A4 – 0030

 


 

Bergen op Zoom, 31 oktober 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

Geacht Dagelijks Bestuur,

Tijdens de klankbordbijeenkomst van de Integrale Gebiedsanalyse voor de Ligne werd de indruk gewekt dat de afwatering van de nieuwe A4 rechtstreeks op de Ligne zou plaatsvinden met alle milieurisico’s voor het ontvangende water. Die suggestie werd, ondanks de ontstane discussie, door de ambtenaren van het waterschap niet weersproken.
Ondergetekende verbaast zich hierover. Volgens mij dient het bij de afwatering van een nieuwe snelweg zo geregeld te zijn dat de vuillast via buffering beperkt wordt en dat zelfs bij een (kleine) calamiteit het ontvangende water gevrijwaard blijft van een ernstige verontreiniging.

Hoe is/wordt het in de WVO vergunning van de A4 geregeld?

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


WATERTOETS – 0028

 


 

Bergen op Zoom, 24 oktober 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Reeds een aantal jaren heeft het waterschap een wettelijke taak bij de totstandkoming van bestemmingsplannen, namelijk: advisering ten aanzien van de watertoets.

Voor ondergetekenden is het ondoorzichtig in hoeverre de waterschapsinbreng een effectieve is. Tot op heden hebben het algemeen bestuur in deze geen evaluaties bereikt.

Gezien het grote belang van een adequate omgang met de waterbelangen in bestemmingsplannen en de grote water(bergings)belangen waar de samenleving, en het waterschap in het bijzonder, voor staat, verzoeken ondergetekenden het dagelijks bestuur de effectiviteit van de waterschapsbijdrage in bestemmingsplannen te evalueren.

Vragen die middels een dergelijke evaluatie beantwoord dienen te worden zijn o.a.:

– Leggen alle gemeenten alle nieuwe bestemmingsplannen c.q. bestemmingsplanveranderingen voor aan het waterschap? Zo nee, welke niet?

– Wat is het beleid c.q. de aanpak van in deze onwillende gemeenten?

– Controleert het waterschap of de adviezen worden overgenomen?

– In hoeverre worden de waterschapsadviezen ten aanzien van de voorgelegde bestemmingsplannen c.q. bestemmingsplanwijzigingen overgenomen?

– Indien adviezen niet of niet geheel worden overgenomen, welke stappen heeft het waterschap dan ondernomen om dergelijke bestemmingsplannen, die niet (optimaal) waterproef zijn, alsnog veranderd te krijgen?

– Hoe vaak heeft het waterschap ten aanzien van het niet overnemen van de waterschapsadviezen bezwaar- of beroepsprocedures bij de betrokken gemeenten gevoerd c.q. bij de provincie? En in hoeveel van die gevallen heeft dat alsnog geleid tot de gewenste/geadviseerde aanpassingen?

– Is de effectiviteit van de watertoets al bij andere waterschappen/provincies geëvalueerd en met welke resultaten?

– Neemt het waterschap deel aan benchmarking van de effectiviteit van de watertoetsen? Is het DB op dit vlak bereid initiatieven te ontwikkelen?

– In hoeverre wordt het waterschap preventief bij de opstelling van bestemmingsplannen betrokken?

– In hoeverre maken gemeenten effectief gebruik van in het verleden door o.a. de rechtsvoorgangers van het waterschap opgestelde waterkansenkaarten? En maakt het waterschap bij de toetsing van de bestemmingsplannen daar nog gebruik van?

Vertrouwende op een spoedige beantwoording,

hoogachtend,

mede namens de heer A.J. Jongevos,

Louis van der Kallen

 


GS NOORD BRABANT INZ. INTERPRETATIE WATERSCHAPSWET – A017

 


 

Bergen op Zoom, 15 oktober 2007

 

Aan het College van Gedeputeerde

Staten van de Provincie Noord Brabant

Postbus 90151

5200 MC ‘s Hertogenbosch

per email: info@brabant.nl

 

Geacht College,

De afgelopen maanden is er in het algemeen bestuur en met het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta gesproken omtrent de bevoegdheden van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur.

De discussie startte in de Algemene Bestuursvergadering van 27 juni 2007 met een bijdrage van de dijkgraaf die erop neerkwam ‘dat van de “Design and Construct”-methode van aanbesteding in de toekomst meer gebruik gemaakt zal gaan worden, omdat het dagelijks bestuur ontwerp- en bestekactiviteiten meer wenste te gaan uitbesteden’.

Ondergetekende concludeerde dat dit voornemen een wijziging was van het uitbestedingsbeleid en vroeg het dagelijks bestuur dit, klaarblijkelijk, nieuwe aanbestedingsbeleid middels een nieuwe nota aanbestedingsbeleid voor te leggen ter vaststelling aan het algemeen bestuur. Deze conclusie en dit verzoek waren en zijn gebaseerd op artikel 77 van de Waterschapswet: “De in artikel 56 omschreven bevoegdheid tot regeling en bestuur berust bij het algemeen bestuur voor zover deze niet bij of krachtens reglement dan wel bij wet of bij algemene maatregel van bestuur is toegekend aan het dagelijks bestuur, aan de voorzitter of aan het bestuur van een afdeling.”.

Het dagelijks bestuur is van mening dat het aanbestedingsbeleid haar bevoegdheid is. Zij voert daartoe een aantal argumenten aan, o.a. in de adviesnota aan het algemeen bestuur, registratienummer 071002230: “Het vaststellen van het aanbestedingsbeleid is op dit moment (nu het AB het aanbestedingsbeleid tot op dit moment niet expliciet heeft voorbehouden) de bevoegdheid van het DB.”.

Ondergetekende acht dit volstrekt tegengesteld aan wat de wetgever middels artikel 77 van de Waterschapswet heeft bepaald. Een dergelijke uitleg van de bevoegdheid van het DB is, mijns inziens, een omdraaiing van handelen. Volgens mijn interpretatie van artikel 77 is het AB bevoegd, tenzij het AB deze bevoegdheid expliciet heeft overgedragen. Dit is tot op heden niet het geval.

Een tweede argument van het dagelijks bestuur is haar uitleg van artikel 15 lid f en g van het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement van waterschap Brabantse Delta:

artikel 15 lid f: “de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en van de voorwaarden van verkopingen, voorzover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden.”.

artikel 15 lid g: “het houden van alle aanbestedingen van werken, diensten, leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist.”.

In de interpretatie van ondergetekende hebben deze artikelen betrekking op de uitvoering van het beleid. Niet op de vaststelling van beleid als zodanig. Onder ‘voorwaarden’ zoals vermeld in artikel 15 lid f verstaat ondergetekende o.a.:

– wanneer offreren

– deskundigheidsvereisten aannemers

– kredietwaardigheid aannemers

– juridische status

– wie uitgenodigd worden bij onderhandse aanbesteding

– enz.,

maar zeker niet beleidsonderdelen, zoals:

– welke bedragen/grenzen enkelvoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen meervoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen openbare aanbesteding

– hoe om te gaan met Design and Contract met effecten op de bezetting en kwaliteit/

deskundigheid van en op de eigen organisatie

– enz.

Uw College is de toezichthouder op de waterschappen. In dit kader vraag ik uw oordeel op de voornoemde interpretatie van de Waterschapswet, alsmede het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement door het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta.

Hoogachtend,

L.H. van der Kallen

lid algemeen bestuur Brabantse Delta

c.c.: fracties Provinciale Staten.

 


DE KROON INZ. INTERPRETATIE WATERSCHAPSWET – A018

 


 

Bergen op Zoom, 15 oktober 2007

 

Aan Hare Majesteit de Koningin

der Nederlanden

p/a Minister van Verkeer en Waterstaat

Postbus 20901

2500 EX ’s Gravenhage

 

Ondergetekende:

L.H. van der Kallen, wonende te 4611 RS Bergen op Zoom aan de Nieuwstraat nr. 4

vraagt Uw aandacht voor het volgende:

De afgelopen maanden is er in het algemeen bestuur en met het dagelijks bestuur van het Waterschap Brabantse Delta gesproken omtrent de bevoegdheden van het algemeen respectievelijk het dagelijks bestuur.

De discussie startte in de Algemene Bestuursvergadering van 27 juni 2007 met een bijdrage van de dijkgraaf die erop neerkwam ‘dat van de “Design and Construct”-methode van aanbesteding in de toekomst meer gebruik gemaakt zal gaan worden, omdat het dagelijks bestuur ontwerp- en bestekactiviteiten meer wenste te gaan uitbesteden’.

Ondergetekende concludeerde dat dit voornemen een wijziging was van het uitbestedingsbeleid en vroeg het dagelijks bestuur dit, klaarblijkelijk, nieuwe aanbestedingsbeleid middels een nieuwe nota aanbestedingsbeleid voor te leggen ter vaststelling aan het algemeen bestuur. Deze conclusie en dit verzoek waren en zijn gebaseerd op artikel 77 van de Waterschapswet: “De in artikel 56 omschreven bevoegdheid tot regeling en bestuur berust bij het algemeen bestuur voor zover deze niet bij of krachtens reglement dan wel bij wet of bij algemene maatregel van bestuur is toegekend aan het dagelijks bestuur, aan de voorzitter of aan het bestuur van een afdeling.”.

Het dagelijks bestuur is van mening dat het aanbestedingsbeleid haar bevoegdheid is. Zij voert daartoe een aantal argumenten aan, o.a. in de adviesnota aan het algemeen bestuur, registratienummer 071002230: “Het vaststellen van het aanbestedingsbeleid is op dit moment (nu het AB het aanbestedingsbeleid tot op dit moment niet expliciet heeft voorbehouden) de bevoegdheid van het DB.”.

Ondergetekende acht dit volstrekt tegengesteld aan wat de wetgever middels artikel 77 van de Waterschapswet heeft bepaald. Een dergelijke uitleg van de bevoegdheid van het DB is, mijns inziens, een omdraaiing van handelen. Volgens mijn interpretatie van artikel 77 is het AB bevoegd, tenzij het AB deze bevoegdheid expliciet heeft overgedragen. Dit is tot op heden niet het geval.

Een tweede argument van het dagelijks bestuur is haar uitleg van artikel 15 lid f en g van het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement van waterschap Brabantse Delta:

artikel 15 lid f: “de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en van de voorwaarden van verkopingen, voorzover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden.”.

artikel 15 lid g: “het houden van alle aanbestedingen van werken, diensten, leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist.”.

In de interpretatie van ondergetekende hebben deze artikelen betrekking op de uitvoering van het beleid. Niet op de vaststelling van beleid als zodanig. Onder ‘voorwaarden’ zoals vermeld in artikel 15 lid f verstaat ondergetekende o.a.:

– wanneer offreren

– deskundigheidsvereisten aannemers

– kredietwaardigheid aannemers

– juridische status

– wie uitgenodigd worden bij onderhandse aanbesteding

– enz.,

maar zeker niet beleidsonderdelen, zoals:

– welke bedragen/grenzen enkelvoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen meervoudige onderhandse aanbesteding

– welke bedragen/grenzen openbare aanbesteding

– hoe om te gaan met Design and Contract met effecten op de bezetting en kwaliteit/
deskundigheid van en op de eigen organisatie

– enz.

De Kroon is middels de Minister die het aangaat toezichthouder en handhaver van de wetten en regelingen des lands. In dit kader vraag ik uw oordeel op de voornoemde interpretatie van de Waterschapswet, alsmede het door Provinciale Staten vastgestelde Reglement door het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta.

Met de meeste hoogachting,

Uw dw. dienaar,

L.H. van der Kallen

lid algemeen bestuur waterschap Brabantse Delta

 


NORMEN WATERBERGING – 0027

 


 

Bergen op Zoom, 25 augustus 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail info@brabantsedelta.nl

 

Geacht Bestuur,

Bij het vaststellen van de waterbergingsopgaven is uitgegaan van bepaalde werknormen, zoals voor grasland maximaal 1 x per 10 jaar.

Nu bereiken ondergetekende geluiden dat die werknormen op landelijk niveau aanpassingen ondergaan, bijvoorbeeld ten aanzien van maispercelen. Ook deze zouden nu in de categorie maximaal 1 x per 10 jaar gaan vallen.

Wat is juist? Zijn de werknormen aangepast? Indien ja, hoe gaat ons waterschap daarmee om en wat zijn de consequenties voor onze waterbergingsopgaven?

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


B&W GEMEENTE BERGEN OP ZOOM INZ. GRONDWATERBELEID – A016

 


 

Bergen op Zoom, 25 augustus 2007

 

Aan Burgemeester en Wethouders

der Gemeente Bergen op Zoom

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: grondwaterbeleid

 

Geachte College,

Op 26 juni j.l. heeft de Eerste Kamer het wertsvoorstel “Wijziging van de Gemeentewet, de Wet op de waterhuishouding en de Wet milieubeheer in verband met de introductie van zorgplichten van gemeenten voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater, alsmede verduidelijking van de zorgplicht voor het afvalwater en aanpassing van het bijbehorende bekostigingsinstrument (verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken)” aangenomen.
Uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat gemeenten op de naleving van voornoemde plicht of zorgtaken privaatrechtelijk kunnen worden aangesproken.
In het rapport “Zicht op Grondwater” van de commissie van Advies inzake de Waterstaatswetgeving uit 2004 (één van de onderleggers van voornoemd wetsvoorstel) werd geconcludeerd dat “slecht of onvoldoende bouwrijp zijn en woonrijp maken van gronden één van de belangrijkste oorzaken van problemen met grondwater is”.

Ook Bergen op Zoom zal bij het in werking treden van de wet moeten overwegen welke maatregelen zij wel of niet wil nemen. Dit vergt, naar de mening van de BSD-fractie, een onderzoek naar de bestaande gebieden en toekomstige bouwlocaties zoals Bergse Haven en de Markiezaten, die kwetsbaar zijn of kunnen zijn voor (grond)wateroverlast.

In geval van de nieuwe bouwlocaties zal de nieuwe zorgplicht serieus genomen moeten worden en moet, naar de mening van de BSD-fractie, de inzet bij bouwrijp maken de voorkoming van (grond)wateroverlast moeten zijn, ook bij toenemende kweldruk door zeespiegelstijgingen of hogere peilen op bijvoorbeeld het Volkerak/Zoommeer-systeem.

De wet legt nu een zorgplicht bij de gemeente, die er tot op heden niet was. Dit betekent voor de gemeente een nieuwe taak. Deze nieuwe taak vergt een zorgvuldige aanpak. De BSD-fractie verzoekt uw College te komen tot een onderzoek naar de bestaande toestand en een nota waarin met beleidsvoorstellen naar de gemeenteraad wordt gekomen inzake het (toekomstige) grondwaterbeleid van de gemeente.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


MOTIE AANBESTEDINGSBELEID – 0026

 


 

M O T I E

 

Het algemeen bestuur van het Waterschap Brabantse Delta in vergadering bijeen op

5 oktober 2007

Overwegende dat:

– het vaststellen van het aanbestedingsbeleid een bevoegdheid is van het algemeen bestuur;

– bij de uitvoering van aanbestedingen door het dagelijks bestuur het dagelijks bestuur zich heeft te houden aan het door het algemeen bestuur vastgestelde aanbestedingsbeleid;

– bij de aanbesteding van het gewijzigde plan Vierde Bergboezem gebruik wordt gemaakt van een “Design and Construct contract”;

– deze aanbestedingsmethode voor relatief eenvoudige werken niet passend is in het door het algemeen bestuur vastgestelde aanbestedingsbeleid;

– in de algemene bestuursvergadering op 27 juni 2007 de dijkgraaf heeft gezegd dat van de “Design and Construct”-methode van aanbesteding in de toekomst meer gebruikt gemaakt zal gaan worden, omdat het dagelijks bestuur ontwerp- en bestekactiviteiten meer wenst uit te besteden;

– marktanalyses aangeven dat toepassing van de “Design and Construct”-methode leidt tot beperking van de concurrentie tussen aannemers, omdat dan alleen aannemers met een eigen ontwerp-/ingenieursafdeling voor deelname aan de aanbesteding in aanmerking komen;

– de praktijk aangeeft dat bij toepassing van de “Design and Construct”-methode overwegend, zo niet uitsluitend, de grotere landelijk opererende aannemers de werken toegewezen krijgen;

– het van belang is dat ook regionale aannemers, zowel uit oogpunt van concurrentie, maar ook uit oogpunt van regionale werkgelegenheid, alle kansen krijgen.

Constaterende dat:

– uitbreiding van het gebruik van de “Design and Construct”-methode naar de relatief eenvoudige werken, een fundamentele wijziging is van het tot op heden gevoerde beleid;

– het voorgaande strijdig is met het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid.

Spreekt als haar mening uit:

dat het dagelijks bestuur het klaarblijkelijk nieuwe aanbestedingsbeleid middels een nieuwe nota aanbestedingsbeleid dient voor te leggen ter vaststelling aan het algemeen bestuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

 


INNING TEVEEL BETAALDE WOZ-KOSTEN – 0025

 


 

Bergen op Zoom, 10 mei 2007

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

In het beleidsverslag over 2006 van de gemeente Bergen op Zoom is onder “Concrete Risico’s” (pagina 145) opgenomen dat de Commissie Omvang Kosten op 8 juni 2005 de kosten heeft vastgesteld van de WOZ. Hieruit blijkt dat de gemeente Bergen op Zoom aan de afnemers van de WOZ-gegevens over de jaren 1999 t/m 2002 forse bedragen moet terugbetalen. Aan het Ministerie van Financiën is dit inmiddels gebeurd (2005). “Van het waterschap is nog geen afrekening ontvangen.”.

Hoe kan dit? En is het waterschap ook bij andere gemeenten ‘nalatig’ in het innen van teveel betaalde WOZ-kosten?

Volgens het beleidsverslag bedraagt het terug te betalen bedrag € 316.490,–. Voorwaar niet onaanzienlijk!

Graag Uw onmiddellijke actie.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


BEGROTINGSVERGELIJKING 2006 – 0024

 


 

Bergen op Zoom, 20 maart 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail info@brabantsedelta.nl

 

Geacht Bestuur,

Recent hebben de AB leden mogen ontvangen de samenvatting van het rapport begrotingsvergelijking 2006 ‘beleidsambities en lastendruk van waterschappen vergeleken’.

Op mijn verzoek heb ik het complete stuk mogen ontvangen.

Pagina 28

Uit tabel 14 blijkt dat ingelanden in ons waterschap worden betrokken bij de calamiteiten oefeningen.

VERZOEK

Vriendelijk verzoek aan te geven hoe en bij welke oefeningen dat in het verleden heeft plaatsgevonden.

Pagina 32

Uit tabel 15 blijkt dat de Brabantse Delta (BD) geen gegevens heeft verstrekt over het percentage regionale keringen dat in de legger is opgenomen. In de vergelijking over 2005 bleek dat het percentage regionale keringen, dat voldeed aan de met door de provincie vastgestelde veiligheidseisen, op 1 januari 2005 nul was.

Het nu niet verstrekken van gegevens lijkt op het verdoezelen van niet welgevallige cijfers.

VRAGEN

  1. Waarom zijn de huidige cijfers/gegevens niet verstrekt?
  2. Voldoen onze regionale keringen aan de vastgestelde veiligheidseisen?
  3. Zo nee, wanneer wel?.

Pagina 41

Net als vorig jaar heeft binnen ons werkgebied slechts zeer weinig gemeenten een stedelijk baggerplan. Met 19 % van de gemeenten met een stedelijk baggerplan, in het kader van het tienjarenscenario, scoren wij het laagst van alle waterschappen. De mediaan is 80 %. Een gemiste kans om uit die subsidiepot te eten en iets goeds te doen voor het milieu. Hier breekt onze lankmoedigheid richting gemeenten ons op.

VERZOEK

DB doe hier nu eindelijk iets aan!

Pagina 46

Uit tabel 20 blijkt dat wij slecht scoren op het beleidsaspect bouw en exploitatie van zuiveringstechnische werken.

VERZOEK

Graag een toelichting.

Pagina 60

Op het moment van datavergaring bleek er net als vorig jaar nog geen beleidsplan handhaving te zijn. Er blijkt alleen bij nieuw afgegeven vergunningen gecontroleerd te worden. Het is echt tijd voor een beleidsplan handhaving waarin ook aandacht komt voor controles van oudere vergunningen.

Pagina 64

Volgens tabel 24 heeft slechts 5 % van de gemeenten in ons werkgebied de basisinspanning

gerealiseerd. Daarmee is de BD de risee van alle waterschappen. De mediaan is 85 %. De slechtste andere collega haalt 50 %.

Ondergetekende roept reeds jaren: pak die gemeenten aan. Laat de zijden handschoenen eens thuis en neem handhavende maatregelen c.q. nagel de nalatige gemeenten nu eens aan de schandpaal c.q. roep de provincie op tot actie.

DIT IS EEN SCHANDE!!

Pagina 76

Uit tabel 30 blijkt dat onze klachtenafhandeling met 10 weken, samen met 2 andere waterschappen, de langste tijd vergt.

VERZOEK

Graag een toelichting en een plan van aanpak. Als het Friese waterschap het in 2 weken kan moeten wij het toch korter kunnen dan de huidige 10 weken.

Uw reacties tegemoet ziende,

met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen

 


EVIDES PROJECTEN – 0023

 


 

Bergen op Zoom, 24 februari 2007

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail info@brabantsedelta.nl

 

Betreft: Evides projecten

 

Geacht Bestuur,

De discussie over zoet/zout van het Volkerak/Zoommeer systeem gaat een nieuwe fase in. Zout wordt nu nader onderzocht. Belangrijk daarbij is de zoetwatervoorziening in West-Brabant en Zeeland voor de landbouw en industrie.

Bij ondergetekende bestaat de indruk dat de ogen van Evides zich nu extra richten op de mogelijkheden om extra water te onttrekken aan de Brabantse Wal en aan de polders aan de voeten van de Wal.

Op zich is dat logisch, maar uit het oogpunt van ecologie en de verdrogingsproblematiek is dit zeer verontrustend.

Ondergetekende is vooral verontrust over de initiatieven van Evides voor waterwinning in de polders. Peilhandhaving dient het uitgangspunt te zijn. Onttrekkingen kunnen ook de kweldruk doen toenemen, waardoor verdroging van de Brabantse Wal kan toenemen.

Ondergetekende verzoekt Uw bestuur de belangen van de natuur en landbouw hier nadrukkelijk te behartigen en geen experimenten toe te staan, waarvoor de onderbouwing inzake de hydrologische effecten vraagtekens kan oproepen.

Ondergetekende verzoekt Uw bestuur nadrukkelijk het AB vroegtijdig te informeren inzake de eventuele waterwinningsprojecten in en uit de polders aan de voet van de Brabantse Wal.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen