BEGROTINGSVERGELIJKING 2005 – 0010

 


 

Bergen op Zoom, 1 augustus 2005

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Zeeuwse Eilanden

per e-mail

 

Geacht Bestuur,

Recent is verschenen de begrotingsvergelijking 2005 “beleidsambities en lastendruk vergeleken” van de Vereniging van Directeuren van Waterschappen.

Het doet mij deugd dat ons waterschap er niet slecht uitkomt. Er blijven echter altijd een aantal verbeteringen mogelijk c.q. vragen te beantwoorden.

Pagina 20, tabel 7/pagina 27 tabel 13

Bij vrijwel alle beleidsthema’s scoort WZE boven gemiddeld, op het thema grondwater-problematiek na, waar wij tot de achterhoede horen.

Uit tabel 13 blijkt dat er geen sprake is van een actieve samenwerking met gemeenten bij het stedelijk grondwater.

VRAGEN

1. Er is wel degelijk sprake van een stedelijk grondwaterprobleem. Wat zijn de motieven om af te zien van een actieve rol bij de aanpak van de grondwaterproblematiek?

2. De meeste andere waterschappen zien de samenhang tussen oppervlakte water en de grondwaterproblematiek en dringen bij de provincies aan op een waterschappelijke rol in deze. Waarom heeft WZE op dit punt niet aangedrongen op de overdracht van provinciale bevoegdheden?

3. Uit tabel 10 blijkt dat ten aanzien van watertekort er per eind 2005 geen calamiteitencommissie zal zijn bij WZE. Tevens blijkt uit deze tabel dat het “percentage landelijk gebied waarvan GGOR opgesteld” nul bedraagt. Binnen het kader van het Nationaal Bestuursaccoord Water (NBW) is dit alles wel geboden. Waarom blijft WZE hier achter?

Pagina 28, tabel 14

Hier is een compliment op zijn plaats. WZE is koploper ten aanzien van het percentage gemeenten waarmee optimalisatiestudies afvalwaterketen (OAS-studies) zijn uitgevoerd.

Een minpunt hier lijkt het feit dat men op ‘plannen anders dan bestemmingsplannen’slechts op ad-hoc-basis een watertoets loslaat.

VRAAG

4. Wat zijn de criteria voor ad-hoc?

Pagina 30, grafiek 1

In de kosten van planvorming als percentage van de totale kosten voor waterkering, waterkwaliteit, waterkwantiteit, wegenbeheer en vaarwegenbeheer is WZE een negatieve uitschieter met meer dan 14 % bij een mediaan van ca. 4 %.

VERZOEK

Het komt mij voor dat een grondige analyse hier op zijn plaats is. Ondergetekende verzoekt Uw DB een dergelijke analyse uit te voeren en terug te koppelen naar de commissie financiën.

Pagina 32

Uit tabel 15 blijkt dat het percentage primaire keringen dat eind 2005 voldoet aan de veiligheidseisen slechts 60 % is.

VRAAG

5. Is dit juist? Wat mankeert er aan? Welke keringen betreft het en welke acties lopen er om hier verbetering te bekomen?

Pagina 38

Uit tabel 18 blijkt dat wij als enig waterschap ruim gaan voldoen aan de realisatie eisen van natte ecologische verbindingszones! Een groen compliment waard!

Pagina 40

Uit tabel 19 blijkt dat slechts voor 15 % van het WZE areaal een conserverend peilbeheer gevoerd is.

VERZOEK

Kan in deze het beleid eens worden toegelicht?

Pagina 41

Wederom een compliment. Als één van de weinige waterschappen scoren wij 100 % als het gaat om het aantal gemeenten met een stedelijk baggerplan in het kader van het tienjarenscenario. Een optimaal resultaat om subsidies binnen te halen.

Pagina 45/46

Met groene vreugde gelezen onder het kopje ‘percentage fosfaatverwijdering middels biologische wijze’: “Uitschieters naar boven liggen rond de 90 % of nog hoger, waarbij Zeeuwse Eilanden de kroon spant met 100 %. Dit betekent dat er geen chemicaliën behoeven te worden ingezet voor het defosfateringsproces, hetgeen een milieuvoordeel oplevert”.

Je zou bijna denken dat al die groene complimenten komen omdat we een actieve groene fractie hebben.

Naar aanleiding van het hoofdstuk ‘vergunningverlening en handhaving keur’

VRAAG

6. Hoe staat het met de digitalisering van het proces van een keurvergunningsaanvraag en verlening? Bijvoorbeeld aanvraagformulier en indiening via internet.

Een drietal waterschappen hebben in de keur voorschriften opgenomen voor natuurlijkvriendelijk onderhoud. Mogelijk ook iets voor WZE om bij de eerstvolgende keuraanpassing mee te nemen.

Pagina 58

Tabel 26 laat zien dat WZE het slechtste scoort op het gebied van het percentage lozingen voorzien van een adequate vergunning en ook het gebruik van beoordelingsmethodieken bij een vergunningsaanvraag is bij ons erg laag.

VRAAG

7. Zijn de vermelde cijfers juist? Zo ja, wat zijn dan de inspanningen c.q. planning om aan deze onwenselijke situatie een eind te maken?

Pagina 60

“Rivierenland, Rijnland en Zeeuwse Eilanden gebruiken blijkbaar in alle gevallen het vergunningsinstrument (want er wordt ook niet passief gedoogd)”.

VRAAG

8. Het vorenstaande lijkt in strijd met de ’51 % adequate vergunningen’ in tabel 26. Is het gestelde in het citaat van pagina 60 juist?

Pagina 66

Grafiek 10 laat zien dat de kosten per aanslagregel bij WZE veruit de hoogste zijn van alle waterschappen, ruim € 12, terwijl de mediaan ruim € 5 is.

VERZOEK

Dit vereist een analyse naar de opbouw van deze invorderingskosten en naar de mogelijkheden tot bezuinigingen. Ondergetekende verzoekt Uw DB deze acties te ondernemen en daarvan verslag uit te brengen aan de commissie financiën.

Pagina 68, 72 en 74

Tabel 28 (beleidsaspecten bestuur) en tabel 32 (beleidsaspecten externe communicatie) laten zien dat die aspecten uitstekend geregeld zijn en ook nog, zo blijkt uit grafiek 11, tegen de laagste kosten! Wederom een compliment waard.

Pagina 75/83, hoofdstuk 16

‘De ontwikkeling kosten en belastingopbrengsten 2005-2009’ roepen een aantal vragen op.

taakontwikkeling kostenontwikkeling opbrengsten
waterkering– 8 %– 1 %
waterkwantiteit+ 18 %+ 22 %
waterkwaliteit+ 12 %+ 15 %
wegenbeheer– 12 %– 6 %

Uit vorenstaande kosten- en opbrengstontwikkelingen over de periode 2005-2006 mag geconcludeerd worden dat er ruimte zit in de tariefsprognoses en dat deze mogelijk neerwaarts bijgesteld kunnen worden!

De voorziene kostenontwikkeling voor de waterkeringstaak lijkt in tegenspraak met de constatering uit tabel 15 (pagina 32) dat het aantal primaire keringen dat aan de veiligheidseisen voldoet slechts 60 % is.

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


BEGROTINGSVERGELIJKING 2005 – 0011

 


 

Bergen op Zoom, 1 augustus 2005

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail info@brabantsedelta.nl

 

Geacht Bestuur,

Recent hebben de AB leden mogen ontvangen het rapport begrotingsvergelijking 2005 ‘beleidsambities en lastendruk vergeleken’, waarvan behandeling is voorzien in het AB van 28 september.

Pagina 21

Uit tabel 8 blijkt dat wij slecht scoren ten aanzien van de implementatie van het Nationaal Bestuurs Accoord Water. Met name het beperkte aantal maatregelen in voorbereiding is daar de oorzaak van.

VERZOEK

Vriendelijk verzoek om in de analyse, die Uw DB in voorbereiding heeft, aan te geven welke overwegingen aan dit beperkte aantal ten grondslag liggen.

Pagina 24

Uit tabel 11 blijkt dat bij BD het percentage regionale keringen met door de provincie vastgestelde veiligheidseisen op 1 januari 2005 nul is!

VRAAG

1. Wie blijft hier in gebreke? Heeft de provincie de veiligheidseisen al vastgesteld? Zo ja, hoe zorgt de BD dat onze keringen daar aan voldoen en op welke termijn?

Pagina 26

De bestuurlijke houding ten aanzien van de stedelijke grondwaterproblematiek is onhelder, althans door ondergetekende niet te destilleren uit tabel 13. Ja, we werken actief samen. Nee, we inventariseren niet actief. Ja, we willen dat de provincie de grondwatervergunning-verlening overdraagt. Nee, we hebben die ambitie niet als het gaat om de grotere drinkwater-onttrekkingen.

VERZOEK

Graag hierop een toelichting.

Wat ondergetekende betreft wordt de stedelijke grondwaterproblematiek nauw betrokken bij de besluitvorming rond peilbesluiten.

Pagina 38

Uit tabel 18 blijkt: ‘het percentage verdroging teruggedrongen ten opzichte van totaal verdroging’ van BD is met 34 % relatief beperkt.

VERZOEK

Gaarne een overzicht van de lopende projecten met een inschatting van de te bereiken doelen in deze.

Pagina 40

Uit tabel 19 blijkt dat BD bedroevend slecht scoort qua areaal met conserverend peilbeheer. Mijn verwachting was anders.

VRAAG

2. Klopt dit getal in tabel 19? Zo ja, waarom is dit bij ons, met toch een stevig gebied waarvoor peilbesluiten gelden, zo laag?

Pagina 41

Met 19 % gemeenten met een stedelijk baggerplan in het kader van tienjarenscenario scoren we zeer laag. Een gemiste kans om uit die subsidiepot te eten en iets goeds te doen voor het milieu.

Pagina 52

VRAAG

3. Waarom heeft BD als enige deelnemer aan deze begrotingsvergelijking buiten vaarwegen ook havens in beheer? Hoe is het zo gekomen en moet dit zo blijven?

Pagina 53/55

BD komt er niet mooi uit ten aanzien van handhaving. Op het moment van datavergadering bleek er geen beleidsplan handhaving te zijn. “De verschillen tussen de deelnemers zijn zeer groot; bij Rijnland, Brabantse Delta, Veluwe…… is het aantal controles zo laag, dat eigenlijk niet over een adequate handhaving kan worden gesproken”.

Het wordt tijd dat er op een andere manier naar handhaving wordt gekeken. Een dergelijk citaat maakt ondergetekende niet blij en doet mij met schaamte vollopen. Dit vraagt om actie!

Als we toch naar de keur/vergunningverlening en handhaving kijken zou het goed zijn digitalisering van het hele proces na te streven. Van aanvraag tot verlening van een keurvergunning via internet moet mogelijk worden.

Ook het voorbeeld van de drie waterschappen met voorschriften in de keur voor natuurvriendelijk onderhoud verdient navolging.

Pagina 58

Hier is een compliment qua controles op zijn plaats. Of is 5x meer dan de mediaan iets te veel van het goede en zou een verschuiving van de prioriteiten naar de keur qua controles goed te motiveren zijn?

VERZOEK

Graag uitleg over het lage afkoppelpercentage in bestaand gebied (tabel 26). Waarom blijven wij achter?

Ten aanzien van de ontwikkeling van kosten en belastingopbrengsten 2005-2009, hoofdstuk 16, valt op dat bij waterkering, waterkwantiteit en vaarwegenbeheer de opbrengsten relevant meer stijgen dan de kosten.

Dit leidt tot de conclusie dat in de meerjarenprognose de tariefsontwikkeling vermoedelijk gematigd kan worden c.q. moet worden.

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


BEGROTINGSVERGELIJKING 2005 – 0012

 


 

Bergen op Zoom, 1 augustus 2005

 

Aan het Dagelijks Bestuur van

Waterschap Rivierenland

per e-mail: info@wsrl.nl

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Recent is verschenen de begrotingsvergelijking 2005 “beleidsambities en lastendruk vergeleken” van de Vereniging van Directeuren van Waterschappen.

Kijkend naar ons waterschap dan worden we daar niet vrolijk van. Bij het totaal overzicht van de beleidsthema’s op pagina 20, tabel 7 zijn we hekkensluiter. Dit verlangt een grondige analyse en bespreking in de algemene vergadering.

Ik verzoek Uw DB dan ook om voornoemde rapportage aan ieder AB-lid ter beschikking te stellen en dit stuk samen met een analyse te bespreken. Hierna kan een nieuw gekozen bestuur in een dan te formuleren beleidsprogramma keuzes maken om te komen tot beter presteren en ambities die recht doen aan onze taken.

Het navolgende zou ik graag meegenomen zien in Uw te maken analyse:

Naar aanleiding van pagina 21, tabel 7

VRAAG

1. Hoe vullen wij het nationaal bestuursaccoord water in? Het lijkt er op alsof WSRL in dit kader nauwelijks iets doet.

Uit pagina 22, tabel 9 maak ik op dat de stedelijke wateropgave uit het NBW niet actief wordt opgepakt. Ik betwijfel of dit klopt. Gaarne uitleg.

Op pagina 24, tabel 11 is te lezen dat het percentage regionale waterkeringen met door de provincie vastgestelde veiligheidseisen op 1 januari 2005 nul is.

VRAAG

2. Wie treft dit gebrek? Heeft de provincie de veiligheidseisen nog niet vastgesteld of pakt WSRL dit niet adequaat op?

Pagina 26, tabel 13

VRAAG

3. We zeggen ja op de vraag of wij actief samenwerken met gemeenten bij stedelijke grondwater. We zeggen nee op de vraag of we actief inventariseren bij de problematiek van stedelijk grondwater. Hoe zit het?

Het wordt tijd dat ook het WSRL de stedelijke grondwaterproblematiek meeneemt bij de besluitvorming rond peilbesluiten.

Pagina 32, tabel 15

VRAAG

4. Als het gaat om het percentage van totaal aantal personen dijkwacht waarmee jaarlijks wordt geoefend behoren we tot de achterhoede met 43 %. Wat is in deze het beleid?

Pagina 38, tabel 18

Het is niet allemaal kommer en kwel. Hier past een compliment. WSRL is koploper als het gaat over de terugdringing van de verdroging met 81 % ten opzichte van mediaan van 46 %.

Pagina 40, tabel 19

VRAAG

5. Is het zeer lage percentage van 5 % van het areaal waarvoor een conserverend peilbeheer wordt gevoerd juist? Zo ja, hoe komt het dat dit zo laag is?

Pagina’s 53 – 55

De vergunningverlening en handhaving van de keur blijkt bij WSRL goed geregeld. Het kan vast nog beter. Zo zou het mogelijk moeten worden aanvraag en verlening via internet te doen. Ook zou het voorbeeld van drie waterschappen gevolgd kunnen worden die in de keur voorschriften hebben opgenomen voor natuurvriendelijk onderhoud.

Pagina 64, tabel 27

Ook ten aanzien van de beleidsaspecten heffing en invordering zijn verbeteringen en kostenbesparingen mogelijk, zo lijkt het. Met name in de digitale mogelijkheden en samenwerking lijken we achter te lopen. Het zou goed zijn dit mee te nemen in de analyse om tot verbeterpunten te komen.

Pagina 68, tabel 28

Qua bestuur zijn er wel enkele slagen te maken bij de start van de nieuwe bestuursperiode, bijvoorbeeld een bestuursprogramma formuleren en de opstelling van een integriteitscode voor bestuurders en ambtenaren.

Pagina 74, grafiek 11

Onze kosten van bestuur en externe communicatie zijn relatief hoog. Voor bestuur is dat vermoedelijk tijdelijk. De kosten voor externe communicatie zouden nadrukkelijk in de analyse meegenomen moeten worden.

Hoofdstuk 16, Ontwikkeling kosten en opbrengsten 2005/2009

De kosten van waterkering, waterkwaliteit en waterkwantiteit stijgen minder dan de begrote opbrengsten. Dit biedt dus ruimte voor een grotere matiging van de tarieven dan tot nu toe aangenomen, zo lijkt het.

Uw reactie tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

L.H. van der Kallen

 


KRW RIJN-WEST – 0013

 


 

Bergen op Zoom, 1 augustus 2005

 

Aan het Dagelijks Bestuur van

Waterschap Rivierenland

per e-mail: info@wsrl.nl

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Recent is verschenen de karakterisering deelstroomgebied Rijn-West. Dit stuk leidt voor ondergetekende tot een aantal vragen/bemerkingen, te weten:

pagina 23

“De afstemming inzake afbakening van grensoverschrijdende grondwaterlichamen is nog niet afgerond. Ook de karakterisering van deze grondwaterlichamen is een kennishiaat. De richting en grootte van de grensoverschrijdende grondwaterstroming dient te worden vastgesteld, bij voorkeur in samenspraak met de buurlanden”.

VRAAG

1. Wie is hierbij de initiatiefnemer?

pagina 55

Uit tabel 3.4b blijkt dat in het rivierengebied relatief weinig (4) virtuele waterlichamen met toetsingswaarden zijn vastgesteld.

VRAAG

2. Zijn in het rivierengebied dezelfde criteria gehanteerd als elders in het stroomgebied bij de bepaling van de aard, omvang of het aantal van de virtuele waterlichamen?

pagina 57

“De wijze van bepaling van de 100-jaarszone is door elke betrokken provincie op een iets andere wijze uitgevoerd”.

Hier zou harmonisatie van methoden, regelgeving en werkwijzen op z’n plaats zijn!

pagina 91

“Daarnaast wordt geen nieuw gecreosoteerd hout meer toegepast”.

VRAAG

3. Deze tekst is niet geheel juist. Uit enkele begraafplaatsreglementen blijkt dat men voor de verankering van grafmonumenten nog steeds verduurzaamd/gecreosoteerd hout voorschrijft. Ligt hier een taak voor het waterschap om richting begraafplaatsen op dit punt stappen te ondernemen?

pagina 91

“Diuron is sinds 2000 voor elke toepassing verboden in Nederland. Regionaal zal de stof geen probleem meer vormen in 2015. Mogelijk zou door belasting vanuit het buitenland de stof nog wel in rijkswateren een probleem kunnen geven.

VRAAG

4. Deze tekst lijkt in strijd met de tekst op pagina 77 (“Diuron (herbicide) is voor gebruik in de landbouw in 1999 in Nederland verboden, maar wordt nog beperkt toegepast als anti-foulingsmiddel”). Welke tekst: pagina 91 of pagina 77 is juist?

pagina 91

“Omdat het in het buitenland nog wordt gebruikt, komt Endosulgan via atmosferische depositie en de grote rivieren nog in de Nederlandse wateren terecht”.

De regelgeving ten aanzien van verboden stoffen, zoals Diuron en Endosulfan dienen op Europese schaal geharmoniseerd te worden!

pagina 112

“De in Nederland onderscheiden waterdiensten betreffen drinkwaterverzorging, riolering, afvalwaterzuivering, grondwaterbeheer en het regionale watersysteem”.

Hier ontbreekt de scheepvaart c.q. het bevaarbaar houden als waterdienst. Deze omissie is des te meer van belang, omdat de KRW uitgaat van de vervuiler betaalt en van het kostenterug-winningsprincipe.

Onderstaand enkele citaten uit de karakterisering deelstroomgebied Rijn-West, die de belasting door de scheepvaart onderschrijven:

– pagina 76 t.a.v. fluorantheen: “Tenslotte is een belangrijke bron de coating van de binnenvaartschepen (17 %)”

– t.a.v. benzo(k)fluorantheen: “Een andere bron die wordt geschat is de emissie uit de onderwateruitlaten van recreatievaartuigen (23 %)”

– t.a.v. benzo(a)pyreen: “de belangrijkste bron is de coating van de binnenvaartschepen (51 %)

– pagina 77: “verontreinigde waterbodems (samen met opwoeling door recreatie- en beroepsvaart) zijn in Rijn-West belangrijke overige belastingen”

– zie tevens het eerdere citaat inzake Diuron als anti-foulingsmiddel.

VRAAG

5. Is het DB met ondergetekende van mening dat scheepvaartdiensten ook voor kostenterugwinning in aanmerking zouden moeten komen?

Op 13 juli stelde ondergetekende een aantal vragen inzake de karakterisering van het Nederlandse Maastroomgebied. Gezien een zekere samenhang stel ik gezamenlijke beantwoording met deze brief op prijs.

Met vriendelijke groet,

L.H. van der Kallen