OVER WATER – 86

 

| 08-04-2017 | 16.00 uur |


 

OVER WATER – 86

 

EEN DILEMMA
Als dagelijks bestuurslid van het waterschap Brabantse Delta heb ik de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak in mijn portefeuille. De voorbereiding van een dergelijke omvangrijke dijkverbetering is een forse klus, die wekelijks mijn aandacht vraagt. Ik heb met dijkverbeteringen en dijkverlegging de nodige ervaring opgedaan met het project Overdiepsepolder.

In de huidige tijd waar termen als burgerparticipatie veelvuldig vallen en de omgevingswet in wording is, probeert het waterschap alle (direct) belanghebbenden bij het proces te betrekken om uiteindelijk tot een beter product (de dijkverbetering) te komen. In dat proces betrekt het waterschap ook de andere overheden, zoals de gemeenten en de provincie, in de verwachting dat zij hun bijdrage leveren op een wijze die passend is in het taakveld van de betrokken overheden. Daar toe is er ook een bestuurlijke stuurgroep waarin het waterschap, Rijkswaterstaat, de gemeenten (Drimmelen, Oosterhout en Geertruidenberg) en de provincie betrokken zijn.

Als waterschapsbestuurder is mijn hoofdtaak de dijkverbetering op tijd, binnen budget en volgens de veiligheidsnormen en met oog op de toekomst te realiseren. Veiligheid nu en in de verre toekomst van de totale dijkkring 34A Geertruidenberg is een kerntaak van het waterschap. Een waterschapsbestuur is, hoewel tegenwoordig (sinds 2008) deels bevolkt door vertegenwoordigers van politieke partijen, een functioneel bestuur gericht op kerntaken zoals de veiligheid. In die voege moet ik dan ook niet zoveel hebben van ‘politieke’ spelletjes, die soms gericht lijken op de korte termijn. Juist dát lijkt het geval te zijn in de discussie over de dijkversterking rondom de Slikpolder in Geertruidenberg. Hierbij werd een, vanuit het waterschap bezien, technische klus ineens hét middelpunt van gemeentelijke politiek en bleek al snel dat twee trajecten van twee verschillende overheden door elkaar begonnen te lopen. Enerzijds het project van het waterschap, de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak, en  anderzijds wat een gemeentelijk project zou moeten zijn, gebaseerd op de vraag: wat willen wij met/in de Slikpolder. De gemeente is het bevoegde bestuursorgaan als het gaat over de inrichting van haar grondgebied. Ik heb meer dan dertig jaar ervaring als raadslid in een West-Brabantse gemeente en als ik raadslid of wethouder zou zijn van onder andere een mooie vestingstad als Geertruidenberg, zou ik branden van verlangen om, met mijn gemeenteraad en samen met de inwoners en ondernemers van de totale gemeente, een visie te ontwikkelen op de gewenste toekomst inclusief wat we als gemeenschap willen met een in potentie mooi gebied als de Slikpolder. Als waterschapsbestuurder ga ik daar niet over, maar heb ik wel te zorgen dat bij de besluiten, die ik met het dagelijks en eventueel algemeen bestuur neem, zoveel mogelijk een andere overheid niet wordt belemmerd in haar besluitvorming over de opgaven waar die overheid voor gesteld staat. Ik constateer nu dat de weg van de advisering van het college van Geertruidenberg aan het waterschap over de dijkverbetering een politiek onderwerp is geworden. Hierbij is, naar mijn gevoel, de korte termijn en wat willen direct aanwonende burgers vooral niet, bepalend geworden. Hierdoor worden kansen voor de toekomst niet eens besproken en uiteindelijk de duurzame veiligheid voor de gehele dijkkring 34a Geertruidenberg, maar ook een eventuele optimale natuurontwikkeling in de Slikpolder, wordt bemoeilijkt zonder dat er een visie is ontwikkeld op wat de gemeente met de Slikpolder wil. Ondertussen ligt er ruim 8 centimeter aan belangwekkende stukken over dit project, die als grondslag dienen voor de uiteindelijke keuze die het dagelijks bestuur van het waterschap met inachtneming van alle adviezen gaat maken. Ik heb niet de indruk dat de gemeenteraad, die door het college van B&W betrokken is bij het adviesproces van de gemeente Geertruidenberg, geheel op de hoogte is van de inhoud van die ruim 8 centimeter. Van de geluiden uit de gemeenteraad en uit de openbare behandeling maak ik op dat veel van de opvattingen, die in de gemeenteraad leven, gebaseerd zijn op het geruststellen van een deel van de burgerij die uitzicht heeft op de Slikpolder, onder het motto: wij willen vooral geen jachthaven! Het rare is dat de gemeenteraad als enige kan bepalen of er ooit wel of geen jachthaven komt. Een besluit over een jachthaven heeft niets, maar dan ook niets met een besluit van het waterschap over de dijkverbetering te maken. Ik zou mij als raadslid te kort gedaan voelen als ik mij zonder visie op de toekomst moest uitspreken over een zaak die heel bepalend kan zijn voor die toekomst. Een eventuele dijkverlegging maakt voor de Slikpolder geen enkele toekomstvariant onmogelijk. Natuurontwikkeling kan, een uitloop c.q. recreatiegebied blijft mogelijk, een jachthaven blijf mogelijk, enzovoort. Wat ik volstrekt onderbelicht vind in de gemeentelijke discussie zijn alle voor- en nadelen van de varianten van de Slikpolder. Als voorbeeld een citaat uit de concept Milieueffectrapportage: “Een bijzondere kans voor Natura 2000 is er duidelijk wel. Door het verleggen van de dijk ontstaat een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking. Dit levert een type natuur op waar de Biesbosch beroemd mee geworden is, met uitstekende mogelijkheden voor recreatie. De wens van de gemeente om de Biesbosch dichter bij de bewoners van Geertruidenberg te brengen kan op geen betere wijze gerealiseerd worden. De polder kan zelfs aan het Natura 2000-gebied worden toegevoegd. De doelsoorten blauwborst, rietzanger en bruine kiekendief zijn er als aanwezig.” Of er bij een dijkverlegging een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking ontstaat, is een eigen gemeentelijke keuze. Maar welke betere bescherming dan een Natura 2000 status zou het gebied nog meer kunnen bieden? Tevens is mij wel duidelijk dat door het participatieproces allerlei verwachtingen zijn ontstaan, die niet altijd ingevuld kunnen en zullen worden en dat dit tot teleurstellingen zal kunnen leiden, terwijl dat niet terecht hoeft te zijn, wat de inbreng van ieder ook is. Uiteindelijk beslist het dagelijks bestuur  met daarbij de inbreng van een iedere participant meewegend.

Tijdens het participatieproces zijn er al heel wat schetsen van de plannen aangepast. Als het over de Slikpolder gaat zijn er nu alternatieven uitgewerkt van de eventuele dijkverlegging die tegemoet komen aan de opmerkingen van aanwonenden zoals: een alternatief waarbij een bomenlaantje wordt gespaard, het schouwpad naar de buitenzijde wordt verlegd en de dijksloot wordt verbreed en verdiept en eventueel de beschermingszone en het gebied tot de woningen worden gedraineerd. Dit laatste om een huidig probleem van de bewoners (een hoogstand van het grondwater, waar het waterschap formeel niets mee van doen heeft) zo mogelijk te verlichten. Door de inbreng van derden, zoals de aanwonenden, wordt en is op die manier die mogelijke variant verbeterd. Dus ook als het dagelijks bestuur zou kiezen voor de dijkverlegging is er door de gewaardeerde inbreng van de bewoners het nodige verbeterd en heeft hun inbreng zeker zin gehad. 

Het dilemma, waar ik en straks het dagelijks bestuur voor staan, is een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en de taak van het waterschap is om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Dat kan betekenen een dijkverlegging waarbij, mede door het creëren van ‘ruimte voor de rivier’ en voorland, een hogere graad van veiligheid dan de normen kan worden bereikt. Hierbij wordt dan tevens een bijdrage geleverd aan de veiligheid van anderen dan de inwoners van dijkkring 34A en kan dan ook, indien er bijvoorbeeld na 2050 opnieuw een dijkverbetering aan de orde is, die verbetering eenvoudiger en goedkoper worden. Dan lijkt de keuze simpel en dat is die in principe ook. Maar ik ben ook een volksvertegenwoordiger en ik heb een groot gevoel bij de inbreng en wensen van anderen. Dit is niet alleen vanwege het ‘draagvlak’ dat altijd makkelijk is als het op uitvoering aankomt. Toch kan het geen ‘u vraagt, wij draaien’ zijn. Daarvoor zijn het proces en de doelstellingen te complex en te belangrijk. Wel wil ik graag het gevoel krijgen dat iedere deelnemer bezig is geweest met hetzelfde onderwerp, de dijkverbetering. Dat heb ik nu bij de gemeente Geertruidenberg niet. In de discussie binnen die gemeente spelen twee processen door elkaar. Ik besef heel goed dat Nederland een klein land is met veel mensen en veel belangen. Hierin is de Slikpolderdiscussie niet anders. De druk op de ‘ruimte’ is groot. Dit vereist een zorgvuldig proces en een visie op waarmee men bezig is, zodat de toekomst zoveel als mogelijk veilig wordt gesteld. Ik hoop dat de komende weken, tot de stuurgroepvergadering op 19 april, worden gebruikt om te komen tot een gewogen advies van onder andere de gemeente Geertruidenberg, zodat het dagelijks bestuur kan komen tot een goed besluit voor nu en in de toekomst. 

 

Door elke week bezig te zijn met water ontdek ik wel nieuwe informatiebronnen en andere routes om te komen tot kennisverrijking. Afgelopen week waren dat de website www.watertv.nl en de thema websites in opbouw www.baggerTv.nl en www.waterbouwTv.nl. Websites die stuk voor stuk een bezoek waard zijn.

4 april
In de morgen de vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten onder andere: de kadernota, de aanvraag uitvoeringskrediet betonrenovatie Bath, de bestuurlijke/politieke omgeving van de dijkversterking in de Slikpolder en de positionering van het maatschappelijk belang versus de persoonlijke belangen in het gebied in relatie met het keuzesysteem dat uiteindelijk moet leiden tot een voorkeursalternatief, frauderisicoanalyse 2017 en sloten, oevers en dijken op orde.

Diverse PHO’s o.a. de stand van zaken Keenesluis en de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak.

5 april
PHO ter voorbereiding op de opnames ten behoeve van de inbreng van de drie waterschappen (Rivierenland, Brabantse Delta en het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden), die betrokken zijn bij de bij de A27- verbreding.

Daarna de bijeenkomst van het Atelier Energie en Ruimte in de NHTV te Breda met een aantal interessante sprekers. Het sterkste verhaal voor mij was van Frans Melissen van de NHTV, die vertelde dat zijn leerlingen heel gemotiveerd waren om binnen hun vakgebied te gaan voor duurzaam. Maar het verhaal vertelde ook dat ze boos waren op ‘onze’ (in de zaal zaten voornamelijk grijze duiven zoals ik) generatie over de ecologische puinhoop waar wij ze mee hadden opgezadeld. “Wij hadden het verpest!”. Dat konden de overwegend grijze toehoorders in hun zak steken. De beste bemerking was wat mij betreft van Frits de Groot van VNO/NCW. Hij wees op het gegeven dat veel belasting- en subsidiemaatregelen terecht komen bij de ‘elite’. Zij hebben het geld en de daken om de zonnepanelen weg te leggen en het geld om te isoleren of om elektrische auto’s te kopen of te leasen. Als dan ter financiering van die subsidies de energiebelasting stijgt, worden die relatief veel opgebracht door de mensen met de laagste inkomens zij hebben immers vaak de slechtst geïsoleerde huizen. 

6 april
De opnames van de inbreng van het waterschap over de A27 en onze zorgen bij de realisatie van drie nieuwe bruggen. Ik zelf had de locatie bij de brug over de Bergse Maas bij Raamsdonksveer gekozen als icoon voor hoe het niet moest. Nu niet opnieuw ruimte van de rivier stelen. Dus spaar het rivierbed! 

Louis van der Kallen



KEERT STEENBERGEN HET TIJ?

 

| 19-08-2016 | 19.55 uur |


 

KEERT STEENBERGEN HET TIJ?

 

wapen van steenbergenNiet de waan van de dag, maar inzicht leidt tot verantwoord waterbeheer. Met dit als uitgangspunt hield de Stadsraad Steenbergen op 25 mei 2016 een informatiebijeenkomst over het wel of niet verzilten van het Volkerak-Zoommeer.

Tijdens de avond kwam geen enkel steekhoudend argument op tafel dat pleitte voor verzilting en ook de aanwezige programmadirecteuren en de vertegenwoordiging van Rijkswaterstaat bleken niet in staat hun planvorming op enig overtuigende wijze toe te lichten. Na het aanhoren van alle informatie trachtte de vertegenwoordiger van de provincie een voorgestelde stemming alsnog te voorkomen. De zaal, met tal van belanghebbenden en deskundigen, koos vrijwel unaniem voor een zoet meer. Het lijkt inmiddels of dit standpunt weerklank heeft gevonden, want zowel landelijk als regionaal gaat het verhaal al rond dat verzilting van de baan is. Minder dan een tienduizendste van al het water op aarde is zoet oppervlaktewater. Van dit water in rivieren en meren is veel leven en welvaart afhankelijk. Niets is waardevoller dan de kwaliteit, behoud en toename van dit milieu. Vanwege de aanvoer van zoet water, in combinatie met voedselrijkdom, leeft een groot deel van de wereldbevolking in de delta’s. Maar de dreiging van zeespiegelstijging en klimaatverandering is er al merkbaar. In Nederland, een delta die grotendeels beneden het zeepeil ligt en waar het meeste zoete water ongebruikt passeert, worden zoetwatertekorten en verzilting spoedig problematisch. Deels is dit het gevolg van een waterbeheer dat zee en zout steeds verder landinwaarts haalt: het megaproject “Ruimte voor de zee”. Nu spreekt men liever over “Ruimte voor de rivier”, zoals ze dat ook bij de Schelde beginnen te doen, of over estuariene dynamiek, robuuste natuur of natuurherstel. Dat heeft allemaal een positieve klank en lijkt de projecten te legitimeren. “Ruimte voor de zee”, de enige juiste term voor de huidige plannen voor de Zuidwestelijke Delta , ligt immers gevoelig. Want wie wil er nu ruimte en polders opofferen aan de zee? Ruimte voor de zee is uiterst ongunstig wat betreft verzilting en zoetwatervoorziening en vormt een regelrechte bedreiging voor de landelijke leefbaarheid.

De afbrokkeling van het Deltaplan
Door afname van de minimum zomerafvoeren wordt West-Europa steeds meer afhankelijk van de zoetwatervoorraden. Dat zijn voor ons de stuwmeren in de Alpen, het IJsselmeer en de zoete Zeeuwse en Zuid-Hollandse meren, voor zover deze bekkens aanwezig zijn en er nog zullen komen. Het is van groot belang deze opties te behouden. Het Deltaplan beoogde daarom niet alleen waterveiligheid door kustlijnverkorting, maar ook zoetwatervoorziening door middel van een zoet zuidwestelijk merengebied. Met het afdammen van zeegaten zou de zee weer aan de kust komen te liggen en kon zoet water voor de landbouw en industrie blijvend gegarandeerd worden. Maar het liep totaal anders. De Westerschelde en de Nieuwe Waterweg mochten niet gesloten worden. De zee bedreigt het Scheldebekken en een open Waterweg geeft in toenemende mate problemen wat betreft waterveiligheid, verzilting en zoetwatervoorziening. De Oosterschelde werd niet zoet. De brakwaternatuur die men er met een stormvloedkering in stand dacht te houden verdween en alles is er nu volledig zeewater. Bij de Grevelingen, een gepland zoet meer, werd de verzoeting afgebroken en kwam er alsnog een zout meer. Aanvoer van rivierwater stopte en alleen het Volkerak en het Haringvliet bleven nog zoet. Maar als het aan de Rijksstructuurvisie Grote Wateren en de Rijksstructuurvisie Grevelingen-Volkerak-Zoommeer ligt, wordt ook daar de zee met open armen binnengehaald. Zo bedreigt het megaproject “Ruimte voor de zee” de realisatie van de doelen van het Deltaprogramma en doet fors afbreuk aan de verworvenheden van de Deltawerken. 

Centrale regie ontbreekt
Het doel van het Deltaprogramma is dat Nederland de extremen van het klimaat kan blijven opvangen. De afsluiting van de Nieuwe Waterweg is hierbij een eerste vereiste. Daarna stopt de externe verzilting en kan zoet water naar het zuidwesten stromen. Doorstroming zal de kwaliteit verbeteren en ook verdunning draagt ertoe bij dat het oppervlaktewater meer voldoet aan de normen. Met een toename van het zoete areaal, kan de nationale noodberging voor rivierwater aanzienlijk uitgebreid worden. De onvoorspelbare regenval en sterk wisselende rivieraanvoeren vragen immers om een veel grotere capaciteit en een centrale regie van berging. 

Uitstel breekt op
Zoetwatervoorziening is een item dat mondiaal hoog op elke politieke agenda hoort te staan. Nederland is de enige dichtbevolkte delta waar het meeste zoete water ongebruikt passeert. Het enorme verlies aan zoet water via de Nieuwe Waterweg vormt een bedreiging voor al het land beneden zeeniveau en houdt het hele Nederlandse waterstelsel in de tang. De ernst van de situatie is blijkbaar niet tot de eindverantwoordelijken doorgedrongen. We vragen ons bezorgd af hoe lang de problemen van toenemende zoetwatertekorten en voortschrijdende verzilting nog worden vooruit geschoven. De meeste havenbedrijven zijn zeer kapitaalsintensief en hanteren daarom lange termijn doelstellingen. Dat betekent dat bedrijfsplannen tientallen jaren omvatten. Een handelingsperspectief is daarom ook voor hen van essentieel belang zijn. Pas gaan studeren als de klimaatontwikkelingen daartoe nopen, betekent dat mogelijke uitkomsten wellicht sneller moeten worden gerealiseerd en kan ingrijpende gevolgen hebben voor deze havenbedrijven. 

Nieuwe inzichten
Een herenakkoord uit 2009 tussen de programmadirecteur ZWD en enkele burgervaders, die er wel brood in zagen om het Volkerak-Zoommeer te verzilten, bepaalde niet alleen de koers van het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta, maar had ook grote invloed op het landelijke Deltaprogramma, met name op het deelprogramma Rijnmond-Drechtsteden. Het Manifest Waterpoort geeft regionaal vorm aan de stimulering van deze zoutlobby. Daarentegen verschijnen er jaarlijks meer berichten over de toename van de natuurwaarden van het zoete meer. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente Steenbergen intussen een kritische en zeer genuanceerde visie heeft op de voorgenomen verzilting. Wijziging in beleid kan een kentering betekenen van het Deltaprogramma.

Eindelijk komen er kansen in zicht om de doelen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu op een adequate wijze aan te pakken. Wellicht worden er al dit najaar nieuwe inrichtingssuggesties gepresenteerd voor een toekomstbestendige Zuidwestelijke Delta. 

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens 

 


OVER WATER – 49

 

| 16-07-2016 | 12.30 uur |


 


OVER WATER – 49 

 

12 juli
stuwEen bijeenkomst met het voltallige college van Breda over waterzaken, zoals de discussienota’s Zoete Delta en het Bredaas waterkompas en de plannen voor het voormalig CSM-terrein, Corbion en Emer-zuid. In het gesprek heb ik de leden van het college van B&W onder andere gewezen op de watergerelateerde mogelijkheden, die hun rijke cultuurbezit en de vestingrelicten van Breda bieden en op de kansen voor Breda voortkomend uit de provinciale plannen ten aanzien van de Zuiderwaterlinie.

Later op de middag een gesprek met twee ambtenaren van Rijkswaterstaat over het project A27 Houten-Hooipolder.

13 juli
In de morgen een presentatie van Victor Witter over de dijkverbeteringen van 1953 tot heden.

Aan het begin van de avond een coalitieoverleg over de agendapunten van het AB. Daarna het AB met als hoogtepunt de Kadernota 2017 – 2020. De schriftelijke inbreng in van de fractie Ons Water/Waterbreed was:

De fractie Ons Water / Waterbreed heeft de Kadernota 2017-2026 met genoegen gelezen en bediscussieerd. We willen het DB en de organisatie bedanken voor hun inzet en betrokkenheid die hebben geleid tot een goed leesbaar document van hoge kwaliteit. Het voeren van ‘Koersvast en financieel bestendig’ beleid wordt door onze fractie ten volle onderschreven. We kijken met een positief gevoel terug op de rol die we als AB ‘aan de voorkant’ hebben kunnen vervullen. Onze inbreng tijdens de beeldvormende en oordeelvormende sessies zien we terug in de Kadernota. Daarmee vormt deze Kadernota een goed voorbeeld van de manier waarop het AB proactief en op hoofdlijnen sturing kan geven.

Financieel bestendig
In de algemene beschouwingen van 2014 en 2015 heeft onze fractie nadrukkelijk aandacht gevraagd voor duurzaam financieel beleid. Het doet ons dan ook deugd dat dit een belangrijk onderdeel vormt van de Kadernota 2017-2026. We zetten hiermee een belangrijke stap in de zoektocht naar evenwicht in het spanningsveld tussen Opgaven – Schulden – Tarieven.

Tarieven
De geschetste ontwikkeling van de tarieven is aanvaardbaar en pakt voor de meeste voorbeeldaanslagen gunstiger uit dan in de vorige Kadernota. Het is een goede keuze de nog niet gereserveerde incidentele baten in te zetten om de tarieven op een aanvaardbaar niveau te houden.

Schulden
De groei van de schuldpositie wordt ten opzichte van voorgaande jaren getemperd. Van de onderzochte varianten komt het verhogen van de activeringsgrens in combinatie met het naar de exploitatie brengen van de bouwrente als beste uit de bus. Onze fractie kan instemmen met de voorkeursvariant. We vragen wel opnieuw aandacht voor de absolute schuldpositie, naast het algemeen geaccepteerde kengetal netto schuldquote.

Opgaven
De fractie Ons Water / Waterbreed wil geen concessies doen aan de wijze waarop ons waterschap haar kerntaken vervult. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit en het bestaande niveau voor het watersysteem, de zuiveringstaak en de dienstverlening wordt gehandhaafd. Het investeringsvolume is niet neerwaarts aangepast en daar kunnen wij mee instemmen. Mogelijk moeten wel scherpe keuzes gemaakt worden over welke investeringen we prioriteit geven om ons beleid daadwerkelijk koersvast te kunnen noemen.

Koersvast
Ons Water / Waterbreed is voorstander van het voortzetten van het beleid zoals dat is opgenomen in het bestuursakkoord en het Waterbeheerplan 2016-2021. We zijn goed op weg, maar er moet ook nog veel gebeuren. Het AB heeft een aantal aandachtspunten meegegeven die in de Kadernota zijn verwerkt. Onze fractie merkt daarover het volgende op.

Waterkwaliteit
Om de waterkwaliteit verder te verbeteren, vragen we het DB eerst intern te kijken en te onderzoeken of verbeteringen aan de RWZI’s mogelijk zijn. De werking van onze zuiveringen is vaak nog gebaseerd op traditionele technieken die al decennia in gebruik zijn. Het toepassen van nieuwe technieken, zoals het Fuzzy Filter, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. De drie RWZI’s die nu worden aangepakt zijn een goede eerste stap. De waterkwaliteit wordt ook beïnvloed door het doen en laten van anderen. We vragen het DB richting deze partijen als volgt te handelen: de koplopers worden gehuldigd (bonus), het peloton wordt gemotiveerd (stimulerende middelen) en de gelosten worden uit de koers gehaald (handhaving).

Medicijnresten
Die stimulerende middelen mogen uiteraard niet in het oppervlaktewater terecht komen. Naar verwachting groeit het probleem van medicijnresten en we ondersteunen de proactieve en actieve houding die in de Kadernota wordt voorgesteld. De inzet van ons waterschap moet wel zijn dat de kosten gedragen worden door de degene die het probleem veroorzaakt: ‘de vervuiler betaalt’.

Beregeningsbeleid
Het beregeningsbeleid staat op hoofdlijnen vast. Waar de betrokkenen vragen om maatwerk, moet ons waterschap bereid zijn dat te leveren. Het mag in het algemeen niet zo zijn dat ondernemers door regelgeving belemmerd worden in hun bedrijfsvoering, als deze regelgeving op dat moment en op die locatie geen bijdrage levert aan nagestreefde doelen. We roepen het DB op het overleg met gebiedspartijen over het beregeningsbeleid voort te zetten en maatwerk te leveren waar dat kan.

Impact klimaatverandering
zware regenOnze grootste zorg is de klimaatverandering en de gevolgen die dit heeft voor ons waterschap. We zijn er als waterschap voor verantwoordelijk dat de risico’s op wateroverlast beperkt blijven, volgens de regels die in de provinciale verordening en in de peilbesluiten zijn vastgelegd. De stelling dat onze verwachtingen gebaseerd zijn op een actueel scenario, lijkt te worden ingehaald door de werkelijkheid. In 2015 is op diverse plaatsen in ons werkgebied grote schade ontstaan door wateroverlast. De extreme neerslag medio juni 2016 is aan ons voorbij gegaan, maar in Oost-Brabant en Limburg is de gewasschade niet te overzien en dreigt faillissement voor gedreven agrarische ondernemers. Hoewel we nog steeds spreken over incidenten, doen deze extreme situaties zich steeds vaker en heftiger voor.  Wat kan ons waterschap doen om in te spelen op zware buien die in korte tijd veel neerslag geven? Het is een algemene denklijn dat we vanwege de hoge kosten het watersysteem niet in kunnen richten, zodanig dat het bestand is tegen deze extremen. Onze fractie wil niet direct deze denklijn ter discussie stellen, maar vraagt het DB wel om een nadere kwantitatieve onderbouwing hiervan.  Deze gegevens kunnen het DB en het AB ondersteunen bij het prioriteren van investeringen. Scherpe keuzes kunnen noodzakelijk zijn om ons watersysteem robuuster te maken. In de Kadernota wordt geraamd dat de netto lasten voor het watersysteem in 2017 en 2018 met 7%, respectievelijk 6% stijgen. Daarna vlakt de stijging sterk af naar gemiddeld 2% in de periode 2020-2026. Onze fractie vraagt zich af of dat wel voldoende is, gezien de grote uitdagingen waar we voor staan. We hebben vertrouwen in de watergebiedprogramma’s, waar samen met gebiedspartners wateropgaven gerealiseerd worden. We weten dat er gesprekken gevoerd worden met gebiedspartners, onder andere in de vorm van de sterk door ons bepleite huiskameroverleggen. De uitwerking van de vangst van deze bijeenkomsten tot concrete maatregelen in het veld mag niet lang op zich laten wachten. We roepen het DB op de kennis en ideeën van inwoners, agrariërs en gebiedspartijen actief te ontsluiten en in te zetten voor het robuuster maken van het watersysteem. Vaak kan met een beperkte financiële inzet tot een verbetering van het watersysteem gekomen worden. Die kansen mogen we niet laten liggen! Ook het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer kan een bijdrage leveren. We vragen het DB op korte termijn met de provincie en andere waterschappen tot afspraken te komen over extreme neerslagsituaties, die buiten de bestaand normen voor de aanpak van wateroverlast vallen. We worden hier als AB graag over geïnformeerd. Twee mogelijke maatregelen die schade door extreme neerslag kunnen beperken willen we met name noemen. Ten eerste het inzetten van vaak lager gelegen natuurgebieden voor het tijdelijk bergen van water. De inzet van natuurgebieden voor dit doel vermindert de economische schade en past in het streven naar multifunctioneel gebruik van gronden. Onze fractie roept het DB op deze maatregel waar mogelijk op te nemen in de watergebiedprogramma’s. Ten tweede kan in het maaibeleid een slag gemaakt worden, door dit in overleg met de grondeigenaren efficiënt en effectief uit te voeren. De afvoercapaciteit van watergangen moet jaarrond op orde zijn en het slootvuil moet op een goede manier verwerkt kunnen worden.

Tot slot
Onze fractie kan instemmen met de Kadernota 2017-2026. Dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen. Ons mooie waterschapswerk vraagt voortdurend aandacht en is nooit klaar!”

Onze bijdrage aan het mondelinge debat was:

De fractie Ons Water / Waterbreed bespeurt in de algemene beschouwingen van onze collega fracties een grote mate van eensgezindheid. We waarderen het dat we er als bestuur, samen met onze medewerkers, de schouders onder willen zetten. In deze eerste termijn brengen we kort een aantal speerpunten naar voren.

Wateroverlast
Eén van onze kerntaken is voldoende water, niet te veel en niet te weinig, van goede kwaliteit. We hebben de afgelopen weken de rampzalige gevolgen van extreme neerslag in het zuidoosten van ons land kunnen zien. In ons werkgebied zijn we er relatief goed vanaf gekomen. Dit keer wel. De inspreker heeft ons laten zien dat ook in ons werkgebied niet iedereen droge voeten heeft. We weten inmiddels dat deze ‘incidenten’ regelmatig terug zullen keren en feitelijk geen incidenten meer zijn. U deelt onze zorg en werkt aan een strategie rond extreme neerslag. We horen graag van u wanneer u deze strategie met het AB kunt delen.

Kosten robuuster watersysteem
We hebben u gevraagd te kwantificeren wat het betekent het watersysteem robuuster te maken. Hierop hebben we in uw schriftelijke reactie nog geen antwoord mogen ontvangen. Dit is naar onze mening wel noodzakelijk, omdat we niet per se het uitgangspunt kiezen dat ‘aanpassen van het watersysteem onbetaalbaar is’. Op basis van feiten en cijfers willen we weloverwogen keuzes kunnen maken, om ook in de toekomst aan de normen te kunnen blijven voldoen.

Natuurgebieden als waterberging
Eén van de keuzes die we in ieder geval willen maken, is het multifunctioneel inzetten van gronden om schade door wateroverlast te beperken. Voor het bergen van water in natuurgebieden moet wat ons betreft het ‘ja, tenzij’ principe gelden. Dat betekent dat de natuurgronden, die de laagste economische waarde hebben, altijd worden ingezet voor waterberging als gronden met een andere functie, dat kan zijn stedelijk of agrarisch, daar profijt van hebben.

Maaibeleid
We zijn er van overtuigd dat in de werkzaamheden in het veld nog winst te behalen valt, om de afvoercapaciteit van het watersysteem te verbeteren. Er moet op tijd en goed gemaaid worden. Als de Flora en Faunawet een belemmering vormt om tijdig te maaien, moet een ontheffing aangevraagd worden. Uitstellen van werkzaamheden mag geen automatisme zijn, er moet per gebied maatwerk geleverd worden dat leidt tot het juiste evenwicht tussen de waterafvoerende functie van een watergang en de ecologische waarde. Ecologisch maaibeheer kan naar onze mening alleen worden toegepast als dat geen negatieve invloed heeft op de afvoercapaciteit. Daarbij moet niet alleen naar de theoretische normen worden gekeken, maar juist naar de praktische situatie. We roepen het DB op hierover in overleg te gaan met aanliggende grondeigenaren. Terecht merkt u op dat in het werkgebied veel kennis en ervaring voorhanden is, die benut moet worden.

Peilbesluiten
We merken in enkele gebieden dat de peilbesluiten niet meer aansluiten bij de praktijk. Dat wordt bijvoorbeeld in gebieden rond Sprang-Capelle / Waalwijk en Hoeven veroorzaakt door bodemdaling. We vragen het DB om een overzicht van de verschillende peilbesluiten met de datum waarop deze volgens planning herzien zullen worden. Daarnaast vragen we het DB om een quick-scan van de peilbesluiten om te bepalen of het voor bepaalde gebieden noodzakelijk is het herzien van de peilbesluiten naar voren te halen.

Waterkwaliteit
We hebben in de algemene beschouwingen onze zorg uitgesproken over de waterkwaliteit. Deze zorg lijkt door ons allen gedeeld te worden. Er zijn al veel inspanningen gepleegd en we zijn op de goede weg. Een tandje erbij mag, zowel binnen het waterschap als richting andere partijen, maar niet door extra wet- en regelgeving bovenop de nationale wetgeving. Terecht geeft u aan dat sprake moet zijn van een gelijk speelveld. We vragen het DB in te blijven zetten op het belonen van de voorlopers. Goed voorbeeld doet immers volgen en dat brengt de grote middengroep op een hoger niveau. Handhaving van bestaande wet- en regelgeving moet er voor zorgen dat de rotte appels uit de mand gehaald worden. De goeden mogen niet onder de kwaden leiden.

De fractie ging akkoord met de kadernota 2017 – 2020.

14 juli
In de morgen een fotosessie met het team Dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak

suikerunieIn de middag het symposium “Samen duurzaam vooruit” bij de Suikerunie in Stampersgat.

Met een keur van sprekers. Voor mij opvalt waren Marco Waas van Akzo-Nobel die voorbeelden liet zien dat landbouwproducten heel goed verwerkt kunnen worden in chemische producten. Dit leidde wel tot enige discussie over ‘voedsel’ in de chemie. Als of dat iets nieuws zou zijn. Al honderden jaren worden ‘voedsel producten’ als visolie, lijnzaadolie, sojaolie en zonnebloemolie gebruikt om verven van te maken. Ik vind het keer op keer bijzonder dat biobased wordt gebracht als iets nieuws. Vroeger waren alle verpakkingsmiddelen en kleding gemaakt van natuurproducten dus biobased. De economie was dus biobased. Zoals wel vaker, we geven het een nieuwe naam en we doen er ‘duur’ mee. Een andere opvallende spreker was voor mij Joris Baecke. Hij was degene die het belang van water benoemde. De opmerking die mij het meest aan het nadenken zette kwam van Taco Kingma van Friesland Campina. De gemiddelde leeftijd van boeren in de wereld zou, volgens hem, 56 jaar zijn. In Japan zelfs 65 jaar. Als dat werkelijk zo is, vind ik dat buitengewoon zorgelijk. Het boerenleven, het produceren van voedsel, moet wel aantrekkelijk blijven voor jongeren. 

In de avond een buurtbijeenkomst in Bergen op Zoom over de herinrichting van drie straten en de aandacht voor waterberging., waarbij getracht gaat worden bewoners te verleiden hun tuinen, die vanwege te vervangen leidingen overhoop gehaald worden, bij het opnieuw inrichten deze te vergroenen en minder te verharden.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 36

 

| 09-04-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 36

 

4 april
Bestuurlijk overleg met wethouder Jan Willem Stoop van de gemeente Drimmelen inzake het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.  

5 april
PHO over de A27 en een introductiegesprek met de nieuwe contactambtenaar van het waterschap voor de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout.

Daarna een bestuurlijk overleg met een ingehuurde vertegenwoordiger van RWS inzake onze zienswijzen/inzichten met betrekking tot de waterschapsbelangen bij de voorgenomen verbreding van de A27. Onder andere: de zorgen over de gehanteerde normen voor de waterkeringen bij de afrit Geertruidenberg en bij de mogelijke tracé varianten bij de afrit Raamsdonksveer (A59), de waterstuwende effecten door de realisering van een nieuwe brug bij Geertruidenberg (afstemming RWS droog, RWS nat), de beschermingszone van onze afvalwaterpersleiding langs de A27, voldoende bergingscapaciteit en de juridische status van de wateradviezen van de betrokken waterschappen.    

7 april
De informatiebijeenkomst in Waspik over de inzet van de Overdiepse Polder als waterberging bij hoog water met onder andere de presentatie van ons draaiboek bij hoog water en inundatie van de polder en uitleg over de procedure van het claimen van schade als gevolg van een eventuele inundatie.

treurwilg 01

De treurwilg vóór behandeling

treurwilg 03

De treurwilg na behandeling

Voorafgaand aan deze bijeenkomst ben ik bij de treurwilg gaan kijken in de Overdiepse Polder waarover ik vorige week schreef. De boom bleek goed onderhanden genomen door de boomploeg van de gemeente Waalwijk. Hij is gehavend,  maar nu hij gestabiliseerd is kan hij een eventuele zomerstorm vermoedelijk goed doorstaan. Gezien zijn geschiedenis is de kans groot dat hij zal herstellen. Samen met het opnieuw op te bouwen oorlogsmonument zal hij door zijn aanwezigheid de wereld kond blijven doen van wat er gebeurd is in de strijd van de slag om Kapelscheveer, maar ook van de levenskracht van deze boom en de samenleving waarin hij zich bevind.

De afgelopen week heb ik het boekje “Building blocks for good water governance” gelezen. Ik kan het, één ieder die belangstelling heeft voor water en de bestuurlijke invulling daarvan in de wereld, aanbevelen.

Ik heb tijdens mijn rondrit door de Overdiepse Polder ook genoten van de aangelegde ecologische verbindingszone (EVZ) langs het Oude Maasje. Over een paar seizoenen zal dit zowel voor de natuur (bevers) en voor de (fiets)recreanten een aanwinst blijken te zijn.

oude maasje

Ecologische verbindingszone Oude Maasje

 

 


OVER WATER – 26

 

| 30-01-2016 | 12.00 uur |


 

26 januari
lefIn de middag een “Expertmeeting Assetmanagement” bijgewoond in het LEF Future Center van Rijkswaterstaat in Utrecht. De bijeenkomst werd georganiseerd door het Bouw Regie Netwerk. Dit soort bijeenkomsten zijn gericht op kennis delen. Er waren een aantal presentaties. Vooral de presentatie door een medewerker van Enexis maakte op mij een grote indruk. Het doel van assetmanagement is het vinden van het onderhoud/investeringoptimum waar tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid een balans gevonden moet worden. Als het goed gebeurt, kan dat tot behoorlijke besparingen en/of kwaliteitsverbeteringen leiden. Wel vergt het een omgaan met dilemma’s. Welk risico op welke gebeurtenis is aanvaardbaar. Feitelijk maakt de wetgever ook dat soort afwegingen als de norm wordt vastgesteld voor de veiligheid tegen overstromingen. Daar waar meer mensen wonen of meer kapitaal geïnvesteerd is, is de vastgestelde minimale veiligheidsnorm hoger. De Randstad kent nu een bijna 8 maal hogere veiligheidsnorm dan het Rivierengebied en een circa 40 maal hogere norm dan de Limburgse polders langs de Maas. 

Voor een politicus/bestuurder zitten er wel wat haken en ogen aan de discussie over assetmanagement. Wordt er een mooie bezuiniging gerealiseerd, dan is de portefeuillehouder financiën de gevierde man. Blijkt echter na jaren dat de risico’s te optimistisch te zijn ingeschat, dan is de bestuurder die over dat bedrijfsonderdeel gaat de sigaar en krijgt dan prompt de Zwarte Piet. 

27 januari
Om 9.00 uur op het stadskantoor van Breda De bestuurlijke begeleidingsgroep van de Samenwerking Water West-Brabant (SWWB). Samenwerken tussen waterschap en gemeenten is niet altijd even makkelijk. De uitwerking van een gezamenlijk investeringsprogramma blijft lastig. Is het nieuw? Zijn de ambities al niet hoog genoeg? Als er meer bezuinigd kan worden of de kwaliteit met dezelfde euro’s verbetert, is het waterschap er klaar voor. Gemeenten lijken soms moeite te hebben om lopende de rit voor hun gevoel nieuwe ambities te formuleren. Voor de waterschapbestuurders was het helder: het is niet nieuw en waar kansen liggen moeten we die onverwijld oppakken. Het moet en kan immers beter en goedkoper. Het is moeilijk om bij samenwerken ook de agenda van een ander te zien, laat staan de gemeenteraad er aan te laten wennen dat als een andere gemeente er beter van wordt, het ook een gezamenlijke winst is.

Begin van de middag een evaluatie van het voorgaande overleg met een beleidsambtenaar.

fort altenaDaarna naar fort Altena voor een bijeenkomst van het Biesbosch streeknetwerk met een inspirerend verhaal van de directeur van het Biesbosch Museum.

In de avond een AB vergadering met als belangrijkste agendapunt de “aanpak blauwalgenoverlast 2016-2020”.

28 januari
Om 9.30 een gesprek met de Unie, commissie Aanpassing Belastingstelsel te Boxtel. Samen met andere AB leden werden er suggesties ingebracht om het huidige, voor velen ingewikkelde, belastingstelsel van de waterschappen rechtvaardiger en zo mogelijk eenvoudiger te maken.

Om 13.00 uur het overleg van het bestuurlijk trio van de Samenwerking aan Water in Midden en West-Brabant (werkeenheid 4) te Oosterhout. Over de gezamenlijke projecten voor 2016.

In de avond op verzoek van wethouder Gerard Bruijniks van Loon op Zand de raadsbijeenkomst over de op te stellen hemelwatervisie bijgewoond. De gemeente Loon op Zand verdient een vet compliment voor de manier waarop zij dit proces aanpakt en de wijze waarop zij haar burgers hier bij betrekt. De gemeente beseft terdege dat de aanpak van de twee jaar achter elkaar optredende wateroverlast door extreme buien alleen samen met haar burgers en ondernemers tot een succes is te maken. Ook de ZLTO was uitgenodigd en leverde ook een bijdrage aan de discussie.

29 januari
Om 10.00 uur een bestuurlijk overleg met wethouder Ad van Beek van de gemeente Dongen over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.  

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

| 28-12-2015 | 14.00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 34: DE STAND VAN ZAKEN

 

In november 2014 in de 7e aflevering van deze reeks werd er reeds geschreven over de sluipende verzilting van het Volkerak-Zoommeer en de oorzaak.  

In maart 2015 in de 24e aflevering van deze reeks werd verhaald over de antwoorden van de minister op vragen van de VVD-fractie: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.”

bellenschermNu hebben we in de Nieuwe Oogst kunnen lezen dat in het nieuwe waterakkoord staat dat Rijkswaterstaat meer en constanter gaat doorspoelen tijdens het groeiseizoen. Door hier op tijd mee te beginnen wil men dat het water in het Volkerak-Zoommeer aan het begin van het nieuwe seizoen, in maart 2016, in orde is. In de laatste maand voor het groeiseizoen wordt aangestuurd op een verlaging van de chloridenorm van 450 milligram per liter naar maximaal 380 milligram. Helder is dat lekkende kleppen in de zoet-zoutscheiding in de sluizen de boosdoeners zijn van het toenemende zoutgehalte van het water in het meer. Nu gaat Rijkswaterstaat onderzoeken of het aanleggen van een innovatieve zoet-zoutscheiding met bellenschermen mogelijk een oplossing is. Weer wordt een echte aanpak uitgesteld. Er wordt gespoeld zo is de toezegging. Maar als er onvoldoende zoet Rijn/Maaswater is in het groeiseizoen verliest de Keizer (de boeren) vast hun recht.

Er is maar één echte oplossing en dat is herstel van de zoet/zout scheiding door het achterstallig onderhoud aan de Krammersluizen nu eindelijk eens uit te voeren. Een halfslachtig waterakkoord is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Nu moet eindelijk de wond echt eens gehecht worden. Dan pas ontstaat er weer vertrouwen bij de agrariërs dat het kan gaan werken en de afspraken na gekomen worden.

Mij bekruipt het gevoel dat, kijkend naar de onzinnigheid van het voorstel om het Volkerak-Zoommeer te verzilten tegen 2028, we enkel en alleen praten en praten om Rijkswaterstaat in staat te stellen onderhoud en uitgaven uit te stellen en gemaakte afspraken aan hun laars te lappen. Er moet gebeuren wat in “Het Advies Deltaplan Zoetwater” staat. In dat stuk is op pagina 39 te lezen: “Voordat een zout Volkerak-Zoommeer is gerealiseerd, is waarschijnlijk ook nog een zoet-zoutscheiding in de Krammersluizen nodig. Niet meer praten maar doen.

Voor Ons Water en de BSD is het helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via http://www.petities24.com  

Chris Ooms 

 


OVER WATER – 17

 

| 14-11-2015 | 10:00 uur |


 

9 november
Aan het eind van de morgen bijpraten over alle lopende zaken in de gemeente Drimmelen.
Daarna doorgereden naar Den Bosch voor het bestuurlijk overleg over de verbreding van de A27. Ik was te vroeg en bij de wandeling in de buurt van het kantoor van Rijkswaterstaat (RWS) aan de Westwal kwam ik in het Oud-Bogardenstraatje in een blinde muur een prachtig reliëf tegen van het Nederlandse Rijkswapen. rijkswapenIn de vergadering zelf deed ik een laatste poging om de aanwezigen duidelijk te maken dat, nu de weg aangepakt wordt, ook de brug bij Keizersveer aangepakt zou moeten worden. Deze brug met zijn bruggenhoofden is voor een snelle afwatering van de Bergse Maas bij hoogwater een sta in de weg. Met de huidige constructie zullen in de toekomst bovenstrooms dure dijkverzwaringen nodig zijn die met een aanpak van de brug dan grotendeels vermeden kunnen worden. Nu lijkt het dat RWS droog (wegen) en RWS nat (rivieren/dijken) niet echt kijken wat voor de BV Nederland op termijn de goedkoopste oplossing is. De eigen potjes zijn heilig. De pech was ook dat de brug bij Keizersveer, hoewel de oudste in het traject A27 Utrecht- Breda, in veruit de beste conditie is. Hoewel van voor de oorlog en verplaatst van Moerdijk naar zijn huidige plek kan hij, in tegenstelling tot de andere bruggen in dit traject, nog zeker tot 2053 zonder groot onderhoud mee. Ze wisten voor de oorlog nog hoe ze bruggen voor een eeuwigheid konden bouwen. Dat was in een tijd dat kwaliteit en duurzaamheid belangrijker waren dat een ‘paar’ dubbeltjes nu besparen. 

10 november
bouvigne 02In de morgen de tweewekelijkse DB vergadering met onder andere een discussie over de procedures bij de aanpak van blauwalgen. Ook al is het ondertussen echt herfst geworden Bouvigne is altijd een prachtige plek om te mogen werken. Het uitzicht van de werkkamer van de bestuursleden op het kasteeltje waar de DB vergaderingen zijn, is ook in de herfst prachtig. 
In de middag een foto sessie in het gebied waar de dijkverzwaring Geertruidenberg/Amertak wordt voorbereid.   

11 november
In de avond eerst coalitie overleg. De Kadernota 2016-2025 en de begroting stonden op de agenda van het Algemeen Bestuur (AB). Plooien tussen de coalitiepartijen worden dan in een beraad vooraf gladgestreken en uitgewisseld, zodat het DB niet voor verrassingen komt te staan.

Dan het AB. Voor mij was het belangrijkste punt niet de begroting of de kadernota, die voor het eerst in jaren met algemene stemmen werden aanvaard. Voor mij was het belangrijkste punt de beëindiging van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling Regionaal Archief West-Brabant (RAWB). Toen ik begin 2009 aantrad als DB lid, met in de portefeuille onder andere archieven, waren de archieven van ons waterschap en haar rechtsvoorgangers over een aantal plaatsen in ons gebied en zelfs daarbuiten verspreid. Er was een achterstand van circa 10 jaar ten aanzien van een juiste archivering, was niet altijd de toegankelijkheid goed geregeld en was de opslag soms niet onder de omstandigheden die wet en regelgeving voorschrijven. Kortom we voldeden niet aan de archiefwet! Dat wenste ik aan te pakken en als het kon uiteindelijk tegen lagere jaarlijkse kosten. Door twee ambtenaressen werd het karwei opgepakt. De achterstand werd aangepakt. Bepaald werd wat we wel c.q. niet gingen bewaren. De wettelijke taak werd het uitgangspunt, aangevuld met wat qua erfgoed en cultuurhistorie voor de regio belangrijk was. Want de waterschapsgeschiedenis moest wel in beeld blijven. Bewaarcontracten werden doorgelicht en een eigen ruimte voor het archief werd ingericht conform de wettelijke vereisten. Geleidelijk werd de achterstand ingelopen en de archieven opgeschoond. Contracten werden beëindigd en de spullen werden naar Bouvigne gehaald. De gemeenschappelijke regeling RAWB te Oudenbosch was de laatste plek, buiten Bouvigne, waar in dit geval het archief van één van de rechtsvoorgangers (het voormalige waterschap Land van Nassau) was opgeslagen. Beëindigen van deelname aan die gemeenschappelijke regeling was onder normale omstandigheden een dure aangelegenheid. Toen het RAWB echter aankondigde een fusie aan te gaan met twee grote gemeentelijke archiefdiensten was er een natuurlijk moment om uit te treden. De scoop van het RAWB veranderde aanzienlijk naar een organisatie die minder passend was voor het waterschap.

De wijze waarop derden gebruik maken van de diensten van een archief is bij een waterschap wezenlijk anders en minder kostbaar dan bij een gemeente. Het afscheid werd financieel draaglijker. Per 1 juli 2016 is het dan zover dat niet alleen al onze archieven zich op één plek bevinden (op Bouvigne), maar dat ook het aantal benodigde ambtelijke en bestuurlijke uren benodigd voor de archieven fors is gedaald. We hebben de achterstanden ingelopen en voldoen aan alle vereisten van de archiefwet. De bewaarkosten zijn dan fors gedaald (zonder de RAWB met circa 1 miljoen euro over de periode 2013-2022). Met het afscheid van de RAWB besparen we nog eens circa 70.000 euro per jaar. Hier past een woord van dank naar de betrokken ambtenaren en naar Jan Slenders mijn partijlid die in de circa 15 maanden dat ik uit het DB was teruggetreden het bestuurlijke werk heeft voortgezet. Ik ben tevreden met het mooie resultaat.

12 november
Bestuurlijk overleg gehad met wethouder van der Put van de gemeente Goirle. Agendapunten waren onder andere: inhaalslag handhaving keur en de voortgang in de realisering van EVZ’s (Rillaersebaan en langs de Oude Leij) en de gemeentelijke inzet daarbij.

13 november
In de morgen de Unie commissie Waterkeringen te Amersfoort met als agendapunten onder andere de samenwerking bij de toetsing van primaire waterkeringen, de nieuwe normeringen waterveiligheid en windturbines op/nabij waterkeringen.
In de middag een unie bijeenkomst over ruimtelijke kwaliteit in relatie met de projecten van waterschappen. Onderdeel was een beoordeling van een zestiental projecten van waterschappen. Met enige trots kan ik vermelden dat een project van het waterschap Brabantse Delta, de waterberging Zundert, bij deze beoordeling door de collega waterschapsbestuurders als eerste eindigde. Een mooi compliment voor alle daarbij betrokkenen. 

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER

 

| 01-06-2015 | 14:00 uur |


 

27 mei

Groene-BoomkikkerVooruitlopend op de benoeming in de avond had ik in de middag een portefeuilleoverleg met de ambtenaar die mij gaat ondersteunen bij de commissie waterkeringen van de Unie van waterschappen en een overleg met de ambtenaren die het project Boomkikker (een EVZ die twee populaties van boomkikkers verbindt) begeleiden.

Vrijdag 29 mei stond de commissievergadering op de agenda de en zaterdag 30 mei een paneldiscussie georganiseerd door de golfclub Toxandria over de boomkikker. Ik werd goed voorbereid voor beide bijeenkomsten.

Na een stevige discussie over mijn veroordeling voor het openbaar maken van stukken van de gemeente Bergen op Zoom die naar de mening van de rechtbank geheim hadden moeten blijven, werd ik door de algemene vergadering toch benoemd tot lid van het dagelijks bestuur. Ik haalde 21 van de uitgebrachte 29 stemmen. Ik zelf mocht niet meestemmen. Na een afwezigheid van ruim 15 maanden mocht ik weer gaan doen wat ik leuk vind en waar ik denk een goede bijdrage aan te kunnen leveren. Kiezers op Ons Water, kandidaten en AB leden bedankt. Ik ga weer mijn best doen voor een veilig en mooi West-Brabant, waar het voor mens, dier en plant goed toeven is.    

29 mei

Vandaag eerst naar de commissie waterkeringen van de Unie in Amersfoort. Hier stond het ontwerp van de nieuwe waterwet op de agenda met onder andere de nieuwe normering primaire waterkeringen. Voor ons waterschap was vooral belangrijk dat in ons gebied de status van de Drongelens kanaaldijk niet zou veranderen. Die dijk willen we graag van Rijkswaterstaat (RWS) overnemen, maar dan wel in een goede en veilige staat van onderhoud. De discussie over die dijk voerde het waterschap en ik al jaren met RWS en wij willen die snel afronden zodat bewoners en ondernemers achter die dijk zich weer terecht veilig kunnen voelen.  Na de commissie als een haas naar de Overdiepse Polder voor een presentatie aan ongeveer 50 studenten van een hoge school. Het ging als vanouds. Een student vroeg in de bus tijdens de rondleiding of ik wel eens een carrière in het onderwijs had overwogen? Mijn waterdag kon niet beter eindigen.

30 mei

Het eerste deel (die we fase 2 noemen) van een ecologische verbindingszone (EVZ) voor de boomkikker op het landgoed Toxandria werd op 30 mei feestelijk in gebruik genomen. In mijn eerste periode als DB-lid had ik de samenwerkingsovereenkomst voor dit project namens het waterschap mogen tekenen. Dus, ondanks dat ik er 15 maanden tussenuit was geweest, was ik redelijk goed op de hoogte van wat er in de tussentijd gerealiseerd was. Het eerste deel was gereed en was samen met het gerealiseerde ‘Boomkikkerpad’ door boomkikker en wandelaar in gebruik genomen. Heel leuk was dat het geluid van de boomkikker al werd gehoord. De EVZ werkte dus. Alle aanleiding om nu met de andere drie deeltrajecten aan de slag te gaan. Werk dus aan de winkel voor het waterschap en de gemeenten Breda en Gilze en Rijen. De paneldiscussie tussen de vijf ‘deskundigen’, vertegenwoordigers van belanghebbende organisaties, werd deskundig geleid door de betrokken wethouder Aletta van der Veen van de gemeente Gilze en Rijen. Ik vermaakte me uitstekend als panellid, hoewel de eindconclusie van de afsluitende voorzitter van de golfclub over mij was; “niet strak in het pak wel strak in de regels”. We willen als waterschap best flexibel zijn over de ‘aanbesteding’ van het onderhoud en de inzet van vrijwilligers. Maar het moet wel goed gebeuren zodat de EVZ goed blijft/gaat functioneren en de waterbergende functies ook in stand blijven en dit ook nog binnen de regels, deels opgelegd door de wetgever als het gaat over aanbesteden,  die wij hebben te volgen. Dit laat onverlet dat de realisering en onderhoud van dit soort projecten heel goed en met derden en vrijwilligers moet kunnen. Alleen al om zaken betaalbaar te houden zal dat moeten. Maar dat vergt meer dan alleen een cultuuromslag. Ook de wettelijke regels dienen dan aangepast te worden.

Louis van der Kallen

 


DROMEN

 

| 18-02-2015 | 12:15 uur |


 

DROMEN

 

dreamsRecent is verschenen de “Natuurambitie Grote Wateren 2050 en verder” opgesteld door het ministerie van Economische Zaken. In betere tijden werden dit soort stukken opgesteld door Rijkswaterstaat onder auspiciën van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dat waren doorwrochte stukken, onderbouwd met de vereiste technieken en financiën.

Als je de “Natuurambitie Grote Wateren 2050 en verder” doorleest, is het net een wandeling door de Efteling. Een ware droomwereld. Alsof Nederland een leeg land is waar geen 17 miljoen mensen wonen, werken en recreëren. De geschetste ambities gaan volstrekt voorbij aan de realiteit van alledag en de beperkte beschikbaarheid van geld en ruimte. Laat staan dat er ingegaan wordt op de gevolgen voor de werkelijke economie. Van een ministerie van Economische Zaken verwacht ik enige realiteitswaarde in de gepresenteerde ambities. Natuurlijk dromen mag. Maar niet in de tijd die betaald wordt door de Nederlandse belastingbetaler. Ik heb eerder geschreven over liegende/dromende politici, maar bleef hopen dat ministers en staatsecretarissen op zijn minst in beleidstukken de schijn van geloofwaardigheid op zouden proberen te houden. De vraag is: slikt de Nederlandse burger (op 18 maart kiezer van de provinciale staten en waterschapsbesturen) dit voor zoete koek? Voor al diegenen die houden van sprookjes en prachtige natuurdromen beveel ik lezing van harte aan. Zelf ben ik meer voor: wat is haalbaar? Wat kunnen we ons permitteren? Wat is werkelijk mogelijk? Wat is economisch wenselijk? Wat is reëel?

In deze “Natuurambitie Grote Wateren 2050 en verder” is op pagina 29 te lezen “In zout water zijn er geen blauwalgplagen.”. Voor de werkelijkheid lees eens artikel 2 in de reeks natte/zoute droom of nachtmerrie.

Wel veel opmerkingen over de mogelijke voordelen voor de schelpdiervisserij (het woord schelpdierkwekerij is zoveel mogelijk vermeden) en nauwelijks woorden over de effecten voor de scheepvaart of landbouw. Alsof de landbouwsector geen exporteur is van importantie en watertransport niet één van de kurken is waarop onze economie drijft.

In deze “Natuurambitie Grote Wateren 2050 en verder” wordt door de omschreven ambities de verziltingsdeur wagenwijd opengezet. Terwijl alleen voor het Groene Hart (de Randstad) een mogelijke oplossing wordt aangetipt (pagina 28). Wat in dit kader echt gemist wordt is aandacht voor de effecten op termijn voor de landbouw en de scheepvaart. In bijlage 6 met de mooie titel “Kennisagenda” worden tal van toekomstige onderzoeksvelden aangestipt, maar geen woord over hoe de zoetwatervoorziening buiten het Groene Hart zeker te stellen en ook geen woorden over de levenslijn van onze economie de binnenvaart.

Het wordt tijd dat de VVD minister Kamp en zijn PvdA staatsecretaris Dijksma eens gaan beseffen dat dromen nog geen deuk in een pakje boter slaan. Nederland en ons gebied West-Brabant hebben recht op een realistisch beleid dat haalbaar en betaalbaar is en dat recht doet aan de belangen van de Nederlandse natuur en van de economie en niet alleen aan die van de Randstad.  

Het wordt tijd dat er een ander Brabants geluid gaat klinken in de discussies met het Rijk en de Randstad. ONS WATER, LIJST 3 kan dat leveren.

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 7: WAT IS DE OORZAAK VAN DE SLUIPENDE VERZILTING?

 

| 30-11-2014 | 11.00 uur |


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 7

 

Wat is de oorzaak van de sluipende verzilting?

 

KrammersluizenDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.  

Op een hele boel plaatsen is in de beschikbare stukken rond de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer te lezen dat het Volkerak-Zoommeer aan het verzilten is. In de MKBA (maatschappelijke kosten/baten analyse) is op pagina 32 te lezen: “Naast de blauwalgproblematiek heeft het Volkerak-Zoommeer last van een stijgend chloridegehalte, doordat chloride uit de bodem oplost en het water verzilt,” en dat de ontzilting van de bodem traag verloopt (pagina 82 MKBA). Het is logisch dat het vele jaren duurt voordat bodem en oevers ontzilt zijn. Maar anderzijds zijn dit in strikte zin eindige processen die in de loop der tijd tot een dalende afgifte van zouten uit de bodem zouden moeten leiden. Het zelfde geldt voor de zoute kwel in de polders en kreken rond Steenbergen, waarvan het verzilte water via de Mark/Dintel en Vliet systemen afwateren op het Volkerak- Zoommeer. In de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en de bijbehorende stukken als de MKBA en het Milieueffectrapport zijn andere mogelijke oorzaken niet vermeld. Men kan er wel in vinden dat bij het zout worden van het Volkerak-Zoommeer er inverdieneffecten zijn, zoals uitgespaard onderhoud aan de zoet-zoutscheiding van de Krammersluizen (pagina 66 van de ontwerp-rijksstructuurvisie).  

Pas bij het lezen van opvraagbare stukken als de ‘Joint Fact Finding zoet water’ kom je dichter bij de vermoedelijk werkelijk oorzaken van de sluipende verzilting (Pagina 20: “Het Volkerak-Zoommeer is de laatste jaren aanmerkelijk zouter geworden door de toegenomen zoutlekkage van de Krammersluizen. Het meerjarig zomergemiddelde is 415 mgCl/l. Incidenteel wordt in de zomer de normconcentratie van 450 mgCl/l overschreden. In de zomer van 2011 was de overschrijding langdurig (eind april-half juli, met een maximum van 615 mgcl/l) doordat ten gevolge van de langdurige lage rivierafvoer de doorspoeling moest worden beperkt.).  Je krijgt pas echt het gevoel krijgt te weten bij het lezen van een stuk dat niets met de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer te maken heeft: “Het Advies Deltaplan Zoetwater” In dat stuk is op pagina 39 te lezen: “Voordat een zout Volkerak-Zoommeer is gerealiseerd, is waarschijnlijk ook nog een zoet-zoutscheiding in de Krammersluizen nodig. Kiest het kabinet voor een blijvend zoet Volkerak-Zoommeer, dan is herstel van de zoet-zoutscheiding in de Krammersluizen noodzakelijk om aan de huidige beheersafspraken en het waterakkoord te kunnen voldoen.” In dit citaat is het woordje herstel door mij cursief aangegeven. De huidige zoet-zout scheiding functioneert klaarblijkelijk niet optimaal of is kapot want anders zou die niet hersteld hoeven te worden.  

Toen ik op de informatiebijeenkomst in het Markiezenhof inzake de komende verziltingsplannen de opmerking plaatste dat de huidige sluipende verzilting kwam door de onderhoudsachterstand aan de Krammersluizen vroeg een medewerkster van Rijkswaterstaat nog aan mij hoe ik daar bij kwam. Toen had ik nog niet alle stukken gelezen. Op de bijeenkomst van de VVD op 24 november in Steenbergen werd het slecht functioneren van de zoet/zout scheiding van de Krammersluizen door een woordvoerder van Rijkswaterstaat in het openbaar eindelijk bevestigd. “De sluisdeuren rammelen.”  

Maar nu is het zeker: er wordt al jaren bezuinigd op het onderhoud en het tegengaan van de zoutlekkages via sluizen zoals de Krammersluizen en mogelijk ook de Bergse Diepsluis. Mij bekruipt het gevoel dat, kijkend naar de onzinnigheid van het voorstel om het Volkerak-Zoommeer te verzilten tegen 2028, we enkel en alleen praten en praten om Rijkswaterstaat in staat te stellen onderhoud en uitgaven uit te stellen en gemaakte afspraken aan hun laars te lappen.  

Louis van der Kallen