A4 – 0030

 


 

Bergen op Zoom, 31 oktober 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

Geacht Dagelijks Bestuur,

Tijdens de klankbordbijeenkomst van de Integrale Gebiedsanalyse voor de Ligne werd de indruk gewekt dat de afwatering van de nieuwe A4 rechtstreeks op de Ligne zou plaatsvinden met alle milieurisico’s voor het ontvangende water. Die suggestie werd, ondanks de ontstane discussie, door de ambtenaren van het waterschap niet weersproken.
Ondergetekende verbaast zich hierover. Volgens mij dient het bij de afwatering van een nieuwe snelweg zo geregeld te zijn dat de vuillast via buffering beperkt wordt en dat zelfs bij een (kleine) calamiteit het ontvangende water gevrijwaard blijft van een ernstige verontreiniging.

Hoe is/wordt het in de WVO vergunning van de A4 geregeld?

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


WATERTOETS – 0028

 


 

Bergen op Zoom, 24 oktober 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Reeds een aantal jaren heeft het waterschap een wettelijke taak bij de totstandkoming van bestemmingsplannen, namelijk: advisering ten aanzien van de watertoets.

Voor ondergetekenden is het ondoorzichtig in hoeverre de waterschapsinbreng een effectieve is. Tot op heden hebben het algemeen bestuur in deze geen evaluaties bereikt.

Gezien het grote belang van een adequate omgang met de waterbelangen in bestemmingsplannen en de grote water(bergings)belangen waar de samenleving, en het waterschap in het bijzonder, voor staat, verzoeken ondergetekenden het dagelijks bestuur de effectiviteit van de waterschapsbijdrage in bestemmingsplannen te evalueren.

Vragen die middels een dergelijke evaluatie beantwoord dienen te worden zijn o.a.:

– Leggen alle gemeenten alle nieuwe bestemmingsplannen c.q. bestemmingsplanveranderingen voor aan het waterschap? Zo nee, welke niet?

– Wat is het beleid c.q. de aanpak van in deze onwillende gemeenten?

– Controleert het waterschap of de adviezen worden overgenomen?

– In hoeverre worden de waterschapsadviezen ten aanzien van de voorgelegde bestemmingsplannen c.q. bestemmingsplanwijzigingen overgenomen?

– Indien adviezen niet of niet geheel worden overgenomen, welke stappen heeft het waterschap dan ondernomen om dergelijke bestemmingsplannen, die niet (optimaal) waterproef zijn, alsnog veranderd te krijgen?

– Hoe vaak heeft het waterschap ten aanzien van het niet overnemen van de waterschapsadviezen bezwaar- of beroepsprocedures bij de betrokken gemeenten gevoerd c.q. bij de provincie? En in hoeveel van die gevallen heeft dat alsnog geleid tot de gewenste/geadviseerde aanpassingen?

– Is de effectiviteit van de watertoets al bij andere waterschappen/provincies geëvalueerd en met welke resultaten?

– Neemt het waterschap deel aan benchmarking van de effectiviteit van de watertoetsen? Is het DB op dit vlak bereid initiatieven te ontwikkelen?

– In hoeverre wordt het waterschap preventief bij de opstelling van bestemmingsplannen betrokken?

– In hoeverre maken gemeenten effectief gebruik van in het verleden door o.a. de rechtsvoorgangers van het waterschap opgestelde waterkansenkaarten? En maakt het waterschap bij de toetsing van de bestemmingsplannen daar nog gebruik van?

Vertrouwende op een spoedige beantwoording,

hoogachtend,

mede namens de heer A.J. Jongevos,

Louis van der Kallen

 


NORMEN WATERBERGING – 0027

 


 

Bergen op Zoom, 25 augustus 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail [email protected]

 

Geacht Bestuur,

Bij het vaststellen van de waterbergingsopgaven is uitgegaan van bepaalde werknormen, zoals voor grasland maximaal 1 x per 10 jaar.

Nu bereiken ondergetekende geluiden dat die werknormen op landelijk niveau aanpassingen ondergaan, bijvoorbeeld ten aanzien van maispercelen. Ook deze zouden nu in de categorie maximaal 1 x per 10 jaar gaan vallen.

Wat is juist? Zijn de werknormen aangepast? Indien ja, hoe gaat ons waterschap daarmee om en wat zijn de consequenties voor onze waterbergingsopgaven?

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


MOTIE AANBESTEDINGSBELEID – 0026

 


 

M O T I E

 

Het algemeen bestuur van het Waterschap Brabantse Delta in vergadering bijeen op

5 oktober 2007

Overwegende dat:

– het vaststellen van het aanbestedingsbeleid een bevoegdheid is van het algemeen bestuur;

– bij de uitvoering van aanbestedingen door het dagelijks bestuur het dagelijks bestuur zich heeft te houden aan het door het algemeen bestuur vastgestelde aanbestedingsbeleid;

– bij de aanbesteding van het gewijzigde plan Vierde Bergboezem gebruik wordt gemaakt van een “Design and Construct contract”;

– deze aanbestedingsmethode voor relatief eenvoudige werken niet passend is in het door het algemeen bestuur vastgestelde aanbestedingsbeleid;

– in de algemene bestuursvergadering op 27 juni 2007 de dijkgraaf heeft gezegd dat van de “Design and Construct”-methode van aanbesteding in de toekomst meer gebruikt gemaakt zal gaan worden, omdat het dagelijks bestuur ontwerp- en bestekactiviteiten meer wenst uit te besteden;

– marktanalyses aangeven dat toepassing van de “Design and Construct”-methode leidt tot beperking van de concurrentie tussen aannemers, omdat dan alleen aannemers met een eigen ontwerp-/ingenieursafdeling voor deelname aan de aanbesteding in aanmerking komen;

– de praktijk aangeeft dat bij toepassing van de “Design and Construct”-methode overwegend, zo niet uitsluitend, de grotere landelijk opererende aannemers de werken toegewezen krijgen;

– het van belang is dat ook regionale aannemers, zowel uit oogpunt van concurrentie, maar ook uit oogpunt van regionale werkgelegenheid, alle kansen krijgen.

Constaterende dat:

– uitbreiding van het gebruik van de “Design and Construct”-methode naar de relatief eenvoudige werken, een fundamentele wijziging is van het tot op heden gevoerde beleid;

– het voorgaande strijdig is met het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid.

Spreekt als haar mening uit:

dat het dagelijks bestuur het klaarblijkelijk nieuwe aanbestedingsbeleid middels een nieuwe nota aanbestedingsbeleid dient voor te leggen ter vaststelling aan het algemeen bestuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

 


INNING TEVEEL BETAALDE WOZ-KOSTEN – 0025

 


 

Bergen op Zoom, 10 mei 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

In het beleidsverslag over 2006 van de gemeente Bergen op Zoom is onder “Concrete Risico’s” (pagina 145) opgenomen dat de Commissie Omvang Kosten op 8 juni 2005 de kosten heeft vastgesteld van de WOZ. Hieruit blijkt dat de gemeente Bergen op Zoom aan de afnemers van de WOZ-gegevens over de jaren 1999 t/m 2002 forse bedragen moet terugbetalen. Aan het Ministerie van Financiën is dit inmiddels gebeurd (2005). “Van het waterschap is nog geen afrekening ontvangen.”.

Hoe kan dit? En is het waterschap ook bij andere gemeenten ‘nalatig’ in het innen van teveel betaalde WOZ-kosten?

Volgens het beleidsverslag bedraagt het terug te betalen bedrag € 316.490,–. Voorwaar niet onaanzienlijk!

Graag Uw onmiddellijke actie.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


BEGROTINGSVERGELIJKING 2006 – 0024

 


 

Bergen op Zoom, 20 maart 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail [email protected]

 

Geacht Bestuur,

Recent hebben de AB leden mogen ontvangen de samenvatting van het rapport begrotingsvergelijking 2006 ‘beleidsambities en lastendruk van waterschappen vergeleken’.

Op mijn verzoek heb ik het complete stuk mogen ontvangen.

Pagina 28

Uit tabel 14 blijkt dat ingelanden in ons waterschap worden betrokken bij de calamiteiten oefeningen.

VERZOEK

Vriendelijk verzoek aan te geven hoe en bij welke oefeningen dat in het verleden heeft plaatsgevonden.

Pagina 32

Uit tabel 15 blijkt dat de Brabantse Delta (BD) geen gegevens heeft verstrekt over het percentage regionale keringen dat in de legger is opgenomen. In de vergelijking over 2005 bleek dat het percentage regionale keringen, dat voldeed aan de met door de provincie vastgestelde veiligheidseisen, op 1 januari 2005 nul was.

Het nu niet verstrekken van gegevens lijkt op het verdoezelen van niet welgevallige cijfers.

VRAGEN

  1. Waarom zijn de huidige cijfers/gegevens niet verstrekt?
  2. Voldoen onze regionale keringen aan de vastgestelde veiligheidseisen?
  3. Zo nee, wanneer wel?.

Pagina 41

Net als vorig jaar heeft binnen ons werkgebied slechts zeer weinig gemeenten een stedelijk baggerplan. Met 19 % van de gemeenten met een stedelijk baggerplan, in het kader van het tienjarenscenario, scoren wij het laagst van alle waterschappen. De mediaan is 80 %. Een gemiste kans om uit die subsidiepot te eten en iets goeds te doen voor het milieu. Hier breekt onze lankmoedigheid richting gemeenten ons op.

VERZOEK

DB doe hier nu eindelijk iets aan!

Pagina 46

Uit tabel 20 blijkt dat wij slecht scoren op het beleidsaspect bouw en exploitatie van zuiveringstechnische werken.

VERZOEK

Graag een toelichting.

Pagina 60

Op het moment van datavergaring bleek er net als vorig jaar nog geen beleidsplan handhaving te zijn. Er blijkt alleen bij nieuw afgegeven vergunningen gecontroleerd te worden. Het is echt tijd voor een beleidsplan handhaving waarin ook aandacht komt voor controles van oudere vergunningen.

Pagina 64

Volgens tabel 24 heeft slechts 5 % van de gemeenten in ons werkgebied de basisinspanning

gerealiseerd. Daarmee is de BD de risee van alle waterschappen. De mediaan is 85 %. De slechtste andere collega haalt 50 %.

Ondergetekende roept reeds jaren: pak die gemeenten aan. Laat de zijden handschoenen eens thuis en neem handhavende maatregelen c.q. nagel de nalatige gemeenten nu eens aan de schandpaal c.q. roep de provincie op tot actie.

DIT IS EEN SCHANDE!!

Pagina 76

Uit tabel 30 blijkt dat onze klachtenafhandeling met 10 weken, samen met 2 andere waterschappen, de langste tijd vergt.

VERZOEK

Graag een toelichting en een plan van aanpak. Als het Friese waterschap het in 2 weken kan moeten wij het toch korter kunnen dan de huidige 10 weken.

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


EVIDES PROJECTEN – 0023

 


 

Bergen op Zoom, 24 februari 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail [email protected]

 

Betreft: Evides projecten

 

Geacht Bestuur,

De discussie over zoet/zout van het Volkerak/Zoommeer systeem gaat een nieuwe fase in. Zout wordt nu nader onderzocht. Belangrijk daarbij is de zoetwatervoorziening in West-Brabant en Zeeland voor de landbouw en industrie.

Bij ondergetekende bestaat de indruk dat de ogen van Evides zich nu extra richten op de mogelijkheden om extra water te onttrekken aan de Brabantse Wal en aan de polders aan de voeten van de Wal.

Op zich is dat logisch, maar uit het oogpunt van ecologie en de verdrogingsproblematiek is dit zeer verontrustend.

Ondergetekende is vooral verontrust over de initiatieven van Evides voor waterwinning in de polders. Peilhandhaving dient het uitgangspunt te zijn. Onttrekkingen kunnen ook de kweldruk doen toenemen, waardoor verdroging van de Brabantse Wal kan toenemen.

Ondergetekende verzoekt Uw bestuur de belangen van de natuur en landbouw hier nadrukkelijk te behartigen en geen experimenten toe te staan, waarvoor de onderbouwing inzake de hydrologische effecten vraagtekens kan oproepen.

Ondergetekende verzoekt Uw bestuur nadrukkelijk het AB vroegtijdig te informeren inzake de eventuele waterwinningsprojecten in en uit de polders aan de voet van de Brabantse Wal.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


UITWERKING UITGANGSPUNTEN WATERTOETS – 0021

 

 


 

Bergen op Zoom, 11 december 2006

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail [email protected]

 

Geacht Bestuur,

Het waterschap Aa en Maas heeft in samenwerking met het waterschap De Dommel de “Uitwerking uitgangspunten watertoets Aa en Maas” gepubliceerd.

– Wanneer is het waterschap Brabantse Delta zover?

– Waarom heeft ons waterschap niet geparticipeerd in deze co-productie?

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


WATERTOETS – 0022

 


 

Bergen op Zoom, 11 december 2006

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail [email protected]

 

Betreft: watertoets als schaamlap

 

Geacht Bestuur,

Volgens de handreiking “Watertoets” van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is een watertoets geboden voor alle plannen, waarbij een ruimtelijke procedure wordt gevolgd. Voorbeelden zijn: bestemmingsplannen, structuurplannen, streekplan, zelfstandige projectprocedures (ex art. 19 lid 1 WRO), enz.

Volgens de voornoemde handreiking dienen de eventuele maatregelen opgenomen te worden in de toelichting bij de voornoemde ruimtelijke plannen. Een prachtig verplicht procesinstrument dat leidt tot veel werk bij waterschappen, maar dat feitelijk niet leidt tot de gewenste resultaten. Het is niet meer dan een doekje voor het bloeden of in mijn beleving ‘een schaamlap’, waarmee de wetgever ons (het waterschap) heeft opgezadeld.

De waterparagraaf staat bij de mij bekende nieuwe bestemmingsplannen altijd in de zogenaamde toelichting van de bestemmingsplannen. Dit is conform de voornoemde handreiking. Echter de toelichting is niet bindend. Dus niet juridisch afdwingbaar!

Alleen de voorschriften zijn bindend en juridisch afdwingbaar.

Vrijwel al het werk van het waterschap inzake waterparagrafen in bestemmingsplannen is feitelijk ‘water naar de zee dragen’ en is slechts van marginale invloed op de waterproblematiek en de wateropgaven waarvoor Nederland en ons territoir met name zich gesteld ziet.

Ondergetekende constateert dat bijvoorbeeld in het bestemmingsplan Fort/Zeekant in de gemeente waar ik raadslid ben, de waterparagraaf niet wordt uitgevoerd. Projectontwikkelaars hebben er simpelweg het geld niet voor over. Van de mooie waterbergingsplannen per individuele woning of bouwplan komt dus niets terecht.

Ik verzoek U dringend deze problematiek onder de aandacht van de Unie en het Ministerie te brengen.

De watertoets is goed, mits deze leidt tot de opname van afdwingbare voorschriften in alle ruimtelijke plannen.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

c.c. fracties 2e kamer

fracties Provinciale Staten

college van B&W gemeente Bergen op Zoom

 


HANDHAVING BESTEMMINGSPLAN – 0020

 


 

Bergen op Zoom, 11 september 2006

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

Geacht Dagelijks Bestuur,

Sinds 2002 is de waterparagraaf een vast onderdeel van de nieuwe bestemmingsplannen. In het proces om te komen tot een nieuw bestemmingsplan wordt het Waterschap dan ook betrokken. Maar wat levert dit in feite op? Dus wat is de werkelijkheid ten opzichte van de papieren waarde van een bestemmingsplan?

Een voorbeeld uit Bergen op Zoom:

In het bestemmingsplan Het Fort Zeekant in paragraaf 3.6.2 staat in de toelichting op pagina 25 vermeld: “In het geval van nieuwbouw moet voor zowel de grondgebonden woningen, gestapelde woningen en voor de bedrijfspanden door de eigenaren een regenwateropvang worden gerealiseerd ten behoeve van toiletspoelingen, beregening van tuinen en voor autowassen. De buffercapaciteit van de voorziening dient ten minste 3.0 m3 per wooneenheid te bedragen.”.

De werkelijk is dat het voornoemde voorschrift niet in de praktijk wordt gebracht. Formeel omdat er bij pilotprojecten elders in het land foutieve aansluitingen zijn geweest, die hebben geleid tot ziektegevallen.

Mijn (off the record) informatie is dat aannemers en projectontwikkelaars dit soort voorschriften kostprijs opdrijvend vinden en er daarom niet aan mee willen werken. Het gebeurt nu alleen nog ‘op basis van vrijwilligheid en eigen initiatief’. Niet dus!

In nieuwe (Bergse) bestemmingsplannen komt deze paragraaf dan ook niet meer voor. Gelet op het feit dat de noodzaak van waterberging en hergebruik nog immer actueel is, vind ik het buitengewoon jammer dat een dergelijk voorschrift in nieuwe bestemmingsplannen (klaarblijkelijk met Uw toestemming) ontbreekt.

Wat ik ergerlijk vind, is dat zonder een formele aanpassing van een bestemmingsplan een onderdeel van de waterparagraaf door een gemeente ter zijde wordt geschoven, zonder dat dit leidt tot handhavingsacties c.q. verzoeken tot handhaving bij bijvoorbeeld de provincie.

Welke acties onderneemt Uw bestuur om de afspraken, gemaakt met gemeenten, die neergelegd zijn in bestemmingsplannen, ook feitelijk tot uitvoer te brengen?

Of is de waterparagraaf feitelijk vrijblijvend en eindigt de bemoeienis van het Waterschap bij de vaststelling van een bestemmingsplan?

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen