1981-2018)

Politieke functies

Raadslid gemeente Moerdijk en voorheen gemeente Zevenbergen (1990-heden). Waarvan van 2002 tot 2006 wethouder in de gemeente Moerdijk.

Bestuurlijke functies

Voorzitter Stichting Kinderspeeltuin Zevenbergschen Hoek

(2e ) Voorzitter/secretaris postduivenorganisatie Brabant2000; RCC-West; PV Ons Genoegen.

Motivatie

Gezond water is van levensbelang als bron van leven voor mens en natuur. Mensen gebruiken het als drinkwater, voor recreatie, scheepvaart, landbouw en proceswater voor de industrie. Voor planten en dieren die in het water leven, is het de natuurlijke omgeving.

Onze totale waterhuishouding komt steeds dichter bij ons via allerlei media kanalen gezien de klimaatveranderingen. Ook op lokaal niveau worden wij er bij betrokken. Dit gegeven heeft mijn persoonlijke belangstelling gewekt. Ik wil mij persoonlijk inzetten om de totale waterhuishouding voor mens en natuur in onze regio in goede banen te leiden. Vandaar mijn aansluiting bij OnsWater en mij verkiesbaar te stellen voor de Waterschapsverkiezingen op 15 maart 2023.