OVER WATER – 26: ASSET MANAGEMENT

 

| 30-01-2016 | 12.00 uur |


 

26 januari
lefIn de middag een “Expertmeeting Assetmanagement” bijgewoond in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat in Utrecht. De bijeenkomst werd georganiseerd door het Bouw Regie Netwerk. Dit soort bijeenkomsten zijn gericht op kennis delen. Er waren een aantal presentaties. Vooral de presentatie door een medewerker van Enexis maakte op mij een grote indruk. Het doel van assetmanagement is het vinden van het onderhoud/investeringoptimum waar tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid een balans gevonden moet worden. Als het goed gebeurt, kan dat tot behoorlijke besparingen en/of kwaliteitsverbeteringen leiden. Wel vergt het een omgaan met dilemma’s. Welk risico op welke gebeurtenis is aanvaardbaar. Feitelijk maakt de wetgever ook dat soort afwegingen als de norm wordt vastgesteld voor de veiligheid tegen overstromingen. Daar waar meer mensen wonen of meer kapitaal geïnvesteerd is, is de vastgestelde minimale veiligheidsnorm hoger. De Randstad kent nu een bijna 8 maal hogere veiligheidsnorm dan het Rivierengebied en een circa 40 maal hogere norm dan de Limburgse polders langs de Maas. 

Voor een politicus/bestuurder zitten er wel wat haken en ogen aan de discussie over assetmanagement. Wordt er een mooie bezuiniging gerealiseerd, dan is de portefeuillehouder financiën de gevierde man. Blijkt echter na jaren dat de risico’s te optimistisch te zijn ingeschat, dan is de bestuurder die over dat bedrijfsonderdeel gaat de sigaar en krijgt dan prompt de Zwarte Piet. 

27 januari
Om 9.00 uur op het stadskantoor van Breda De bestuurlijke begeleidingsgroep van de Samenwerking Water West-Brabant (SWWB). Samenwerken tussen waterschap en gemeenten is niet altijd even makkelijk. De uitwerking van een gezamenlijk investeringsprogramma blijft lastig. Is het nieuw? Zijn de ambities al niet hoog genoeg? Als er meer bezuinigd kan worden of de kwaliteit met dezelfde euro’s verbetert, is het waterschap er klaar voor. Gemeenten lijken soms moeite te hebben om lopende de rit voor hun gevoel nieuwe ambities te formuleren. Voor de waterschapbestuurders was het helder: het is niet nieuw en waar kansen liggen moeten we die onverwijld oppakken. Het moet en kan immers beter en goedkoper. Het is moeilijk om bij samenwerken ook de agenda van een ander te zien, laat staan de gemeenteraad er aan te laten wennen dat als een andere gemeente er beter van wordt, het ook een gezamenlijke winst is.

Begin van de middag een evaluatie van het voorgaande overleg met een beleidsambtenaar.

fort altenaDaarna naar fort Altena voor een bijeenkomst van het Biesbosch streeknetwerk met een inspirerend verhaal van de directeur van het Biesbosch Museum.

In de avond een AB vergadering met als belangrijkste agendapunt de “aanpak blauwalgenoverlast 2016-2020”.

28 januari
Om 9.30 een gesprek met de Unie, commissie Aanpassing Belastingstelsel te Boxtel. Samen met andere AB leden werden er suggesties ingebracht om het huidige, voor velen ingewikkelde, belastingstelsel van de waterschappen rechtvaardiger en zo mogelijk eenvoudiger te maken.

Om 13.00 uur het overleg van het bestuurlijk trio van de Samenwerking aan Water in Midden en West-Brabant (werkeenheid 4) te Oosterhout. Over de gezamenlijke projecten voor 2016.

In de avond op verzoek van wethouder Gerard Bruijniks van Loon op Zand de raadsbijeenkomst over de op te stellen hemelwatervisie bijgewoond. De gemeente Loon op Zand verdient een vet compliment voor de manier waarop zij dit proces aanpakt en de wijze waarop zij haar burgers hier bij betrekt. De gemeente beseft terdege dat de aanpak van de twee jaar achter elkaar optredende wateroverlast door extreme buien alleen samen met haar burgers en ondernemers tot een succes is te maken. Ook de ZLTO was uitgenodigd en leverde ook een bijdrage aan de discussie.

29 januari
Om 10.00 uur een bestuurlijk overleg met wethouder Ad van Beek van de gemeente Dongen over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.  

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 36: MAAK VAN VOLKERAK-ZOOMMEER GEEN PROBLEEMGEBIED

 

| 26-01-2016 | 09.30 uur |


 

 

blauwalgMilieuomstandigheden die naar het gevoel van de mens een negatieve wending nemen, krijgen vaak het etiket ‘waterkwaliteitsprobleem’. Zo constateerde men blauwalgenbloei in een periode van de zomer op het Volkerak-Zoommeer (VZM). Voor ons onaantrekkelijk en het geeft overlast. Objectivering van de ontstane situatie is volgens ir. W. Lases een eerste vereiste, voordat men besluit tot maatregelen. Bezint eer ge begint.  

Een milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen.  De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk van af te blijven. Het VZM heeft in de enkele decennia van haar bestaan een hoge mate van stabiliteit bereikt. In het meer is de blauwalgenbloei de laatste tien jaar sterk afgenomen, tezamen met het chlorofylgehalte, de voedingsbodem voor blauwalgen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. De biodiversiteit is inmiddels groot en ontwikkelt zich verder. Natuurliefhebbers kijken er hun ogen uit.

Problematisch beleid
Verzilten is nog altijd het beleidsvoornemen. Deze aanslag op het milieu zal massale sterfte veroorzaken van de nu rijkelijk aanwezige zoetwaterorganismen. Het afstervend ecosysteem maakt vervolgens een explosie van maritieme blauwalgen mogelijk. Blauwalgen kunnen daarom geen reden zijn voor het beleid van drastische maatregelen zoals algehele verzilting en de introductie van beperkt getij via een gat in de Brouwersdam.

Destructieve zoetwaterbesparing
Dan resteert de stelling, dat men met verzilting zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van maximaal 450 mg Cl’/l te voldoen.

Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een toekomstig zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. Het gebrek aan zoet water wordt hierdoor op den duur alleen maar nijpender en van effectieve besparing is dan ook geen sprake. Zo creëren we zelf het probleem van waterschaarste.

Planvorming in alle haast doorgedrukt
Met het Manifest Waterpoort en met het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio. Deze kwam nog sneller tot stand dan het discutabele Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. Participatie en inspraak bleken een wassen neus zodra deze niet in lijn met de plannen lagen. Er spelen tal van belangen zoals het verpachten van percelen voor schelpdierteelt, besparingen bij de Krammersluizen en aanleg en exploitatie van jachthavens. Dit alles gaat ten koste van West-Brabant, de natuur en de zoetwatervoorziening. Nu worden nog alleen de projecten Flakkeese Spuisluis en Roode Vaart gerealiseerd. Of de verzilting er ooit komt is onzeker, want de financiering is lang niet rond.

Momenteel wordt het VZM gereed gemaakt voor noodopvang van rivierwater om voorlopig de waterveiligheid van de Drechtsteden wat te vergroten. Met verzilting zou men een herhalend en fors probleem scheppen. Elke berging van zoet water op een zout milieu leidt tot een ecologische ramp.

Kritiek op de hype van zilte plannen
Een bres met centrale in de Brouwersdam en verzilting van het VZM zijn vooral voor de (internationale) bühne en zetten geen zoden aan de dijk. Het blijven nu eenmaal averechtse acties. Er komt steeds meer ongezouten kritiek op het binnenhalen van de zee. Verzilting voorkomen is altijd een betere strategie, dan achteraf proberen om deze weer teniet te doen. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM inmiddels omstreden en worden de toenemende en blijvende negatieve gevolgen van verzilting steeds meer onderkend. Vlaanderen wenst het ook niet. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Hou het milieu gezond
Gelukkig blijkt het Volkerak-Zoommeer vrij probleemloos. Regionale milieugroepen, waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen, beroepsvissers en ideële organisaties streven er naar duurzaamheid, kwaliteit en het tegengaan van verzilting. Het einde van de dreiging door korte termijn maatregelen en ondoordachte planvorming moet dan ook in zicht komen. Maak geen problemen waar ze niet zijn.

Ir. Wil Lases

 


OVER WATER – 25

 

| 23-01-2016 | 09.30 uur |


 

15 januari
In de middag een extra AB met als enig agendapunt het mandaat aan het DB tot herstructurering van de leningenportefeuille van het waterschap. Het gevolg: een forse besparing op de rentekosten in de komende jaren.

18 januari
In de morgen een bestuurlijk overleg met wethouder Gerard Bruijniks van de gemeente Loon op Zand over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.           

Aan het eind van de middag een bestuurlijk overleg over de het project Westelijke Langstraat met gedeputeerde van den Hout, wethouder mevr. Keijzers-Verschelling van Waalwijk en de heer de Wit, het hoofd van Staatbosbeheer in Noord-Brabant. Hernieuwde afspraken zijn gemaakt om de realisatie van het ruim 600 hectare groot natuurgebied weer actief op te pakken. Hierbij komt de focus te liggen op het realiseren van het gebied per peilvak.         

19 januari
In de morgen DB vergadering met een presentatie en discussie over duurzaam financieel beleid. En besluiten over o.a. het projectplan EVZ Dorpswaterloop te Alphen, de intentieovereenkomst Deltaplatform, een uitvoeringskrediet voor het baggeren van het Mark-Vlietsysteem, een aantal stukken over de nieuwe haven van Waalwijk en een mededeling over de resultaten van de heroriëntatie archiefbeheer. De heroriëntatie was één van de kernpunten van mijn vorige bestuursperiode (gestart in februari 2012) wat door Jan Slenders verder is afgemaakt en geresulteerd heeft in een forse besparing van 1.48 miljoen euro over de periode 2013 -2022.

In de middag een fors aantal afspraken met beleidsambtenaren over o.a. de wateropgave Loon op Zand,  de Westelijke Langstraat, cultuurhistorie en de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak (GEA). Ook een gesprek met collega heemraad Arie Bassa over de aanpak van werkeenheid 4, waarin ik ook de drie gemeenten in het werkgebied van het waterschap Rivierenland (Werkendam, Woudrichem en Wijk en Aalburg) onder mijn hoede heb. Ik mag, net als in de vorige periode, in dat werkgebied ook namens waterschap Rivierenland blijven optreden. Hierbij is mijn jarenlange ervaring als AB lid van het voormalige waterschap Alm & Biesbosch heel behulpzaam. Ik ken daardoor het gebied en de bestuurders goed.

20 januari
Al om negen uur een overleg op het stadskantoor van Tilburg met o.a. wethouder Mario Jacobs van Tilburg, wethouder Guus van der Put van Goirle en Guïljo van Nuland van Brabant Water over het beheer van een bosgebied.

water in de tuinDe middag doorgebracht bij een expertsessie ‘Water in de tuin’ waarbij ook uit de regio deskundigen en hoveniers aanwezig waren in het Natuurpodium Brabantse Wal. Op de bijeenkomst kon ik mijn kennis en ideeën, hoe het beter zou kunnen, goed kwijt. Ook de gemeentelijke deskundigen lieten zien dat het waterbewustzijn bij ambtenaren een keer ten goede aan het maken is. Ook mijn frustraties over het feit dat het al meer dan 40 jaar verwaarlozen van dit thema een relevant aandeel heeft in het ontstaan van de soms optredende wateroverlast, de toename van de hittestress in stedelijk gebied en de verschralende biodiversiteit en achteruitgang van vogel en vleermuis aantallen vond weerklank. Hopelijk wordt de ingebrachte kennis van een ieder en zeker ook van de hoveniers gebruikt om tot een ander beleid bij gemeenten en huisvesters te komen.

21 januari
In de avond de fractievergadering van Ons Water/Waterbreed. Hierbij konden, buiten het doorspreken van de AB agenda, ook de aandacht vragende thema’s voor toekomst ruim aanbod komen.

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 35: ACTUALITEITEN

 

| 16-01-2016 | 10.30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 35: ACTUALITEITEN

 

krammersluizen

Krammersluizen

In de nota van antwoord inspraak op het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP) zijn een aantal zaken te vinden die een relatie hebben met de voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Het waterschap Brabantse Delta vroeg in haar zienswijze aandacht voor het behoud van vismigratie bij realisatie van de zogeheten ‘zoutmitigerende maatregelen’ bij de West-Brabantse sluizen (bij Benedensas en Dintelsas) ingeval van een zout Volkerak-Zoommeer. En om deze maarregelen expliciet op te nemen in het beheer-ontwikkelplan-rijkswateren.

Deze zienswijze was ook ingediend bij beheer-ontwikkelplan-rijkswateren en in dat kader als volgt beantwoord: “Bij een zout Volkerak-Zoommeer zal, als gevolg van de extra aanvoer van zoet water om zoutindringing op het Mark-Dintel-Vliet stelsel te beperken, bij de West-Brabantse sluizen een enigszins brakke overgangssituatie ontstaan. In het voorziene zoet-zout scheidingssysteem in de sluizen, zal regelmatig via de openingen in de sluisdeuren zoetwater door de schutkolken stromen. Dat biedt kansen voor visintrek, zoals nu ook bij de Bathse Spuisluis en Bergse Diepsluis het geval is. Het opnemen van eisen met betrekking tot vismigratie gebeurt bij de benadering van de marktpartijen die uiteindelijk de maatregelen realiseren om het Volkerak-Zoommeer weer zout te maken, plus de hieraan gekoppelde beperking van zoutindringing op de aangelegen wateren. De opgave die Rijkswaterstaat heeft op het vlak van vismigratie is onderdeel van de kerntaak schoon en gezond water. Hiermee is geborgd dat de passeerbaarheid van kunstwerken door vissen behoren tot de eisen die worden gesteld aan de nog te realiseren maatregelen in het kader van het weer zout maken van het Volkerak-Zoommeer.” Of hiermede in de toekomst de vispasseerbaarheid werkelijk geborgd is zal blijken. Ons Water zal dit tegen die tijd zeker in de gaten houden.

Het waterschap Brabantse Delta ging er in haar zienswijze van uit dat “in de situatie van een zout Volkerak-Zoommeer passende maatregelen worden getroffen om het zoutlek bij de Krammersluizen, of de gevolgen ervan, afdoende tegen te gaan en stelt voor in het beheer-ontwikkelplan-rijkswateren  een referentie toe te voegen aan het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer. In het kader van het Deltaprogramma is nader onderzoek aangekondigd naar de mogelijk nadelige consequenties voor de leveringszekerheid van verschillende regionale inlaatpunten bij een zout Volkerak-Zoommeer. En vraagt deze afspraak over te nemen in NWP2 en het beheer-ontwikkelplan-rijkswateren en eventuele noodzakelijk geachte mitigerende en/of compenserende maatregelen tijdig in beeld te brengen.”

De zienswijze was ook ingediend bij beheer-ontwikkelplan-rijkswateren en in dat kader als volgt beantwoord: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is, zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen over het chloridegehalte in het meer uit het waterakkoord Volkerak-Zoommeer. Dit wordt aan de betreffende tekst in het beheer-ontwikkelplan-rijkswateren toegevoegd. Hiervoor is onder meer groot onderhoud aan het zoet-zoutscheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een groter lek van zout door deze sluizen. Dit wordt momenteel opgevangen door het meer extra te spoelen met water uit het Hollandsch Diep. Naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem op het Krammersluizencomplex (middels groot onderhoud aan het bestaande systeem of door vervanging met een innovatieve zoet-zoutscheiding) wordt onderzocht of het mogelijk is via extra doorspoeling van het meer voorafgaand aan het groeiseizoen, het zoutgehalte in het Volkerak-Zoommeer omlaag te brengen om zo een buffer te creëren tegen het oplopen van het zoutgehalte in de zomermaanden (‘winterspoelen’). Wanneer deze extra doorspoeling haalbaar is, zal die ook onderdeel uitmaken van het waterakkoord. Het betreffende onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het Deltaprogramma. Het Deltaprogramma maakt onderdeel uit van het NWP. Daarmee is de afspraak over het onderzoek dus al impliciet opgenomen in het NWP. Het onderzoek naar de leveringszekerheid wordt uitgevoerd in 2015. Het nieuwe beheer-ontwikkelplan-rijkswateren wordt 22 december 2015 vastgesteld en geldt voor de periode 2016 – 2021. Resultaten zullen worden meegenomen bij de besluitvorming over de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. ” 

Voor Ons Water is vooral de volgende tekst van belang: “Naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem op het Krammersluizencomplex (middels groot onderhoud aan het bestaande systeem of door vervanging met een innovatieve zoet-zoutscheiding)”. Ons Water gaat er vanuit dat na afronding van het onderzoek (wat ons betreft uiterlijk in 2016) naar de zogenoemde innovatieve zoet-zoutscheiding het groot onderhoud aan deze scheiding direct gaat plaatsvinden. Voor Ons Water een blijvend punt van aandacht. 

Het Kabinet van de Vlaamse Minister Omgeving, natuur en landbouw vroeg in haar zienswijze Nederland, net zoals bij de tussentijdse herziening in 2014 van het Nationaal Waterplan 2009-2015, om de impact van het terug zout worden van het Volkerak-Zoommeer op de Schelde-Rijnverbinding en het Albertkanaal te onderzoeken en Vlaanderen in kennis te stellen van de resultaten.

De in de Nota vermelde reactie is: “Tijdens de planstudie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (2004 – 2012) zijn de effecten van een weer zout Volkerak-Zoommeer op de Westerschelde en Zeeschelde, de havendokken van Antwerpen en het Antwerps Kanaalpand onderzocht, gerapporteerd en besproken met de betrokken Vlaamse partijen. Bij het opstellen van het milieueffectrapport bij de rijksstructuurvisie zijn deze resultaten gebruikt (het ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer is bijlage bij het MER voor de rijksstructuurvisie). Het verloop van de zoutgradiënt in het Antwerps Kanaalpand tussen de havendokken en de Kreekraksluizen zal veranderen, als gevolg van de doorwerking van zout water uit het Zoommeer via de schutsluizen en het pompgemaal van het Kreekraksluizencomplex. Het zoutgehalte in de Antwerpse dokken wordt bepaald door het zoutgehalte van de Westerschelde en Zeeschelde ter plaatse van de grote zeesluizen. Wat aan zout water wordt gespuid of gelekt op het Antwerps Kanaalpand is bepalend voor het zoutgehalte direct ten zuiden van de Kreekraksluizen en het verloop van de zoutgradiënt richting de havendokken. In het ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer staat dit verloop beschreven in paragraaf 6.3.2. Hiervoor is gebruik gemaakt van een notitie van de toenmalige Waterdienst van Rijkswaterstaat, waarin het verloop van het chloridegehalte in het Antwerps Kanaalpand is weergegeven. De doorwerking van het weer zout maken van het Volkerak-Zoommeer met beperkt getij op de ScheldeRijnverbinding en het Albertkanaal zal bij het vervolgonderzoek tijdens de planuitwerking van de maatregelen van de rijksstructuurvisie Grevelingen Volkerak-Zoommeer worden betrokken. In de Werkgroep Onderzoek en Monitoring van de Vlaams Nederlandse Schelde Commissie (VNSC) zullen de onderwerpen worden geïnventariseerd, die in de fase van planuitwerking nader onderzoek vereisen naar de impact van een zout Volkerak-Zoommeer op de Vlaamse wateren, en deze zullen door Vlaanderen en Nederland gezamenlijk worden opgepakt.” Ons water zal met belangstelling kennisnemen van de eventuele resultaten en deze betrekken bij haar strijd tegen de verzilting van het Volkerak-Zoommeer.

LTO Nederland verzoekt om de ‘stresstest Zoetwater’ op te nemen in het NWP2. Participant maakt zich zorgen over de zoutintrusie op de Lek. Participant pleit voor een worst case scenario voor de verzilting van het Volkerak. De in de Nota vermelde reactie is: “De stresstest zoetwatervoorziening is in juni 2015 voltooid. Daarmee is invulling gegeven aan de genoemde toezegging. De resultaten van de stresstest Zoetwatervoorziening zullen worden opgenomen in het NWP2. Als er een knelpunt optreedt door zoutindringing op de Lek, dan kan dat effect met de huidig beschikbare waterstaatswerken worden beheerst. Wel zijn nadere uitwerking en afspraken vereist. Het Rijk werkt hieraan in het Deltaprogramma Zoetwater. Het adaptatiepad met zoetwatermaatregelen voor West Nederland benoemt voor de middellange en langere termijn mogelijkheden van zoutwerende maatregelen in een open Nieuwe Waterweg. De stresstest laat zien dat in het adaptatiepad Zoetwater voldoende maatregelen mogelijk zijn om de zoetwatervoorziening van het regionaal watersysteem op het huidige niveau te houden. Daarmee is duidelijk welke maatregelen in een worst case scenario kunnen worden ingezet. Volgens adaptief deltamanagement blijven de partijen in het Deltaprogramma volgen of en zo ja wanneer aanvullende maatregelen nodig zijn en daarnaast of de adaptatiepaden houdbaar zijn. Ook de participant zal daar vanzelfsprekend bij worden betrokken.”

Ons Water ondersteunt het verzoek voor de ontwikkeling van een worst case scenario. Dan pas komen echt de mogelijke risico’s in beeld die Zuid-West Nederland en Zuid-Holland lopen met de verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Te makkelijk wordt uitgegaan van de aanvoer van voldoende zoet water via de grote rivieren. In het verleden is herhaaldelijk gebleken dat dit een te optimistische benadering is. De voorziene klimaatveranderingen laten zien dat zeer droge zomers vaker zullen voorkomen. Ons Water Zal dit blijven volgen.

Voor Ons Water is het helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via https://www.petities24.com

Chris Ooms 

 


OVER WATER – 24: NIEUWJAARSTOESPRAAK VAN DE CVK 2016

 

| 08-01-2016 | 22:00 uur |


 

4 januari
Om 9.00 uur de nieuwjaarstoespraak van de secretaris/directeur aangevuld met bijdragen van drie medewerkers die iets vertelden over hun werk en de plannen voor 2016.

5 januari
In de morgen de DB vergadering voorafgegaan door een themabijeenkomst over de samenwerking in de afvalwaterketen. De projecten en ambities voor de jaren tot 2020 werden toegelicht en er werd gekeken naar de afgelopen jaren en de behaalde resultaten. Ik mag met een zekere trots terugkijken op mijn eigen prestaties en die van Jan Slenders die het 15 maanden van mij had overgenomen. Ondanks dat de besparingsambitie in mijn gebied Hart van Brabant ( Waalwijk, Dongen, Loon op Zand, Tilburg, Gilze en Rijen, Oisterwijk, Goirle en Hilvarenbeek) met dik 10 miljoen euro ruim twee keer zo hoog ligt als in de waterkringen van de collega’s (West en de Baronie) is er al bijna de helft van gerealiseerd. Terwijl de realisatie in die waterkringen slechts ongeveer 25 % is. In mijn ander waterkring Werkeenheid 4 (Woudrichem, Werkendam, Aalburg, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout is reeds 75 % van de te realiseren besparing (van ruim 4 miljoen) binnen geharkt. Nu is het zaak om te kijken of met de kennis van nu de ambities verder opgevoerd kunnen worden en vol in te zetten op, met behoud van de kwaliteit van het afvalwaterbeheer, de reeds gestelde doelen zo snel mogelijk, maar in ieder geval voor 2020, te realiseren. Ik dank de betrokken waterschapsambtenaren en de gemeenten voor hun inzet.

7 januari
liempdeEen bestuurlijk overleg met wethouder Marian Janse-Witte van de gemeente Oosterhout over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.
Op het eind van de middag de traditionele nieuwjaarsontmoeting in het Huis van de Provincie met de altijd inspirerende toespraak van de Commissaris van de Koning, Wim van de Donk.

Ik kom al vanaf 1991 met regelmaat in wat toen nog gewoon heette het provinciehuis. Ik genoot altijd van de uitstraling van het gebouw en het voorliggende imposante plein. Voor mij een architectonisch hoogstandje van architect Maaskant. Maar zoals zo vaak moest er weer zonodig verbouwd worden. Ook in mijn Statentijd (1991-2003) gebeurde dat een keer. Het gebouw moest meer uitnodigend worden voor de bezoeker en het plein autovrij. Dat waren de belangrijke doelstellingen. Als het gaat over de centralehal moet ik zeggen dat dit geslaagd is. Maar over wat er buiten is gebeurd ben ik een stuk minder onder de indruk. De trap waarlangs je vanuit de verdiepte gelegen parkeerkuil de hoofdingang kon bereiken is verdwenen. Resultaat is dat je, als het regent, niet droog de hoofdingang kunt bereiken. Ik vind dat niet meer echt uitnodigend. Maar we zijn niet van suiker en als jongens van stavast moet ik niet zeuren. Maar wat er met het plein was gebeurd vind ik niet kunnen en een forse inbreuk op het ontwerp van Maaskant. Ik kwam voor een andere bijeenkomst wat eerder op de dag aan en kon dus bij daglicht ‘genieten’ van een aantal witte cirkelachtige verhogingen die, na uitleg bleken gevuld te zijn met grond uit alle delen van onze provincie en zo een aantal (grond)biotopen vormden en waarin bij die biotoop passende planten uit alle delen van Brabant groeiden. Je moet het maar verzinnen! Wat eens een imposant plein was dat gebruikt kon worden voor tal van activiteiten was nu een soort van park geworden. Jammer voor de huidige statenleden. Zij zullen het niet meer meemaken dat er voor het Provinciehuis meer dan 80 landbouwvoertuigen als protest opgesteld staan met de daarbij behorende boeren families. Geen plek!

Ook zal het niet meer gebeuren dat meer dan 3000 burgers uit één dorp (Liempde) in ouwerwetse nachthemden en slaapmutsen geleid door een soort van Arnold Schwarzenegger in camouflagepak in protest op een toen uitnodigend plein de dames en heren politici/bestuurders laat weten het met de plannen niet eens te zijn. Geen plek!

Of hebben ze het erom gedaan? Om met een collega oud statenlid te spreken: nu gebruiken ze andere (digitale) manieren om te protesteren, zoals facebook. Of zijn ze gewoon bang voor een burger die iets te vertellen heeft. Ondanks alle mooie woorden over in gesprek gaan met de burger, lijkt het dat dit van de huidige generatie politici/bestuurders niet te uitnodigend mag zijn. Dus mooi groot uitnodigend plein weg er mee, zou dat de gedachte geweest zijn? Jammer! Terwijl juist een overheid ook de protesterende burger zou moeten faciliteren en uitnodigen. Jammer van het plein. Ik zou het graag anders zien. Toen ik vertrok bleek van de motivatie (het autovrij maken van wat eens het plein was) ook niets terecht gekomen te zijn. Tussen de witte ‘eilanden’ hadden zich heel wat dikke automobielen genesteld. Want hun baasjes of vrouwtjes wilden, zoals gebruikelijk, niet nat worden en vooral niet te ver lopen. Ik constateerde dat in de parkeerkuil nog zat plek was. De kracht van de maatpakken en mantelpakjes is toch sterker dan die van de protesterende boer in ketelpak of de wakker liggende Liemptenaren in ouwerwetse nachthemden en slaapmutsen. De door mij gekoesterd herinnering blijft, met één troost: er komen ooit weer nieuwe bestuurders die vast weer een ‘hoognodige’ verbouwing/herinrichting gaan uitvoeren en misschien wordt het dan weer gewoon Provinciehuis in plaats van het chique Huis voor Brabant.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 23: “HENK SAEIJS – STORMLOPER IN EEN DELTA” EN UITDIEPING VAN DE WEZER MONDING

 

| 01-01-2016 | 15:45 uur |


 

23 december tot 2 januari

De kerst/oud jaar-periode is een periode van lezen voor mij en van achterstanden inhalen. Ook van het lezen van artikelen die anderen mij toesturen of bij mij in de brievenbus gooien. Zo werd ik gewezen op een artikel in het Streekblad Zoetermeer dat gaat over een milieuvriendelijke aanpak van blauwalg in de Zoetermeerse Plas. Het betreft een systeem (van LG Sonic) dat met ultrasone geluidsgolven als het ware op maat de eventuele blauwalgen bestrijdt. Het is een project dat in de gaten gehouden moet worden om, bij bewezen succes, in de Nederlandse situatie verdere navolging te krijgen. 

Ik heb een boek met de titel: “Henk Saeijs” “Stormloper in een delta” opgetekend door Leo Santbergen gelezen. Het is het levensverhaal van Henk Saeijs die een indrukwekkende carrière maakte binnen Rijkswaterstaat. Een lezenswaardig boek. Henk Saeijs promoveerde op het proefschrift “Changing Estuaries”. Hij stelde in dat proefschrift onder andere dat ‘het onverstandig was geweest dat begeleiding van ecosysteemtransformaties geen onderdeel zijn geweest van het ontwerp van het Deltaplan. Ze werden beschouwd als neveneffecten’. Ik onderschrijf die bemerking van harte. De majeure ecosysteemtransformatie van zout naar zoet van zowel het Markiezaatsmeer als van het Volkerak/Zoommeer is niet tot onvoldoende begeleid, noch waren optredende gevolgen voorzien, noch is er adequaat op gereageerd. Zoals ieder proefschrift bevatte ook het van Henk Saeijs een aantal stellingen. Een stelling waarvan ik het belang onderschrijf was: “Als een noodzakelijke stap op weg naar een verantwoord bestuur en beheer van groot oppervlaktewateren dient er in deze gebieden een op functionele ecosystemengrenzen gebaseerde, bestuurlijke (her)indeling plaats te vinden”. Dat is iets wat ook nog steeds niet is gebeurd. Voor mij afschrikwekkende voorbeelden zijn onder andere het Markiezaatsmeer (2 provincies, 2 gemeenten) en de Molenplaat (2 provincies en drie gemeenten). Beide gebieden zijn onbewoond! Dit kan effectiever! 

Henk Saeijs heeft ernstige kritiek op het Nederlandse poldermodel. Terwijl de zeespiegel stijgt en de Nederlandse polders dalen. worden de dijken alsmaar hoger en breder met alsmaar grotere gevolgen bij een eventuele dijkdoorbraak. Het houdt in zijn denken een keer op. Het volgende citaat komt uit het boek van Henk Saeijs. Zij is mij uit het hart gegrepen.

“Terwijl het Deltaprogramma tot 2050 inzet op een optimalisatie van de huidige waterveiligheidsstrategie, kan worden nagedacht over het ingang zetten van een transitie naar een ruimtegebruik waarbij de mens, de ‘polderblindheid’ voorbij, weer de hogere, drogere delen opzoekt. Er zijn immers fysieke en financiële grenzen aan alsmaar hogere en bredere dijken langs steeds dieper wegzakkende ‘badkuippolders’. De dijken langs onze rivieren kunnen op langere termijn, in het bieden van veiligheid en om de kosten betaalbaar te houden, niet wedijveren met ruimte voor levende rivieren. Vragen ruimte voor de rivier maatregelen op korte termijn relatief hogere investeringskosten, de maatschappelijke baten zullen zich tot in lengte van jaren ‘uitbetalen’. Ik voorzie, al dan niet noodgedwongen door worst-case klimaatscenario’s, een migratiestroom van het westelijk gelegen sociaal-economisch hart naar de oostelijk en zuidelijk gelegen hogere gronden in Nederland en zijn buurlanden. Terpeneren (zoals in de Overdiepse Polder) en ruimte voor de rivier zullen doorbreken als de dominante combinatiestrategie.”

europees hofDe meest interessante ‘literatuur’ die ik deze weken gelezen heb was een Europees arrest van het Hof (Grote kamer) over de KRW en de uitdieping van de rivier(mond) van de Wezer tussen de open zee en Bremerhaven. Zowel in het licht van de KRW, een voor de waterschappen een majeure opgave, als voor de eeuwige discussie rond verdiepingen van de Westerschelde is dit arrest van grote waarde. 

H.F.M.W. van Rijswick schreef over dit arrest in een noot: “De uitkomst zal velen verrassen, verblijden of tot wanhoop drijven. Het arrest zal in ieder geval enorme consequenties dienen te hebben voor de praktijk van het Nederlandse en het Europese waterbeheer en de rechtspraak zal haar huidige lijn in de jurisprudentie op een aantal wezenlijke punten bij dienen te stellen. Zowel de huidige wetgeving als de in voorbereiding zijnde Omgevingswet zal aangepast dienen te worden aan de uitleg die het Hof geeft aan de KRW, tenzij de wetgever er voor zou kiezen te wachten tot er in een procedure een beroep op de KRW wordt gedaan. Daarmee wordt het probleem echter gelegd op het bordje van de bestuursorganen die de komende jaren besluiten en maatregelen moeten nemen op het terrein van het waterbeheer. Dat is niet erg chique.” De essentie  van de uitspraak is: “Lidstaten zijn verplicht om goedkeuring voor een project te weigeren indien het project kan leiden tot een achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam.”

Onderstaand een aantal citaten uit het arrest en de noot van Van Rijswick (die voor mij de kern van het arrest en de komende discussies bevatten inzake de mogelijke impact van dit arrest op het beleid van waterbeherende instanties bevatten. Ze zijn slechts een greep uit vele!

Opmerkingen van partijen (onder andere):
“De verwijzende rechter stelt in essentie de vraag of de KRW als beginsel een verbod instelt op achteruitgang van de toestand van alle oppervlaktewaterlichamen, behoudens de uit de KRW voortvloeiende uitzonderingen.”

“De Nederlandse regering is daarnaast van mening dat het KRW een ‘programmatische’ aanpak voorschrijft, in die zin dat de lidstaten bij de uitvoering een grote bewegingsvrijheid hebben.”

“Het staat namelijk vast dat het uiteindelijke doel van de KRW is de vervulling van het criterium van een ‘goede toestand’ van alle oppervlaktewateren en grondwater van de Unie tot 2015.”

Conclusies: A-G N. Jääskinen (onder andere):
“Gezien het voorgaande moet worden vastgesteld dat de KRW weliswaar geen volledige harmonisatie bewerkstelligt, maar evenmin beperkt blijft tot een uitsluitend ‘programmatische benadering’, die aan de lidstaten een grote discretionaire bevoegdheid zou overlaten wat beleidskeuzes en beoogde of vast te stellen maatregelen betreft.” 

“Het verbod van achteruitgang vormt in feite zowel een verbod als een stimulerende norm, gericht op het bereiken van de in de KRW in haar geheel voorgeschreven resultaten. De lidstaten zijn zodoende niet slechts gehouden om iedere achteruitgang te verbieden, maar ook om dit verbod op doeltreffende wijze te handhaven. De doeltreffende tenuitvoerlegging van de doelstelling om alle achteruitgang te voorkomen, hetgeen de concrete vertaling vormt van de algemene beschermingsverplichting in artikel 1 KRW, is uitsluitend mogelijk door middel van concrete maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van achteruitgang en van verstoringen die significante effecten kunnen hebben op de mogelijkheid de in de richtlijn vastgestelde doelstellingen te bereiken.”

Het kan haast niet anders of dit arrest zal forse gevolgen gaan krijgen op het beleid van waterbeheerders en mogelijk ook op (toekomstige) verdiepingen van de Westerschelde.

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

| 28-12-2015 | 14.00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

In november 2014 in de 7e aflevering van deze reeks werd er reeds geschreven over de sluipende verzilting van het Volkerak-Zoommeer en de oorzaak.  

In maart 2015 in de 24e aflevering van deze reeks werd verhaald over de antwoorden van de minister op vragen van de VVD-fractie: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.”

bellenschermNu hebben we in de Nieuwe Oogst kunnen lezen dat in het nieuwe waterakkoord staat dat Rijkswaterstaat meer en constanter gaat doorspoelen tijdens het groeiseizoen. Door hier op tijd mee te beginnen wil men dat het water in het Volkerak-Zoommeer aan het begin van het nieuwe seizoen, in maart 2016, in orde is. In de laatste maand voor het groeiseizoen wordt aangestuurd op een verlaging van de chloridenorm van 450 milligram per liter naar maximaal 380 milligram. Helder is dat lekkende kleppen in de zoet-zoutscheiding in de sluizen de boosdoeners zijn van het toenemende zoutgehalte van het water in het meer. Nu gaat Rijkswaterstaat onderzoeken of het aanleggen van een innovatieve zoet-zoutscheiding met bellenschermen mogelijk een oplossing is. Weer wordt een echte aanpak uitgesteld. Er wordt gespoeld zo is de toezegging. Maar als er onvoldoende zoet Rijn/Maaswater is in het groeiseizoen verliest de Keizer (de boeren) vast hun recht.

Er is maar één echte oplossing en dat is herstel van de zoet/zout scheiding door het achterstallig onderhoud aan de Krammersluizen nu eindelijk eens uit te voeren. Een halfslachtig waterakkoord is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Nu moet eindelijk de wond echt eens gehecht worden. Dan pas ontstaat er weer vertrouwen bij de agrariërs dat het kan gaan werken en de afspraken na gekomen worden.

Mij bekruipt het gevoel dat, kijkend naar de onzinnigheid van het voorstel om het Volkerak-Zoommeer te verzilten tegen 2028, we enkel en alleen praten en praten om Rijkswaterstaat in staat te stellen onderhoud en uitgaven uit te stellen en gemaakte afspraken aan hun laars te lappen. Er moet gebeuren wat in “Het Advies Deltaplan Zoetwater” staat. In dat stuk is op pagina 39 te lezen: “Voordat een zout Volkerak-Zoommeer is gerealiseerd, is waarschijnlijk ook nog een zoet-zoutscheiding in de Krammersluizen nodig. Niet meer praten maar doen.

Voor Ons Water en de BSD is het helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via https://www.petities24.com  

Chris Ooms 

 


OVER WATER – 22: PRIJSVRAAG “WATERSCHAPPEN IN HET JAAR VAN DE RUIMTE”

 

| 24-12-2015 | 12:00 uur |


 

16 december
In de ochtend twee boerenbedrijven bezocht in de Overdiepse Polder om te praten over de nog te regelen zaken, zodat ook voor hen het project goed en tot genoegen afgerond kan worden.

17 december
In de ochtend weer een gesprek met een boerengezin over hun punten die nog afgerond moeten worden. Stapje voor stapje worden de resterende zaken geregeld en komt het project tot een afronding. De laatste loodjes wegen altijd het zwaarst.
In de middag het regionaal ruimtelijk overleg Midden Brabant (Hart van Brabant) op de locatie Bosrijk/Efteling met gedeputeerde Erik van Merrienboer als voorzitter. Voor mij als vertegenwoordiger van een waterschap in dit gezelschap van wethouders, waren de agendapunten over de omgevingswet en de totstandkoming van gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies van belang en de werkafspraken ‘kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’. Als waterschappen willen wij daar graag bij betrokken worden omdat we denken dat de inbreng van de waterschappen daar waardevol kan zijn en er door meer integraal te werken geld bespaard kan worden en kwaliteit worden toegevoegd.

22 december
Vandaag de laatste DB vergadering van het jaar met een forse agenda met onder andere een evaluatie van het afkoppelbeleid en een onderzoek op grond van artikel 109A van de Waterschapswet. Een belangrijk verbeterpunt is dat de normen/ beleidsregels inzake dit beleid transparanter samengevat dienen te worden. Nu is het voor bijvoorbeeld gemeenten niet altijd helder wat de normen zijn voor afkoppelen c.q. de eisen qua retentie bij nieuwe ontwikkelingen. Er zou, afgestemd met de gemeenten, een lange termijn visie integraal beleid stedelijk water moeten komen, waarbij, om meer kosteneffectief te worden, de maatwerkgedachte centraal zou moeten staan. Doelmatiger zou ook zijn als het waterschap bij nieuwe gemeentelijke bouwplannen eerder bij het planproces en de projectvoorbereiding wordt betrokken. Het handhavingsuitvoeringsprogramma 2016, alsmede het ontwerp projectplan ‘natte natuurparel Lage Vuchtpolder’ werden vastgesteld.

Besproken werd ook het juryrapport van de prijsvraag “waterschappen in het jaar van de ruimte”.  In Over Water 20 schreef ik al over de prijsvraag. Toen schreef ik: “De winnaar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs.”

Uit het totale juryrapport bleek nu dat de winnaar in de ogen van de waterschapbestuurders onze waterberging Zundert niet eens bij de eerste juryselectie zat (10 projecten uit de 16 ingestuurde projecten). Het verschil tussen de beslissers over projecten (de bestuurders) en de ‘deskundige’ jury is wel heel groot. Wat veruit de NUMMER 1 was voor de bestuurders zat niet eens bij de eerste tien (van zestien) bij de jury. De jury, bestaande uit: Prof. Ir. Eric Luiten (Voorzitter en Rijksadviseur Landschap en Water), en Jannemarie de Jonge (geassocieerd lid van de Raad voor de Leefomgeving), en Hamit Karakus (oud wethouder van Rotterdam en nu algemeen directeur van Platform 31), en Paul van Eijk (lector duurzame watersystemen aan de Hogeschool VHL), kwam dus tot totaal andere conclusies dan de waterschapbestuurders!

grumpyMisschien ben ik een grumpy die slecht tegen zijn verlies kan, maar het is geen goede zaak dat tussen beslissers en ‘deskundigen’ zo’n groot verschil van mening is over wat ruimtelijke kwaliteit is. Wel kan ik constateren dat de ambtenaren van ons waterschap heel goed weten wat hun bestuurders willen en mooi vinden. Waterschapsprojecten moeten vooral functioneel zijn maar, als het kan, ook kwaliteit toevoegen aan de ruimte die in ons land zo schaars is.

Zelf heb ik het idee dat de juryleden wel heel ver afstaan van de kerntaken van een waterschap. Maar anderzijds kunnen waterschapsbestuurders en ambtenaren leren van wat anderen ruimtelijke kwaliteit vinden. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 21

 

| 19-12-2015 | 11:15 uur |


 

7 december
klooster NieuwkerkIn de ochtend ben ik naar een bijeenkomst geweest van de stuurgroep streeknetwerk vitaal leisure landschap. De bijeenkomst werd gehouden in Klooster Nieuwkerk te Goirle, bijna op de grens met Belgie. Het ging vooral over ‘slow leisure’. Een term waarbij ieder van de deelnemers bijna een persoonlijke uitleg voor heeft. Mijn benadering is recreëren in een mooi landschap op een wijze waarbij je een ander geen overlast veroorzaakt. Allerlei gedachten passeerden de revue. Wat mij het meest aansprak was een prijswinnaar van vorig jaar ‘Het Belslijntje’. Een lint van 35 kilometer van voor bijen aantrekkelijke voedselplekken tussen Tilburg en Turnhout. Omschreven als vol van geur, kleur en fleur.

In de middag naar de ondertekeningbijeenkomst in de Brabant hallen te Den Bosch van een aantal Stika gebiedscontacten waaronder Midden-Brabant en het Biesbosch Streeknetwerk de regio’s waar ik als waterschapsbestuurder actief ben. Met de projecten die hier mee gesubsidieerd worden, wordt ons mooie Brabant weer een beetje mooier en groener voor al wat leeft.

8 december
In de morgen de DB vergadering met o.a. als agendapunten: het ontwerp projectplan natte natuurparel Lage Vuchtpolder en de DB strategie herziening peilbesluiten en een nadere mededeling over de adviesnota Albano rijst.

In de middag portefeuillehoudersoverleggen (PHO) over de Overdiepse Polder  en de betekenis van het project inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik voor de gemeente Geertruidenberg in voorbereiding van het bestuurlijk overleg met die gemeente. 

In de avond de netwerkbijeenkomst van bestuurders in het provinciehuis “Brabant ontmoet! Oog voor Brabant, Oog voor elkaar,” met tal van gesprekken met statenleden, wethouders, raadsleden en waterschappers.

9 december
In de avond eerst de themasessie bestuurlijke vernieuwing en daarna het AB met als agendapunten o.a.: het uitvoeringskrediet voor de poldergemalen Emilia en Westland en een uitvoeringskrediet voor de voorbereiding verdere aanleg EVZ boomkikker.

gea 16

de Amercentrale

10 december
Vanaf 12.00 tot 16.00 uur vanuit Drimmelen een boottocht met een schip van rondvaartbedrijf Zilvermeeuw langs het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, in gezelschap van zowel ambtelijke als bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout en vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat en Essent. Dit bedrijf bezit veel gronden langs de te verbeteren dijktrajecten. Vanaf het water krijg je een ander beeld van de te verbeteren dijktrajecten en krijg je meer zicht op de mogelijkheid van meekoppelkansen.

gea 39

buitendijks recreatiegebied

Wat in de gesprekken met de wethouders Kevin van Oort, Jan-Willem Stoop en Marian Janse-Witte vaak aan de orde kwam, waren de voor en nadelen van eventuele keersluizen. Ook groeide het besef hoeveel van de gronden en bedrijven feitelijk buitendijks liggen en dus niet de bescherming genieten van binnendijkse gebieden. Hoewel dit vaak opgehoogde terreinen betreffen is dit wel een gegeven wat aandacht verdient bij de verdere ontwikkeling van deze gebieden. Het gure weer was geen belemmering om te genieten van deze leerzame boottocht. Hierbij werd ik wel bewust op sommige punten van een zekere verrommeling van het gebied, waar de aanpak van de dijken kansen biedt om tot een kwaliteitsslag te komen.

gea 04

kwalitatieve nieuwbouw aan het water gemeente Geertruidenberg

Ook zijn er mooie vergezichten die de aantrekkelijkheid van het gebied laten zien, alsmede hoe mooi een gemeente als Geertruidenberg op een aantal locaties aan nieuwbouw vorm heeft gegeven. Ik denk dat de boottocht alle deelnemers iets te denken heeft gegeven en tot inspiratie heeft gebracht om dit dijkverbeteringsproject te gebruiken, niet alleen voor het vergroten van de veiligheid, maar ook om te komen tot een verdere verbetering van de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteit van de leefomgeving.

11 december
Een bestuurlijk overleg met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.

Wij wensen u een rustige en fijne Kersttijd toe.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 20: DE WATERINNOVATIEPRIJZEN 2015

 

| 04-12-2015 | 18:15 uur |


 

30 november
Mijn eerste stop, als bestuurder, was bij het waterschap Aa en Maas te Den Bosch om vragen te beantwoorden van ambtenaren die de cursus ‘bestuurlijke sensibiliteit’ volgden. Doel van een dergelijke cursus is ambtenaren gevoel bij te brengen wat voor (hun) bestuurders van belang is bij de opstelling van beleidsstukken en de beantwoording van vragen.

In de middag had ik een afspraak in Apeldoorn met een mogelijke toekomstige kandidaat/lijsttrekker voor Ons Water in het gebied van het waterschap Vallei en Veluwe. Ik probeer kandidaten te werven om in 2019 ook buiten het gebied van mijn eigen waterschap (Brabantse Delta) met Ons Water mee te doen aan waterschapsverkiezingen. Het was een goed gesprek. Ik hoop dat het resultaat zal zijn dat de vrouw, waarmee ik sprak, de stap wil wagen naar het waterschapsbestuur om haar warme belangstelling voor onder andere de natuur ook daar tot uiting te brengen.

In de avond woonde ik de uitreiking bij van de ‘water innovatieprijzen’ te Amersfoort. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs. Maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd wat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven dan zijn de mogelijk commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research en ontwikkeling afdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerde product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen.

innovatie 04Ik vond de prijswinnende ‘innovaties’ bijna categorie lachertjes. Ik gun de prijswinnaars de complimenten, maar het innovaties noemen is jezelf en je weinig innovatieve kracht als waterschappen in slaap wiegen. Ik leerde op de analistencursus circa vijftig jaar geleden al: ‘meten is weten’. Als ik begin jaren zeventig bij de ontwikkeling/ontwerp van bijvoorbeeld een gelamineerde scheepshuid dit ontwerp modelmatig zou berekenen zonder de kennis van de fysische en mechanische sterkten te kennen van de samenstellende delen zou ik op staande voet ontslagen zijn. Om dan een innovatieprijs toe te kennen aan een dijkverbeteringproject (categorie waterveiligheid: ‘dijken op veen’), waarbij de sterkte van veenlagen in de ondergrond is gemeten, is voor mij wezensvreemd. Zouden voorheen dijken verbeterd/verzwaard zijn zonder meten? Het is zo logisch wel te meten dat dit gewoon je werk goed doen is. Niet meer, niet minder. Natuurlijk besef ik dat kennis van dijkenbouw in het verleden met vooral proberen en mislukken is opgebouwd. Maar anno 2015 kunnen we meer. Dat heeft niets met innovaties te maken. Een gotspe vond ik de prijs voor het project de ‘inlaat op maat’. Dat je meet hoeveel water nodig is om het zoutgehalte omlaag te brengen is zo logisch, dat het bijna misdadig is dat, in een samenleving die gericht zou moeten zijn op water doelmatig gebruiken, dit nog niet gebeurde. Wat is logischer dan niet meer te gebruiken dan nodig is? Dit is geen innovatie dat is gewoon je werk goed doen! Het toepassen van een modern middel als een ipad of een app is net zomin een innovatie!

Als voorbeeld: toen ik als 17-jarige de variaties in proefvelden moest corrigeren, gebruikte ik daarvoor een rekenlineaal, een logaritmetafel en een telmachine. Voor een proefveld van 20 eenheden was ik daar een volle weekdag mee bezig. Nu zou ik circa 2 minuten nodig hebben voor het handmatig inbrengen van de data, waarna de computer direct de gewenste correcties zou geven. Van 8 uur naar 2 minuten door jaar na jaar te kijken hoe kunnen zaken met de ontwikkeling van kennis en nieuwe door andere ontwikkelde technieken beter. Dat is niet innoveren maar je verstand gebruiken. Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief. Het lijkt framing. Wat ik zelf erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat, buiten reeds lang begane paden treden moet om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst.
Heb Lef! is de titel van een boekje van de Unie van Waterschappen met een visie op vernieuwing en verbinding in het sturen van water. Nu nog de uitvoering!

Er was ook een prijs in het kader van het ‘jaar van de ruimte’ De winnaar daar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs. 

1 december
In de morgen een interview met Sjoerd Marcelissen van BNde Stem over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de avond een door meer dan 100 belangstellenden bezochte informatieavond over dit dijkverbeteringproject. Doel is vooral het betrekken van belanghebbenden bij dit project. Meedenken en ideeën hoe te combineren met andere plannen en initiatieven zijn meer dan welkom. 

2 december
Eerst een Bestuurlijk overleg met wethouders Bea van Beers en  Ad van Beek van de gemeente Dongen met als hoofdschotel de ondertekening van afvalwaterakkoorden met zowel de gemeente Dongen, als de gemeente Gilze en Rijen waarvoor wethouder Willem Starreveld bij de vergadering te gast was.  

Daarna door naar Boxtel naar het kantoor van het waterschap de Dommel voor een overleg van het bestuurlijk kwartet doelmatig afvalwaterbeheer Hart van Brabant. Het voornaamste agendapunt was het jaarplan voor 2016 met als elementen: klimaatadaptatie, grondwaterbeheer en meten/monitoren.

Vervolgens een soort van afscheidsbijeenkomst over waterveiligheid van een beleidsambtenaar, die mij ondersteunde bij de commissie waterkeringen van de Unie. Ik zal hem missen. 

3 december 
Eerst een bijeenkomst van de vier Dagelijkse Besturen van de Brabantse waterschappen. In het Provinciehuis te Den Bosch, met een meer dan interessante presentatie over Mozaïek Brabant

Daarna in het gemeentehuis van Geertruidenberg een bijeenkomst met de vertegenwoordigers van RWS, de provincie, de gemeenten Geertruidenberg en Waalwijk en het waterschap ter tekening van de overdrachtscontracten van de Overdiepse Polder.

Vervolgens een bestuurlijk overleg met wethouder Jan van Groos over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.

Daarna terug naar het waterschap voor een bijeenkomst van de werkgroep cultuur van het Algemeen Bestuur van het waterschap ter voorbereiding van de presentatie van onze ideeën over de wijze van vergaderen.

En tenslotte nog de vergadering van de fractie Ons Water/Waterbreed over de Algemeen Bestuursagenda van komende woensdag.  

Een mooie, maar heel erg drukke week met lange dagen.

Louis van der Kallen