OVER WATER – 46

 

| 25-06-2016 | 10.30 uur |


 


OVER WATER – 45

 

BIOPOP-web

MicroCat-BioPOP

“De gemeente Zoetermeer pakt vetproblemen in riool biologisch aan” was de kop van een artikel in Vakblad Riolering. Ruim 3 jaar gebruikt de gemeente Zoetermeer een biologische manier om vetproblemen in de gemeentelijke riolen en gemalen aan te pakken. Vetten veroorzaken nogal wat problemen en kosten aan rioolsystemen. Hun aanpak behelst een systeem (MicroCat-BioPOP), dat een onschadelijk biologische afbreekbaar polymeer en vetafbrekende bacteriën bevat. Een blok wordt in het rioolwater gehangen en laat dan langzaam maar continue bacteriën los die zich hechten aan de wanden van het riool of gemaal en dan de vetlagen afbreken. Zij hebben geen nadelig effect op de rioolwaterzuivering, zo is gebleken, en voorkomen op deze wijze verstoppingen. In veel Engelse en Duitse steden worden deze vetafbrekende bacteriesystemen met succes ingezet. Ook in meerdere Nederlandse steden wordt nu gebruik gemaakt van dit systeem waaronder Alkmaar, Arnhem Delft en Den Haag. Het lijkt mij goed als nu ook de gemeenten in het werkgebied van de Brabantse Delta gaan kijken of dit voor hen de oplossing kan zijn voor hun vetproblemen.

14 juni
In de morgen een portefeuillehouderoverleg over de opening van de EVZ Om Dongen.

21 juni
In de ochtend de vergadering van het dagelijks bestuur met onder andere de agendapunten: De Zoete Delta, projectplan EVZ Kibbelvaart Halderberge, Projectplan EVZ Molenbeek fase 3 Roosendaal, treasurystatuut 2016, health deal gezonde verstedelijking, samenwerking streeknetwerken, samenwerkingsovereenkomst Waterpoort, evaluatie waterschapsverkiezingen.

In de middag portefeuillehouder overleggen over de Westelijke Langstraat en de alternatieven van de dijkversterking Geertruidenberg/Amertak. Daarna een gesprek met de begeleider van de heisessie van volgende week.

22 juni
De opening van de EVZ om Dongen fase 3 en Paviljoen Roosen te Dongen, waar ik en wethouder Bea van Beers een praatje hielden en er een filmimpressie, gemaakt door Zimniak filmproducties Dongen, werd vertoond. Daarna werd onder begeleiding van een natuurgids een wandeling door het gebied gemaakt.

24 juni
palVandaag De PAL lezing in het provinciehuis van Zuid-Holland over het landschap als vestigingsfactor bijgewoond. Adriaan Geuze hield een prachtig en inspirerend verhaal voor de meer dan 250 bezoekers. Hij is een spreker die van zijn hart geen moordkuil maakt en stevige uitspraken niet schuwt. Zo vond hij de provinciekaart in de statenzaal “pure propaganda”. De werkelijke bebouwingsgraad is een veelvoud. Was de grachtgordel in Amsterdam een teken van “mentale vernauwing”? Hoorden de kassen van het Westland (51 % van de kassen in Nederland staat in Zuid- Holland) op de Zeeuwse eilanden of in de veenkoloniën en in Brabant”? En was de tuinbouw in de kassen de oorzaak van de gemiddeld lage inkomens in de grote steden in de Randstad en van de verpauperde vele Vogelaarwijken daar met alle sociale en illegale gevolgen van dien? Hij hekelde herhaaldelijk het gebruik van Engelse termen in beleidsstukken van overheden. Mensen als zijn vader begrepen dat soort termen niet en konden zich er dan ook geen eigenaar van voelen.

Ik bezoek de PAL lezingen vaak en als buitenstaander (van buiten de provincie Zuid-Holland) neem ik niet vaak deel aan de discussie. Dit keer moest ik wel reageren. Als het om de kwaliteit van het landschap gaat, zitten Zeeland en Noord-Brabant niet te wachten op meer kassen en er moest mij ook van het hart dat ik de nu nog mooie grotendeels open Hoekse Waard zie verschimmelen door her en der opduikende plukjes kassen.

Na de lezing heb ik de afscheidsbijeenkomst voor Kees Coppens bijgewoond op Bouvigne en werd getrakteeerd op een ontmoeting met een zwanenfamilie. 

Louis van der Kallen 

 zwanen


MINISTER SCHUIFT PROBLEMEN ZOETWATERVOORZIENING VOOR ZICH UIT

 

| 27-06-2016 | 20.35 uur |


 

MINISTER SCHUIFT PROBLEMEN ZOETWATERVOORZIENING VOOR ZICH UIT

 

Nieuwe Waterweg_Stormvloedkering (1)Minder dan een tienduizendste van al het water op aarde is zoet oppervlaktewater. Van dit water in rivieren en meren is veel leven en welvaart afhankelijk.  Niets is waardevoller dan de kwaliteit, behoud en toename van dit milieu.  Vanwege de aanvoer van zoet water, in combinatie met voedselrijkdom, leeft een groot deel van de wereldbevolking in de delta’s. In Nederland worden zoetwatertekorten en verzilting problematisch.  De Adviesgroep Borm & Huijgens verklaart hoe men in hemelsnaam in de delta van de grote rivieren last krijgt van zoetwaterschaarste.

Door afname van de minimum zomerafvoeren wordt West-Europa steeds meer afhankelijk van de zoetwatervoorraden. Dat zijn voor ons de stuwmeren in de Alpen, het IJsselmeer en de zoete Zeeuwse en Zuid-Hollandse meren, voor zover deze bekkens aanwezig zijn en er nog zullen komen. Het is van groot belang deze opties te behouden. Het Deltaplan beoogde daarom niet alleen waterveiligheid door kustlijnverkorting, maar ook  zoetwatervoorziening door middel van een zoet zuidwestelijk merengebied. Met het afdammen van zeegaten kwam de zee weer aan de kust te liggen en kon zoet water voor de landbouw en industrie blijvend gegarandeerd worden.

Maar het liep totaal anders. De Oosterschelde werd niet zoet. De brakwaternatuur die men er met een stormvloedkering in stand dacht te houden verdween en alles is er nu volledig zeewater. Bij de Grevelingen, een gepland zoet meer, werd de verzoeting afgebroken en kwam er alsnog een zout meer. Aanvoer van rivierwater stopte en alleen het Volkerak en het Haringvliet bleven nog zoet. Maar als het aan de Rijksstructuurvisie Grote Wateren en de Rijksstructuurvisie Grevelingen-Volkerak-Zoommeer ligt, wordt ook daar de zee met open armen binnengehaald. Een fors financieel gat houdt de realisatie nog tegen, tenzij men binnen het Deltaprogramma met geld gaat schuiven van ‘waterveiligheid’ naar ‘waterkwaliteit’.  Dit alles is uiterst ongunstig wat betreft verzilting en zoetwatervoorziening en vormt een regelrechte bedreiging voor de landelijke leefbaarheid.

Het doel van het Deltaprogramma is dat Nederland de extremen van het klimaat kan blijven opvangen. De afsluiting van de Nieuwe Waterweg is hierbij een eerste vereiste. Daarna kan zoet water naar het zuidwesten stromen. Doorstroming zal de kwaliteit verbeteren en ook verdunning draagt ertoe bij dat het oppervlaktewater meer voldoet aan de normen. Met een toename van het zoete areaal, kan de nationale noodberging voor rivierwater aanzienlijk uitgebreid worden. De onvoorspelbare regenval en sterk wisselende rivieraanvoeren vragen immers om een veel grotere capaciteit en een centrale regie van berging. Nederland is de enige dichtbevolkte delta waar het meeste zoete water ongebruikt passeert. Het enorme verlies aan zoet water via de Nieuwe Waterweg houdt al jaren het hele Nederlandse waterstelsel in de tang. Ondanks deze kennis, beweerde minister Schultz op 16 juni 2016  tijdens  het Algemeen Overleg Water dat het zoetwatersysteem tot 2070 voldoende ‘robuust’ is en goedkoper dan het “Plan Spaargaren”. Ze stelde dat aanvullend onderzoek wat haar betreft niet nodig is. Zo gaat het plan net niet ‘de ijskast in’, maar zal ‘op de plank’ blijven liggen. Deze strategie van het uitstellen van maatregelen zonder een lange termijn kader is verkeerde zuinigheid en bijzonder risicovol. De ernst van de situatie is blijkbaar niet tot de minister en de deltacommissaris doorgedrongen.  Zo wordt zoetwatervoorziening, een item dat mondiaal hoog op elke politieke agenda hoort te staan, eenvoudig terzijde geschoven. Het is ijdele hoop dat het Nationaal Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma op woensdag 29 juni hier nog enige verandering in aanbrengt.

Op aandringen van Kamerlid  J. Geurts heeft de minister dan wel toegelicht dat er in 2021 opnieuw wordt gekeken naar de huidige voorkeursstrategie en dat hierbij Plan Spaargaren wordt betrokken.  We vragen ons bezorgd af hoe lang de problemen van toenemende zoetwatertekorten en voortschrijdende verzilting nog door de eindverantwoordelijken worden vooruit geschoven.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens , juni 2016