(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 36: MAAK VAN VOLKERAK-ZOOMMEER GEEN PROBLEEMGEBIED

 

| 26-01-2016 | 09.30 uur |


 

 

blauwalgMilieuomstandigheden die naar het gevoel van de mens een negatieve wending nemen, krijgen vaak het etiket ‘waterkwaliteitsprobleem’. Zo constateerde men blauwalgenbloei in een periode van de zomer op het Volkerak-Zoommeer (VZM). Voor ons onaantrekkelijk en het geeft overlast. Objectivering van de ontstane situatie is volgens ir. W. Lases een eerste vereiste, voordat men besluit tot maatregelen. Bezint eer ge begint.  

Een milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen.  De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk van af te blijven. Het VZM heeft in de enkele decennia van haar bestaan een hoge mate van stabiliteit bereikt. In het meer is de blauwalgenbloei de laatste tien jaar sterk afgenomen, tezamen met het chlorofylgehalte, de voedingsbodem voor blauwalgen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. De biodiversiteit is inmiddels groot en ontwikkelt zich verder. Natuurliefhebbers kijken er hun ogen uit.

Problematisch beleid
Verzilten is nog altijd het beleidsvoornemen. Deze aanslag op het milieu zal massale sterfte veroorzaken van de nu rijkelijk aanwezige zoetwaterorganismen. Het afstervend ecosysteem maakt vervolgens een explosie van maritieme blauwalgen mogelijk. Blauwalgen kunnen daarom geen reden zijn voor het beleid van drastische maatregelen zoals algehele verzilting en de introductie van beperkt getij via een gat in de Brouwersdam.

Destructieve zoetwaterbesparing
Dan resteert de stelling, dat men met verzilting zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van maximaal 450 mg Cl’/l te voldoen.

Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een toekomstig zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. Het gebrek aan zoet water wordt hierdoor op den duur alleen maar nijpender en van effectieve besparing is dan ook geen sprake. Zo creëren we zelf het probleem van waterschaarste.

Planvorming in alle haast doorgedrukt
Met het Manifest Waterpoort en met het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio. Deze kwam nog sneller tot stand dan het discutabele Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. Participatie en inspraak bleken een wassen neus zodra deze niet in lijn met de plannen lagen. Er spelen tal van belangen zoals het verpachten van percelen voor schelpdierteelt, besparingen bij de Krammersluizen en aanleg en exploitatie van jachthavens. Dit alles gaat ten koste van West-Brabant, de natuur en de zoetwatervoorziening. Nu worden nog alleen de projecten Flakkeese Spuisluis en Roode Vaart gerealiseerd. Of de verzilting er ooit komt is onzeker, want de financiering is lang niet rond.

Momenteel wordt het VZM gereed gemaakt voor noodopvang van rivierwater om voorlopig de waterveiligheid van de Drechtsteden wat te vergroten. Met verzilting zou men een herhalend en fors probleem scheppen. Elke berging van zoet water op een zout milieu leidt tot een ecologische ramp.

Kritiek op de hype van zilte plannen
Een bres met centrale in de Brouwersdam en verzilting van het VZM zijn vooral voor de (internationale) bühne en zetten geen zoden aan de dijk. Het blijven nu eenmaal averechtse acties. Er komt steeds meer ongezouten kritiek op het binnenhalen van de zee. Verzilting voorkomen is altijd een betere strategie, dan achteraf proberen om deze weer teniet te doen. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM inmiddels omstreden en worden de toenemende en blijvende negatieve gevolgen van verzilting steeds meer onderkend. Vlaanderen wenst het ook niet. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Hou het milieu gezond
Gelukkig blijkt het Volkerak-Zoommeer vrij probleemloos. Regionale milieugroepen, waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen, beroepsvissers en ideële organisaties streven er naar duurzaamheid, kwaliteit en het tegengaan van verzilting. Het einde van de dreiging door korte termijn maatregelen en ondoordachte planvorming moet dan ook in zicht komen. Maak geen problemen waar ze niet zijn.

Ir. Wil Lases

 


ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

| 25-11-2015 | 01:25 uur |


 

ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

Om een eigen doel te bereiken signaleert men eerst een probleem, bij voorkeur een milieuprobleem. Er wordt geconstateerd dat er sprake is van slechte waterkwaliteit, van areaalverlies of van verloren waarden. Het aanpakken ervan klinkt idealistisch en onbaatzuchtig en is een goed middel om een breed draagvlak te verwerven. De eigen plannen worden aangedragen als de oplossing, waarbij tevens een rooskleurig toekomstbeeld wordt voorgespiegeld. Vervolgens drukt men het eigen doel door.

Vaak lukt het ook nog om subsidiebronnen aan te boren. Dat maakt de realisatie goedkoper en met een beetje creativiteit kan men zelfs van een rendabel project spreken. De werkelijke kosten worden verhuld en de onderbouwing stoelt op halve waarheden. Heel wat natuurorganisaties, projectontwikkelaars en overheidsinstanties werken al jaren met deze succesformule en welvaartsgeld verdwijnt zo in een bodemloze put. Dat ook de Rijksstructuurvisie Grevelingen –Volkerak-Zoommeer deze werkwijze niet schuwt, illustreert ir. W. Lases in onderstaand artikel.  

Natuurlijke gelaagdheid in de Grevelingen
Door verbinding met de Noordzee via een kokersluis blijft het Grevelingenmeer in hoge mate zout. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een veranderd beleid inzake de Oosterschelde is indertijd ook de beslissing genomen om het meer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou echter niet alleen voor Schouwen-Duiveland, maar voor de hele Zuidwestelijke Delta van grote betekenis zijn. Kenmerkend voor zo’n groot en diep zoutwaterbekken,  komt er zowel thermische- als zoutgelaagdheid voor.  Gelaagdheid is een fenomeen van alle diepere meren in Nederland en geeft een zuurstofloze onderlaag. In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen. De zuidelijke geul is het diepst, meer dan 35 meter. Het grensvlak ligt op 16 meter diepte (stichting Anemoon 2013) met een overgang van afnemend zuurstofgehalte vanaf 9 meter. Ook is waargenomen dat het omhoog kwam tot ca. 6 meter onder het oppervlak. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.

Van sommige beleidsmakers mag deze natuurvorm niet bestaan en daarom wordt de gelaagdheid plots als een ‘waterkwaliteitsprobleem’ aangemerkt. Nu wil men met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam gedempt getij brengen op het Grevelingenmeer. Wettigen de beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep die honderden miljoenen kost en waarbij de weg naar een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt? 

Gelijk met de uitvoering van de bres in de Brouwersdam wil men turbines voor getijdenenergie plaatsen. Dit project zal zelfs met extra overheidssubsidie en alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat voor schade die turbines aan de zeedieren toebrengen. Men verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging teweeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd, maar dit zal niet het geval zijn. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag omlaag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. Deze keuze is veel goedkoper en houdt de toekomstmogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. 

Objectivering ook noodzakelijk bij het Volkerak-Zoommeer (VZM) Een ‘waterkwaliteitsprobleem’ kan zich al voordoen als onder de gegeven omstandigheden de waterkwaliteit naar het gevoelen van de mens een negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is daarom een eerste vereiste. Men constateerde blauwalgenbloei in een beperkte periode van de zomer op het VZM. Esthetisch niet prettig en het kan huidirritatie veroorzaken. Elke milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen. De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk met de vingers van af te blijven. Intussen is door het ontstane natuurlijke evenwicht van het zoete milieu de blauwalgenbloei sterk afgenomen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. Bij verzilting ligt wederom een vergelijkbare plaag, ditmaal van zoutresistente blauwalgen, voor de hand. Blauwalgen kunnen dan ook geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel als verzilting. Dan blijft de stelling over, dat men zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. 

Kritiek op loze plannen 
Met het Manifest Waterpoort en het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio, dat nog sneller tot stand kwam dan het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. We mogen intussen concluderen dat zowel een bres in de Brouwersdam als een zout Volkerak-Zoommeer onnodig en ongewenst zijn. Maar inspraak blijkt een wassen neus en de plannen worden kost wat kost doorgezet. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. De weerstand en de kritiek op de planvorming is hevig en groeit. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Gelukkig komt er op dit soort loze plannen steeds meer ongezouten kritiek vanuit regionale milieugroepen,waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen en ideële organisaties. Het einde van ondoordachte planvorming en opportunisme moet dan ook in zicht komen.

Ir. Wil Lases