MET DE BLIK VAN EEN WATERSCHAPBESTUURDER GEKEKEN NAAR 1795-1810


| 05-07-2021 |

 

Het tijdvak 1795-1810 was de Bataafse Republiek gevolgd door de regeerperiode van koning Lodewijk Napoleon. Het was ook een periode van een aantal watersnoden waaronder die van 1809 toen grote delen van Midden-Nederland in het gebied van Maas, Waal, Merwede en IJssel overstroomden.

In deze periode veranderde – in mijn ogen – het denken van de centrale landsregering over het waterbeheer. Ten tijde van de republiek der zeven provinciën was er op het gebeid van het waterbeheer vrijwel geen landelijk gezag c.q. beleid.

Dat alles veranderde met de Staatsregeling voor het Bataafse Volk 1798. Er kwam in 1798 een afdeling nationale waterstaatszorg en er werd gestart met de technische rijksdienst (vanaf 1810 Corps Ingenieurs). Deze vielen onder het agentschap (=ministerie van) Binnenlandse zaken.

Wat op mij als waterschap bestuurder (vanaf 1993) het meeste indruk maakte, was de impliciete erkenning van het belang van water bij de (bestuurlijke) inrichting van ons land.

De Staatsregeling verdeelde het grondgebied der Bataafsche Republiek niet in provincies maar in “Agt Departementen, met naame:

  • Het Eerste Departement: van de Eems.

  • Tweede Departement: van den Ouden Yssel.

  • Derde Departement: van den Rhijn.

  • Vierde Departement: van den Amstel.

  • Vijfde Departement: van Texel.

  • Zesde Departement: van de Delf.

  • Zevende Departement: van de Dommel.

  • Agtste Departement: van de Schelde en Maas.” (zie foto)

Bij de indeling waren de waterstaatkundige grenzen in hoge mate bepaald door de loop van de rivieren en stroomgebieden. Buiten het starten van de afdeling nationale waterstaatszorg werd er in 1805 een waterbouwkundige vakopleiding toegevoegd aan de militaire academies. De waterstaatkundige kennisopbouw was tot 1805 vooral een taak van de hoogheemraad- en waterschappen. De vakopleiding bij de militaire academies was de start van de bundeling en borging van de waterstaatkennis die Nederland op dit vlak wereldleider zou gaan maken.

Napoleon Bonaparte besloot in 1806 een eind te maken aan de Bataafse Republiek, omdat hij een sterk gezag wenste in de strategisch gelegen Nederlanden. Hij plaatste daarom zijn jongere broer Lodewijk Napoleon op de troon. Op 5 juni 1806 werd Lodewijk Napoleon koning van Holland.

Koning Lodewijk, aanvankelijk door zijn onderdanen gezien als louter een zetbaas van Napoleon Bonaparte, maakte zich snel geliefd onder het volk door zijn betrokken optreden bij rampen. In 1808 besloot hij tot de oprichting van het Ministerie van Waterstaat.

Het koninkrijk Holland werd op 9 juli 1810 per decreet (van Rambouillet) ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Per keizerlijk decreet werd ‘Holland’ toen ingedeeld in zeven departementen die de namen van rivieren kregen.

  • Ems Occidentale (Groningen en Drenthe)

  • Ems Oriental (Oost-Friesland)

  • Frise (Friesland)

  • Bouches de l’Yssel (Overijssel)

  • Yssel Supérieur (Gelderland)

  • Zuiderzee (Noord-Holland en Utrecht)

  • Bouches de la Meuse (Zuid-Holland) (zie foto)

De waterschappen streven al vele jaren naar meer invloed op de gemeentelijke en provinciale ruimtelijke ordeningsplannen. Adviseren vanuit je deskundigheid is leuk maar als gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen met die mooie adviezen niet of slechts beperkt rekeninghouden is het resultaat te beperkt. Als er dan toch wateroverlast optreedt, krijgen de waterschappen veelal de ‘zwartepiet’ toebedeeld. In de Bataafse Republiek en in het koninkrijk Holland van Lodewijk Napoleon begreep het landelijk bestuur wel, gezien de naamgeving van de departementen, dat water wel degelijk het ordenend principe was.

Soms is het goed zaken, die de fundering zijn van ons waterbeleid, eens aan de graftomben der herinnering in ontrukken en in het volle licht te zetten, in de hoop dat deze de landelijke bestuurders van nu tot inspiratie dienen.

 

Louis van der Kallen.


AGROFORESTRY


| 03-07-2021 |

 

Het gebeurt niet zo vaak dat boeren in West-Brabant een randstadkrant halen, zoals de Volkskrant. Toch was dat op 20 maart j.l. het geval. Oud-collega waterschapbestuurder Jack Verhulst, biologisch melkveehouder op de Hillekens Hoeve, stond uitgebreid in een artikel over “Beter boeren met bomen”. Hij ziet de voordelen van de combinatie landbouw met bomen (eiken tussen de weiden en walnotenbomen op de weiden). Zij manier van boeren en bomenplanten past in de regeringsdoelstellingen tot meer bomen en bossen in Nederland. Bomen op landbouwgrond kennen meer voordelen dan alleen CO2-opslag. Ze houden water beter vast, ze wortelen dieper en halen daar mee voedingsstoffen en mineralen naar boven waarmee de vruchtbaarheid verbetert. Ze geven het vee beschutting en verhogen de biodiversiteit. Jack combineert Agroforestry met agro-ecologie en is overtuigd dat zijn manier van boeren rendeert en dat het historische samenleven van mensen met bossen en alle organismen – die hiervan deel uitmaken – iets toevoegt aan het welzijn van zijn vee en de kwaliteit van de producten die zijn bedrijf levert.

 

Louis van der Kallen.


WANNEER WORDT HET ZUIDWESTEN WEER ZOET?


| 16-05-2021 |

 

Omstreeks het begin van de jaartelling lag voormalig zoet laag Nederland achter een vrijwel aaneengesloten kustlijn en vele meters hoger dan de zee. Exploitatie van veen, inpoldering en ontwatering lieten de bodem dalen tot beneden de zeespiegel. Aan landverlies viel niet te ontkomen. Door toedoen van de mens drong de zee ver het land binnen. De grillige belijning van ons land met eilanden en zeegaten contrasteert met het regelmatig gevormde kustfundament. Terwijl iedereen vertrouwd is met een zoet IJsselmeer (voorheen het zeegat Zuiderzee), blijft het een raadsel waarom onder de huidige omstandigheden in het zuidwesten extreem zout gehouden wateren worden geaccepteerd. Het Deltaplan voorzag immers al in zoete Zeeuwse meren! Het natuurlijk verzoeten van deze wateren is de meest voor de hand liggende oplossing voor de  problemen van verzilting en zoetwatertekorten waarmee Zeeland in toenemende mate kampt en een grote stap naar klimaatbestendigheid bij verdere zeespiegelstijging.

Lang gewacht
De plannen voor verzoeting van Zeeland zijn onderzocht en uitgewerkt in het Deltaplan.
Door twee gebeurtenissen in de zestiger jaren, een strenge winter en het lage zoutgehalte vanwege een hoge afvoer, vroeg de (mossel- en) oesterteelt of ze alvast schadeloos gesteld mocht worden en konden stoppen, omdat de Zeeuwse delta na 1971 zoet zou worden. Daaraan werd door het Rijk voldaan. Een deel van de teelt kon naar de Waddenzee verplaatst worden. De sector als geheel kreeg schadeloosstelling dan wel een plaats in de Waddenzee. Degenen die later toch op eigen risico opnieuw begonnen werden gewaarschuwd dat ze geen nieuwe aanspraak op schadevergoeding konden maken.

Deze schoolplaat gaf duidelijkheid.

 

De adviezen van beide deltacommissies zijn echter ten dele overgenomen en zo kregen de hoofddoelen waterveiligheid en zoetwatervoorziening te weinig aandacht. Urgentie vanwege klimaatverandering maakt het plan van Johan van Veen weer actueel en inpasbaar bij zeespiegelstijging.
Door de aanleg van een stormvloedkering bleef de Oosterschelde zout en vanwege de slechte kwaliteit van het Rijnwater in de jaren ‘70 werd de verzoeting van de Grevelingen uitgesteld.
Al met al werden voor zuidwest Nederland ‘zoute’ beleidskeuzes gemaakt voor grootschalige lozing van zoet water via de Nieuwe Waterweg, voor zoute meren in Zeeland, (half)open zeegaten en een blokkade van natuurlijke rivierwateraanvoer naar de wateren en eilanden. Zeeland is nog nooit zo zout geweest!

Vanwege de ontstane zoetwatertekorten kan in Zeeland aan de watervraag voor beregening, doorspoeling en peilbeheer niet meer voldaan worden. Dit veroorzaakt verzilting van sloten en de wortelzone, met sterfte van het gewas als gevolg. Bestaande zoetwaterlenzen lopen de kans geheel of meerjarig te verdwijnen. Zoet water is van levensbelang voor de leefbaarheid van de provincie Zeeland en het tegengaan van de verzilting van West-Brabant.
Wanneer we de balans opmaken, zien we dat het meeste zoete water ons land ongebruikt passeert en een teveel aan neerslag te snel wordt afgevoerd. Veel zoet water gaat verloren door lozing in zee.

De spuisluizen in de Volkerakdam liggen al vanaf hun realisatie te wachten om overtollig rivierwater af te laten stromen naar Zeeland. Het is een misverstand dat er continu aan zoetwateraanvoer moet worden voldaan. Voor verzoeting en verversing is er door het jaar heen meer dan voldoende zoet water beschikbaar.

Detail kaart 11: Het wordt zouter, bron Nationaal Waterplan 2009

 

Met de rug tegen de muur

Het grondwater van de Zeeuwse eilanden verzilt sterk en de beperkte zoetwatervoorraad Volkerak-Zoommeer heeft last van zoute kwel vanuit de aangrenzende zoute wateren. Voortzetting van een beleid van verzilting en zoetwaterlozing maakt dat bij zeespiegelstijging het nu al nijpende zoetwatertekort sterk zal toenemen. Ondanks een aanvankelijk enthousiasme en hoge inspanningen voor tal van zilte planvorming zal men de realiteit onder ogen gaan zien en afstand nemen van bestemmingen, statussen en toegezegde zaken.

Duurzame zoetwatervoorziening en noodberging van rivierwater zijn urgente wateropgaven waarvoor Zeeland staat, gevolgd door het tegengaan van verzilting en het borgen van zeewaterveiligheid bij de te verwachten versnelling van zeespiegelstijging (IPCC/KNMI).
In deze regio dienen de nodige wateropgaven doelgericht en voortvarend opgepakt te worden.

Krijgt de natuur ditmaal kansen ?

Waar men achter de kustlijn zoute natuur probeert vast te houden, gaat het met het milieu bergafwaarts. De beoogde doelen blijken bij  de Oosterschelde en de Grevelingen onhaalbaar. 

In onze steeds veranderende cultuurlandschappen past de natuur zich continu aan. Dat geldt straks ook bij de maatregelen die genomen gaan worden voor klimaatbestendigheid.

Afgelopen jaren werden we ons door klimaatverandering en voortgaande verzilting bewust van de urgentie om het waterbeleid te ijken aan de lange termijn. Daarbij kunnen de te verzoeten wateren onderdeel gaan uitmaken van een gezond en evenwichtig watersysteem. Zeer zeldzame zoetwatermilieus (zoet oppervlaktewater is minder dan een tienduizendste van het water op aarde!) nemen de plaats in van het mondiaal alom aanwezige zoutwatermilieu. Milieuzones schuiven westwaarts op en er ontstaan nieuwe natuurgebieden voor de kust. De keuze voor een migratierivier op zee aansluitend op een kokersluis in de Haringvlietdam ligt voor de hand en kan westwaarts worden verlengd, gelijktijdig met de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg en ruimtelijke uitbreiding ten westen van de Maasvlakte. Naast het oppervlak aan natuur zal de biodiversiteit met sprongen toenemen. Een enorme impuls voor de natuur.

Behoud vestigingsklimaat en kapitaal

Vergeleken met de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050, waarin verzouten centraal staat, is verzoeten veel goedkoper, effectiever en duurzamer. Het waterbeleid zal haar ambities en handelingsperspectieven die voortkomen uit het Uitvoeringsprogramma ZWD 2010 -2015+ moeten loslaten. Nostalgie naar de, indertijd ongewenste, situatie van vóór de Deltawerken is nu eenmaal een averechtse en subjectieve drijfveer. Hoe eerder de Grevelingen verzoet, des te eerder zullen mens en natuur er de vruchten van plukken.

Ook het op termijn verzoeten van de Oosterschelde voorkomt overbodige investeringen en schade.

Het verzoeten stopt de verzilting van de eilanden en creëert extra zoetwatervoorraad en bergingscapaciteit. Het perspectief van een groot zoetwaterreservoir, waaruit men in droge zomers naar behoefte vrij uit kan tappen, is zeer aantrekkelijk voor landbouw, natuur, waterafhankelijke sectoren en leefbaarheid. Zo behoudt Zeeland een gezond vestigingsklimaat.

Rivierwaterveiligheid door noodberging

Door het waterbergende oppervlak van het Haringvliet, Hollandsch Diep en Biesbosch aan te vullen met de voormalige zeegaten vermindert de stijgsnelheid bij noodberging van rivierwater tot 1/3 deel. Met een bekken in zee erbij, afhankelijk van de grootte, tot 1/8 deel. Oppervlakvergroting geeft een sterke toename van de rivierwaterveiligheid. Om bij berging milieurampen te voorkomen is het van belang dat de bergingswateren zoet of tenminste brak zijn en komen daarbij de nog te realiseren overgangen van zoet naar zout zeewaarts of voor de huidige kust te liggen.

Bekken in zee

Bij alles is samenwerken met water de juiste keuze. Alhoewel na diverse afsluitingen de natuurlijke vorming van de Voordelta heeft plaatsgevonden, blijft de Zuidwestelijke Delta uiterst kwetsbaar.
Na het verder wegvallen van sterk ondermijnende getijdenstromingen gaan uitgeschuurde stroomgaten zich vullen met sediment en groeit de Voordelta verder aan. Niet alleen de kust, maar ook het kustfundament sluit zich meer. Intussen komt dan wel het einde van de levensduur van de Oosterscheldekering langzaam in zicht, maar bij tijdige realisatie van een beschermend bekken in zee kan dit icoon behouden blijven. Binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van het Nationaal Deltaprogramma wordt een tweede kustlijn gezien als kansrijk. Mogelijk dat het Deltaprogramma een impuls kan geven aan het bespoedigen van het verzoeten van de Zeeuwse wateren.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens.


GOED VOORBEELD OP DE LOCATIE VAN KAAM


| 10-05-2021 |

 

Soms is een bouwplan een voorbeeld voor de bouwsector en laat het zien hoe – in een veranderende wereld waar het klimaat andere eisen stelt – vernieuwende ondernemers daarmee om kunnen gaan en met een relatief detail het verschil kunnen maken.

Op de locatie Laan van Borgvliet waar vroeger Van Kaam gevestigd was, komt een vijftal woningen waarvan één levensloopbestendig. Het nieuwe is een hemelwatersysteem dat uitloopt in de kruipruimte van de woningen. Deze kruipruimte wordt zodanig ingericht dat zij kan dienen als waterbuffer om het hemelwater in de bodem te laten infiltreren. Dit is een bijdrage aan de aanpak van de verdroging van de bodem in plaats van het water snel af te voeren. Naar mijn kennis is het in Bergen op Zoom en de regio voor het eerst dat dit systeem op deze wijze wordt toegepast.

Aannemingsbedrijf Deurloo uit Tholen verdient wat mij betreft een compliment en ik hoop op navolging bij andere bouwprojecten.

 

Louis van der Kallen.


NADENKEN


| 19-04-2021 |

 

In Nederland gaat steeds vaker wat mis bij projecten van de overheid, zo ook in de provincie Overijssel bij het verbreden van het Kanaal Almelo-De Haandrik in 2011. Het is de opmaat tot een catastrofe: in enkele jaren tijd is door piping schade aan 430 huizen langs het kanaal ontstaan.

In een artikel in de Volkskrant over deze casus komt emeritus hoogleraar Foundation Engineering and Soil Mechanics Stefan van Baars tot de volgende uitspraak (die ik voor 100 % onderschrijf): “Er is iets fundamenteel mis in Nederland. Overal is de deskundigheid wegbezuinigd en komen er managers voor terug. Om projecten te realiseren gaat de overheid publiek-private samenwerkingen aan, waarbij de aansprakelijkheid wordt afgeschoven op bedrijven. Een instituut als Deltares kan vervolgens zonder tegenspraak onvolledige conclusies trekken. En een rechter zal altijd Deltares geloven, dus een zaak aanspannen heeft nauwelijks zin. Toon als burger maar eens aan dat je schade hebt ‘dankzij’ de overheid.”

Er moet iets fundamenteels veranderen! Overheden moeten ‘deskundigheden’ ook weer zelf in huis halen en hun verantwoordelijkheden zelf dragen.

 

Louis van der Kallen.

 


JALOERS


| 18-04-2021 |

 

Op vakantie kom je soms goede ideeën tegen. Zo zag een lid van de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk in Cannes – in la douce France – bij een aantal putten/straatkolken een plaatje met de tekst ‘Ici commence la mer. Ne rien jeter svp’ oftewel ‘hier begint de zee. Niets ingooien aub’.

Als lid van een serviceclub als de Rotary dacht hij: dat is iets voor mijn gemeente. Nu kent een gemeente als Bergen op Zoom vermoedelijk meer dan 10.000 straatkolken maar hoe mooi zou het zijn als een dergelijk idee ook in onze gemeente navolging zou krijgen. Als is het maar bij scholen, bibliotheken, kerken, bushaltes, hangplekken en in het centrum, zodat de mensen er zich bewust van worden dat het riool geen afvaldumpplek is. In de gemeente Katwijk heeft het geleid tot een prachtige actie waarbij tal van sponsoren en verenigingen zich aansloten. In ons mooie Brabant is er ook in Geertruidenberg een actie tot navolging gestart.

Wat in dat andere ‘’den Berg” (Geertruidenberg) kan, moet ook kunnen in ons Bergen. Dus welke serviceclub pakt dit op? Ik neem aan dat de Rotarians in onze gemeente trappelen van ongeduld om in het kader van community service dit op te pakken of neemt een andere serviceclub dit initiatief? Ik neem zomaar aan dat de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk er geen patent op heeft aangevraagd!

 

Louis van der Kallen.

 


IN ÉÉN


| 12-04-2021 |

 

In een ‘zee’ van blauwe stippen springt de rode bij Bergen op Zoom de Binnenschelde er wel uit. Ook op de kaart van 2019 is dat het geval https://www.eea.europa.eu/themes/water/interactive/bathing/state-of-bathing-waters

Geen uitnodiging om hier te komen zwemen of surfen. Dat kan anders maar dat vergt een jaren lange aanpak om tot verbetering te komen. Te beginnen met een verbod om gemotoriseerd te varen waarbij de bodem wordt losgewoeld en voedingsstoffen voor de algen worden verspreid in het water.

 

Louis van der Kallen.


DE BOOMSPIEGEL


| 01-04-2021 |

 

Steden en dorpen verharden. Gemeenten en veel mensen kiezen vaak voor weinig onderhoud en bestraten hun achtertuinen en maken van hun voortuin een parkeerplek die altijd vrij is. Ook gemeentelijke plantsoenen zijn de afgelopen jaren omgetoverd tot grasvlakten en perken met weinig onderhoud. Gevolg: afwateringsproblemen en verschraling van de biodiversiteit. Steeds minder insecten, steeds minder vogels en vleermuizen die de insecten eten. Het kan en moet anders.

Eén van de mogelijkheden om dat anders te doen, kan zijn het vergroenen van de boomspiegels. De boomspiegel, de vaak zanderige grond rondom een boom, is een perfecte plek om de stad of uw dorp te vergroenen. Stichting Guerrilla Gardeners lanceert daarom in samenwerking met de Stichting Steenbreek in 2021 de Nationale Dag van de Boomspiegel. Beide organisaties hebben de handen ineengeslagen om de boomspiegel op de kaart te zetten met als doel voor 2030 een miljoen groene boomspiegels te realiseren. Dat doen ze in het najaar, het ‘vergeten tuinseizoen’. Dan is de grond nog warm en vochtig, hebben planten mooi de tijd om te wortelen en het is de ideale tijd om bollen te planten.

Guerrilla Gardeners wachten niet af tot ‘de overheid’ of ‘de bedrijven’ komen met een oplossing. Het zijn bewoners van wijken overal in het land met de focus op wat je wél kunt doen voor biodiversiteit. Gewoon vlak buiten de eigen voordeur. Een voorbeeld in Bergen op Zoom is Bea Demmers. Zonder het zelf te beseffen is zij een Guerrilla Gardener die voor haar eigen voordeur een klein bijen- en insectenparadijsje heeft gecreëerd (zie foto).

De Guerrilla Gardeners zien boomspiegels als een ideale plek om aan te pakken. Ieder plantje op zo’n kale plek draagt direct bij aan de biodiversiteit. Vanwege de locatie op straat en/of in de stoep is het beplanten heel goed samen met straatgenoten op te pakken, wat op een natuurlijke wijze leidt tot ontmoetingen en contacten. Samen oases in een boomspiegel aanleggen zorgt ervoor dat bewoners meer betrokkenheid voelen bij hun wijk.

Gemeenten kunnen partner worden bij dit project. Het aanbod aan gemeenten bestaat uit diverse standaardpakketten (small, medium en large) met een oplopende mate van ondersteuning. Het small pakket is gratis. Van diverse grote gemeenten is al bekend dat ze bij deze dag willen aanhaken. Gaat Bergen op Zoom of uw gemeente ook aanhaken?

 

Louis van der Kallen.


CONSULTATIE KADERNOTITIE ZEEUWS DELTAPLAN ZOET WATER


Bergen op Zoom, 30 maart  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: CONSULTATIE KADERNOTITIE ZEEUWS DELTAPLAN ZOET WATER, KENMERK W 21003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Via een actieve aanpak wil de provincie Zeeland vraag en aanbod van zoet water meer in balans brengen, vooral in het landelijk gebied. Het Zeeuws Deltaplan Zoet Water moet daarbij helpen. De huidige inzichten, opgaven en kansen staan beschreven in een kadernotitie.

De komende maand vindt een informele consultatie plaats. In dat Deltaplan Zoet Water moeten straks keuzes worden gemaakt over haalbaarheid van maatregelen, prioriteiten en kosten. Het Zeeuwse Deltaplan Zoet Water krijgt geen wettelijke status, en inspraak op dit plan is formeel niet nodig. Datzelfde geldt voor de kadernotitie. Gezien het belang van het onderwerp wil de provincie de notitie wel graag toetsen. Daarom wordt een informele consultatie gehouden tot en met 12 april. Na de consultatieronde wordt de eventueel bijgestelde kadernotitie op 20 april vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zeeland. Daarbij komen ook de reacties van externe partners aan de orde. Tot en met de zomer van 2021 wordt er gewerkt aan het Zeeuwse Deltaplan Zoetwater.

De Kadernotitie Zeeuwse Deltaplan Zoet Water is te vinden op de website van de provincie Zeeland (https://www.zeeland.nl/water/zeeuws-deltaplan-zoet-water).

Graag stellen wij de volgende vragen:

  • Heeft het DB kennisgenomen van de Kadernotitie Zeeuws Deltaplan Zoet Water?

  • Naar het gevoelen van de fractie Ons Water/Waterbreed is er mogelijk een samenhang tussen een aantal aandachtsgebieden zoals in de kadernotitie benoemd en de belangen van ons waterschap. Denk aan “Externe wateraanvoer via buisleidingen”, “Benutten RWZI-effluent en industrieel afvalwater” en “Industrieel watergebruik”, alsmede de benutting van het water uit het Volkerak-Zoommeer. Is het DB voornemens deel te

nemen aan de informele consultatieronde en wat wordt dan de inbreng van ons waterschap?

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,


L.H. van der Kallen.

(klik voor website)


 

AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL


Bergen op Zoom, 30 maart  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL, KENMERK W 21002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

In november 2007 ondertekenden het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg een convenant betreffende het Wilhelminakanaal. Dit convenant behelsde de verbreding en verdieping van het kanaal, het slopen van sluis II en het omleggen van het kanaal bij sluis III. Dit is nodig omdat de huidige sluis III de laatste bajonetsluis in het Wilhelminakanaal is en aangemerkt is als industrieel erfgoed. In de omlegging komt een nieuwe, grotere sluis. Ten oosten van deze sluis komt een zwaaikom (keerplaats) voor de schepen. Op de website https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2020/11/stand-van-zaken-project-wilhelminakanaal-sluis-ii.aspx (MIRROR) van Rijkswaterstaat is nu te lezen dat men in 2021 op zoek gaat naar een aannemer die het ontwerp ‘in detail gaat uitwerken op basis van de opgestelde eisen en richtlijnen.’

Dit allemaal om de capaciteit van het kanaal te vergroten. Het huidige kanaal is – naar mijn kennis – ontworpen om schepen tot 500 ton te faciliteren, en tot 700 ton op het benedenpand.

Ook het Markkanaal is ontworpen voor de bevaarbaarheid voor schepen tot 500 ton laadvermogen.

Hydrologisch beïnvloedt het Wilhelminakanaal de omgeving in hoge mate.

Hierbij stel ik u de volgende vragen:

  • Op welke wijze is het waterschap betrokken bij de opstelling van de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Wat zijn de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Is het DB van mening dat de “opgestelde eisen en richtlijnen” voldoende borgen dat de hydrologische, nadelige gevolgen van het kanaal op de omgeving worden beperkt?

  • Welke rol kan het Wilhelminakanaal in de toekomst spelen in een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap en wordt die mogelijke rol meegenomen in de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Zijn er effecten van de veranderingen te verwachten op het Markkanaal?

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,


L.H. van der Kallen.